blijvende betrokkenheid

Jos van Eijden (Bussum 1944) was zeventien jaar onze medebroeder. Hij trad uit en ging enige jaren daarna trouwen met Bep van Leersum. Samen zijn ze geassocieerd lid van de Broeders FIC geworden in september 1990. Toen Jos 55 jaar oud was maakte hij gebruik van een VUT regeling. Hij bood aan om het provinciaal bestuur van de broeders te helpen en is ruim dertien jaar beleidsmedewerker geweest. Nu de bestuurszetel van de FIC Nederland naar Maastricht verplaatst is, is hij teruggetreden. 'Heel mijn leven heb ik me met de FIC nauw verbonden gevoeld. Deze betrokkenheid blijft.'  

Jos van Eijden

waarden blijven



Jos (vierde van links) was lid van de kleine communiteit in de Brandtstraat in Den Haag
   'Na zeventien jaar broeder te zijn geweest, blijven de basiswaarden van het religieuze leven voor mij onveranderd gelden. Het zijn waarden die bij mij passen en die blijf ik trouw, samen met mijn vrouw Bep. Enkele daarvan zijn: sober leven, je inzetten voor noden, oog hebben voor de ander, eenvoud. We vinden dat belangrijke gegevens in ons beider leven en willen die koesteren en voeden. Vanuit deze waarden ervaren we een stimulans en we zijn blij dat die gevoed worden vanuit de congregatie.'

'Ik voel me nog steeds gegrond in de FIC en Bep deelt dat van harte. We voelen ons beiden in een warme omgeving opgenomen van aandacht, respect en inspiratie. Daarom wonen we ook de bezinnende bij-eenkomsten in de communiteit van het Westeinde in Den Haag bij. Daarom ook deden we mee aan de Geestelijke Reis FIC en gingen we met andere religieuzen mee met een pelgrimstocht rond leven en wer¨ken van Vincentius a Paulo. De inzet van mij in de afgelopen dertien jaar, waarin ik twee provinciale besturen mocht helpen op beleidsmatig niveau, liggen in die lijn. En nu ik met dit werk in oktober 2012 gestopt ben, blijft mijn aanbod gelden dat ik de congregatie waarvan ik nog steeds veel hou, wil helpen als daarvoor een beroep op me wordt gedaan.'

eenvoud

'Ik kom uit een gezin waar de levensstandaard niet geweldig hoog was. Mijn vader deed zijn werk als geschoold arbeider. Mijn moeder ver¨diende bij door het maken van kleding. Ik heb geleerd sober te leven. Te leven met mate. Financieel maken Bep en ik het heel goed. Door goede regelingen die ik in mijn voormalige werk in het onderwijs en als manager in een grote scholengemeenschap heb gekregen, kan ik me bij wijze van spreken best in een vette Mercedes verplaatsen. Maar dat doe ik niet. We hebben een gewone doorsnee auto, bovendien maak ik dikwijls gebruik van het openbaar vervoer.   

Jos van Eijden is al ruim dertien jaar beleidsmedewerker van het Provinciaal Bestuur FIC Nederland
We kunnen ons best enkele grotere vakanties per jaar gunnen, maar daar kiezen we niet voor. Delen van wat we hebben, vinden we belangrijker. En daar voelen we ons gelukkig bij. Eenvoud is het kenmerk van het ware, wordt wel gezegd. In die geest proberen we te leven.'

veel ruimte voor ontplooiing



In 1982 was Jos (links) lid van het Nederlands provinciaal kapittel, samen met o.a. Theo Mandos z.g.
   'In de zeventien jaar dat ik broeder was, heb ik het als een grote weldaad ervaren dat ik de ruimte kreeg mezelf te ontwikkelen. Ik werd daartoe uitgenodigd en bemoedigd door het bestuur van de broeders. Na een onderwijsbaan in Venlo mocht ik in Leiden sociologie gaan studeren. Men vond het nuttig dat ik me hierin verdiepte met het oog op de versterking van het toenmalige Centrum voor Vernieuwing en Verdieping, het CVV, dat na het kapittel 1970 was opgericht. Ik studeerde af met de scriptie "Doel en doelbeleving" die ging over de spanning tussen religieus leven en de maatschappelijke doelen van een congregatie.
Dr. Hans Goddijn begeleidde mijn afstudeerwerkstuk en was ook zo aardig om dit te recenseren in het dagblad De Volkskrant. Toen ik mijn studie had afgerond, bleek ik niet meer nodig te zijn bij het CVV.'

'Op de Pedagogische Academie Mariahoeve in Den Haag was er toen een vacature voor docent maatschappijleer. Ik meldde me daarvoor bij de directeur, br. Emilius Gordijn, aan. Ik kreeg die functie en heb die met heel veel plezier vervuld. Ik kon goed opschieten met de studenten en de P.A. bloeide in die tijd nog volop. Er was een team van redelijk jonge docenten waarin ik me thuis voelde. Toen een docent geschiedenis voor langere tijd uitviel, nam ik de lessen in dat vak over. En om me meer capabel te voelen, vatte ik in Leiden mijn tweede studie op in geschiedenis.'

'Die studie deed ik naast mijn inzet voor de (kleine) communiteit van de broeders in de Brandtstraat en mijn docentschap aan de P.A. Ik was nog jong en kon dat heel goed met elkaar combineren. Van mijn studiebegeleider kreeg ik de tip "dat ik maar niet een al te religieus onderwerp moest kiezen voor mijn afstudeerwerkstuk. Kies maar iets algemeen maatschappelijks." De scriptie ging over de Apartheid in Zuid Afrika waarvoor, zo bleek uit mijn onderzoek, de wortels lagen in het optreden van Jan van Riebeeck.'  

