DE BUSSUMSE BROEDERS VAN MAASTRICHT I

In de Gooise gemeente Bussum zijn er nog maar weinig mensen die weten dat het imposante gebouw aan de Vitusstraat, nabij de voormalige Sint Vituskerk, ooit het klooster was van de congregatie van de Broeders van de Onbevlekte Ontvangenis der heilige Maagd Maria (FIC), kortweg aangeduid als Broeders van Maastricht.

De geschiedenis van de Bussumse broeders van Maastricht begon in 1907.
In dat jaar werd door het kerkbestuur van de St. Vitusparochie van Bussum, toen nog de enige parochie van dit Gooise dorp, tot het hoofdbestuur van onze congregatie het verzoek gericht om in Bussum de leiding op zich te nemen van het katholiek onderwijs aan de Bussumse jongens. Zoals dat bij dergelijke aanvragen wel dikwijls het geval was, duurde het enige tijd eer het hoofdbestuur een beslissing kon nemen, maar het resultaat was voor pastoor Meuleman in ieder geval verblijdend, want hij zou enige Broeders voor zijn school krijgen. Het nieuwe schooljaar zou op de eerste mei 1908 aanvangen en er werd besloten, dat op die datum de Broeders met het onderwijs in Bussum zouden beginnen.

Het zwarte gevaar

Aangezien de eerste broeders pas op 28 april 1908 arriveerden, hadden zij niet veel tijd om zich ter plaatse te oriënteren en zich op hun nieuwe taak voor te bereiden. Onder begeleiding van algemeen overste broeder Ildefonsus Stans stapten zij op station Naarden-Bussum verwachtingsvol uit de trein. Er stond niemand, ook niet van het kerkbestuur, hen op het perron op te wachten. Tijdens hun wandeling naar het centrum kregen zij wel een honend geroep te horen: “Kaik, daar heb je nou het zwarte gevaar!”
  

Het eerste huis ...

Ildefonsus schoot dit in het verkeerde keelgat. Hij zou hebben gezegd “Zouden we maar teruggaan?” Ondanks deze suggestie zocht het gezelschap onder veel bekijks de Kapelstraat ( in hartje Bussum) op, waar door het kerkbestuur voor de eerste broeders een huis was gehuurd. De eerste communiteit bestond uit vijf broeders: overste Eustatius van Eijck, en de broeders Hilarius Cappers, Simon van Kessel, Hyacinthus Oliemans en Evodius Raaymakers.




vlnr Hyacinthus, Hilarius, Eustachius, Simon, Evodius
  

De eerste dagen

Het eerste werk van de broeders bestond uit het op orde brengen van het huis. Daar waren zij twee dagen druk mee. Vervolgens werden op 30 april de drie schoollokalen ingericht. De volgende dag, 1 mei, vond de aanneming van nieuwe leerlingen plaats. Er werden op die dag niet minder dan 110 leerlingen ingeschreven. Wel een bewijs, dat er in Bussum behoefte bestond aan een katholieke school.


Op 4 mei werd de school plechtig ingewijd. Duidelijker dan bij aankomst bleek toen dat de broeders van harte welkom waren: behalve het kerkbestuur waren ook de burgemeester en wethouders, de gemeentesecretaris en enkele leden van de gemeenteraad aanwezig, alsmede hoofden van openbare scholen, en de schoolopziener.


Uitbreiding

De scholen verheugden zich in zodanige toeloop van leerlingen, dat reeds in 1909 de communiteit met twee broeders werd uitgebreid, namelijk broeder Siardus Beukers en broeder Bernardinus Rooswinkel.
Ook de school, waarvan nog maar 'n gedeelte klaar was, moest in dat jaar verder worden afgebouwd. Bij het begin van het nieuwe schooljaar in 1909 telden de twee scholen, een burgerschool en een ‘gewone’ school, samen 225 leerlingen.
  

Het tweede huis aan de Brinklaan


Regelmatig treffen we in de annalen aantekeningen aan over het schoolgebouw. Daar is heel wat aan gebouwd en verbouwd totdat het eindelijk zijn definitieve vorm kreeg: één groot gebouw bestaande uit drie verdiepingen, waarin de twee lagere scholen en de mulo waren ondergebracht, die tezamen beschikten over 18 klaslokalen.