"Ik vond het werk prettig om te doen en het paste ook bij mijn capaciteiten en zeker bij mijn wijze van leven."

Van 1984 tot 2000 had Jos van Eijden de functie van secretaris van het college van bestuur van een van de twee toenmalige Regionale Opleidings Centra in Den Haag. 'We hadden 16.000 studenten die les kregen van ruim 900 docenten. Het ROC was ontstaan door talloze fusies. Ik moet je zeggen dat fusieprocessen en het begeleiden van fusies me erg boeien. Je smeedt erin afzonderlijke kleine scholen tot een nieuwe eenheid. Mijn missie vond ik in het naar de zin maken van de docenten in hun werk, het vechten voor het behoud van banen en het menselijk houden van een toch wel grote schoolgemeenschap.' 'Toen de beide ROC's in Den Haag moesten gaan fuseren en ik gecon¨fronteerd werd met een cultuur van eigenbelang en gewin, waarin ik me allesbehalve thuis voelde, besloot ik met vervroegd pensioen te gaan. Kort daarna heb ik mijn diensten aangeboden aan de FIC.'

delen in inspiratie

Loosduinen: Jos samen met zijn vrouw Bep (beide links) samen met andere geassocieerden en FIC-bestuurders in 1991   Toen het zich aandiende vonden Bep en ik het vanzelfsprekend dat we ons aanmeldden als geassocieerd lid van de Broeders FIC. We waren trouwe deelnemers aan de meditatiebijeenkomsten van de FIC communiteit in Loosduinen en we deelden veel van de broeders van die communiteit. Wij vonden het in de lijn liggen dat we ons openlijk verbonden met de FIC. Voor Bep en mij is dat geen vrijblijvendheid en we nemen ons lidmaatschap heel serieus.

We doen mee met de activitei¨ten van de communiteit die alweer lange tijd aan het Westeinde woont. Ik hielp mee met de totstandkoming van "Wereldvenster", en overleg met de Vincentius Vereniging Den Haag waar het gaat om de belangen van de communiteit. Ik leid geregeld de "grote vergaderingen" in het Stadsklooster, maar ik bemoei me niet met het leven in de commu¨niteit. Dat is vanzelfsprekend een zaak van de broeders zelf.'

'Een jaar geleden hebben Bep en ik meegedaan aan de Geestelijke Reis FIC. Dat is een periode van ruim een jaar waarin je probeert je eigen leven te overzien, zoekt naar de diepe Bron in jezelf en waarin je onder leiding van een persoonlijk leidsman/vrouw je leven een nieuwe impuls geeft. Bep en ik hebben in deze reis ieder onze eigen weg geko- zen. Mijn persoonlijk doel was: meer te komen tot verdiept persoonlijk gebed. Daartoe ben ik alle Psalmen gaan lezen en bemediteren. Pater Dries van den Akker SJ in Delft heeft me hierbij goed geholpen.' 'We hebben - zoals ik al eerder zei - aan de Vincentiaanse Pelgrimage meegedaan samen met een bus vol andere religieuzen. Deze tocht heeft ons erg geÔnspireerd. Daarnaast hebben we deelgenomen aan een cur¨sus mystiek rond de persoon van Etty Hillesum aan het Titus Brandsma Instituut in Nijmegen.'

'Ik ben tot een beter persoonlijk gebed gekomen door de Geestelijke Reis en vind nu meer ruimte voor een dagelijkse reflectie. Dat geeft me meer rust in mijn doen en laten en doet me beter bewust zijn waar ik mee bezig ben en wat er in me omgaat. Ik realiseer me meer waar mijn stemmingen vandaan komen en dat brengt me tot een verdiepte wijze van leven. Het geeft Bep en mij een goed gevoel dat we dit samen heb-ben mogen beleven.'

afsluiten taak

Jos is na het afhandelen van de zaken rond generaal en provinciaal kapittel eind 2012 met zijn functie als beleidsmedewerker van ons bestuur gestopt. 'Deze taak is in de loop der jaren uitgegroeid tot bestuurlijk ondersteuner.
Ik woonde de bestuursvergaderingen bij, verzorgde daarvan de uitgebreide besluitennota, hielp mee met het uitzetten van beleids¨lijnen, bereidde de kapittels van 2006 en 2012 voor, was bij beide kapittels ook secretaris, samen met Conny Kappelhof-Streep en hielp bij het ondersteunen van het bestuur rond de problemen met seksueel misbruik en het verzorgen van alle secretariŽle zaken hier rondom.'   

Ook bij het huidige provinciaal kapittel is Jos (midden) actief betrokken..
'Ik ben erg dankbaar voor het vertrouwen dat ik kreeg van de provin¨ciale oversten Piet Sewalt z.g., Maarten Bouw, Theo Broelman z.g. en in het laatste halfjaar Kees Gordijn. Ik vond het werk prettig om te doen en het paste ook bij mijn capaciteiten en zeker bij mijn wijze van leven. Bij de broeders in de Nederlandse provincie heb ik me - samen met Bep - steeds erg thuis gevoeld en zijn we altijd welkom geweest. Ik vind het fijn om te ervaren dat de congregatie mijn inzet heeft gewaar-deerd. Bep en ik blijven in nauwe verbondenheid met de broeders op stap.'

Wim SwŁste

Bron: Berichten van de Broeders van Maastricht, 2012 nr 4

naar boven