Klooster Sint Jozef aan de Vitusstraat
  

De huisvesting

Lang hebben de broeders niet in het huis in de Kapelstraat gewoond, want het bleek zeer ongeschikt te zijn. Een jaar later verhuisden zij dan ook naar een pand op de Brinklaan, op nummer 148, dat het kerkbestuur in orde had gemaakt, dit keer wel rekening houdend met de wensen van de broeders.

Maar ook het verblijf op de Brinklaan was van korte duur. In november 1910 besloot het kerkbestuur tot het bouwen van een nieuw broederhuis aan de St. Vitusstraat. Architect was de heer G.J. Vos uit Bussum. Op 4 januari 1911 vond de aanbesteding plaats en een week later de gunning voor de som van fl. 53.000,-.
De plechtige eerste-steen-legging door pastoor Meuleman vond plaats op 30 maart 2011. De bouw vorderde snel. Op 26 augustus deden de broeders hun intrede in het nieuwe huis: het klooster Sint Jozef aan de Sint Vitusstraat op nummer 4.

Inzegening klooster

De plechtige inwijding van het nieuwe klooster vond plaats op 28 augustus. De dag begon met een plechtige hoogmis in de parochiekerk. Een zangkoor, gevormd uit enige broeders, waaronder ook het vroeger zo beroemde Beyartse Kwartet, en nog enige zangers van het kerkkoor, voerde de driestemmige mis van Perosi uit.
Na de mis werden eerst de nieuwe klaslokalen en daarna het broederhuis door de pastoor gezegend. Er was veel belangstelling zowel van geestelijken en broeders, als van Bussumse autoriteiten en gemeentenaren.
  

Klooster Vitusstraat met tuin

Ontwikkelingen

Het aantal leerlingen van de scholen nam gestadig toe. In 1916 waren er 17 leerkrachten werkzaam, waarvan 12 broeders.
In 1917 werd begonnen met een negende klas zodat vanaf september met een volledige mulo-bezetting gewerkt werd. Op het einde van het jaar telden de 7e, 8e en 9e klas tezamen 29 leerlingen.
Met de uitbreiding van de scholen nam ook het aantal broeders toe. Het klooster werd geleidelijk te klein. In 1923 vond een interne verbouwing plaats en werd ook een nieuw gedeelte bijgebouwd. De broeders hoefden niet langer op een slaapzaal te overnachten, maar kregen de beschikking over eigen kamertjes. En eindelijk werd de zo vurig begeerde centrale verwarming een realiteit.



De communiteit in 1933
   De groei van het onderwijs ging in de jaren die volgden onverminderd voort. Op het eind van 1929 telde de St. Vitusschool lo 271, de St.Vitus mulo 47 en de St. Willibrordusschool lo 246 leerlingen, in totaal dus 564.
Er was een tekort aan ruimte voor de mulo. Dat werd opgelost door op het bestaande schoolgebouw een nieuwe verdieping te bouwen met vier leslokalen.

De bouwwerkzaamheden werden uitgevoerd in 1931 en op 7 september van dat jaar begon de mulo in haar eigen lokalen.

Jubileum

Het jaar 1933 was een jubeljaar voor de Bussumse communiteit, daar het toen 25 jaar geleden was, dat de broeders met het onderwijs in Bussum waren begonnen. Het jubileum werd op grootse wijze herdacht en van de zijde van verschillende kerkbesturen en van ouders en oud-leerlingen werd op hartelijke wijze de dankbaarheid en waardering getoond voor het werk van de broeders.
Ook de burgemeester voerde tijdens de receptie het woord. Spreker (zelf niet katholiek) dankte de broeders voor het vele goede werk door hen verricht. “Zij hebben”, - zei hij – “de kinderen niet alleen onderwijs gegeven, maar de jeugd ook tot God gebracht.
  
De wensen, die de toenmalige burgemeester bij de opening van de scholen in 1908 uitsprak, zijn in vervulling gegaan, namelijk dat de opening der scholen ertoe zou meewerken om het katholiek onderwijs en de goede roep, die er van het Bussumse uitgaat, te versterken.”


===================