DE BUSSUMSE BROEDERS VAN MAASTRICHT II

Gouden feest

Wanneer iemand zijn gouden feest viert, kan men met reden zeggen dat hij oud wordt. Bij het 50-jarig bestaan van het Bussumse huis blijkt het tegendeel: het bruist volgens de annalen van jong leven en er worden met lust en ijver bergen werk verzet. De officiële datum was 28 april 1958 en hoewel op een maandag vallend, is het jubileum op deze dag gevierd.

In een goedwillend zonnetje verzamelden zich ongeveer zevenhonderd jongens op de speelplaats, om van daaruit naar de versierde St-Vituskerk te trekken, gevolgd door alle broeders, waaronder de algemene overste Br. Avellinus Janssens, Br. Remund Pennings, mede-bestuurslid (zelf geboren en getogen Bussumer en oud-leerling van de school), broeder-overste Leocadius van Brakel en de oud-oversten van Bussum. Na afloop van de plechtige hoogmis trokken allen in stoet terug.  

Bij zo'n feest hoort een groots diner !

In de officiële receptie die daarop volgde werd de broeders door diverse aanwezigen veel lof toegezwaaid. Pastoor van den Berg, voorzitter van het schoolbestuur St. Vitus, huldigde in hartelijke woorden de broeders voor hun grote bijdrage in de opvoeding van de Bussumse jeugd, speciaal om wat ze voor de parochie deden, hun medewerking aan het godsdienstig leven en de jeugdbeweging, aan cultureel leven en sportbeoefening: de broederscholen hebben nog steeds een beste klank!
De burgemeestersprak zijn waardering uit voor alles wat de broeders voor de stad Bussum deden en nog steeds met succes doen en hij hoopte dat de gemeente als zodanig steeds in staat zal blijken om aan de verlangens van de broeders voor hun werk te kunnen voldoen. In aansluiting daarop sprak ook de voorzitter van het oudercomité en van de oud-leerlingen zijn bewondering uit voor de geest van opoffering en van vriendschap van de broeders.

Afscheid van Bussum

Bij de viering van het gouden jubileum kon men nog niet bevroeden dat het einde van het Bussumse huis weldra zou volgen. De uitbreiding van de missiegebieden van de congregatie deed de behoefte aan mankracht aldaar toenemen, hetgeen het hoofdbestuur noopte tot inkrimping van de vestigingen in Nederland. In 1960 was het zover, de communiteit in Bussum werd opgeheven.

Dat de broedergemeenschap diep verweven was met het wel en wee van de Bussumse dorpswereld bleek bij het afscheid in de zomer van 1960. Niemand in Bussum dorst toen nog van het ‘zwarte gevaar’ te spreken. Bussum had de broeders diep in het hart gesloten. Door betrokkenen van alle gezindten werden tal van afscheidsfeestelijkheden op touw gezet.

Het begon met de receptie op zondag 24 juli, waarbij honderden mensen tussen de acht en de tachtig de broeders hartelijk en ontroerd vaarwel kwamen zeggen. Er waren heel oude relaties bij, evenals verschillende protestanten, zoals de kroniekschrijver expliciet opmerkte.

Huldiging

’s Avonds om acht uur werden de broeders van huis afgehaald en door de voltallige, eertijds door de broeders zelf opgerichte drumband VIJOS, begeleid naar de St. Vituskerk; mèt vlaggen, maar zónder instrumenten, want in Bussum was toentertijd zondags nog elk openbaar muziekje uitgebannen!



Défilé van de drumband VIJOS



Ook andere clubs laten zich niet onbetuigd.
   Tijdens het plechtige Lof wist de pastoor in zijn toespraak de woorden te vinden, die allen diep troffen: hij sprak van een tevreden aanvaarden van het vertrek der broeders, omdat de missie ze nodig had, een hoopvol vertrouwen waarmee de broeders hun taak elders weer zouden voortzetten en hun afscheid minder pijnlijk zou maken en het dankbaar gedenken van alles wat de broeders in Bussum in die twee en vijftig jaren deden: het goede onderwijs, de hulp aan noodlijdenden, het werk in het woonwagenkamp, de vorming van de jeugd, ook buiten schoolverband o.a. bij ‘Instuif’, tafeltennis ‘Good Luck’, het werk aan S.D.O. (de katholieke sportvereniging ‘Samenspel Doet Overwinnen’), de oprichting van VIJOS, de kostbare hulp bij parochiële hoogtijdagen: Eerste en Plechtige Communie, H. Hartfeest, Kerstmis en Pasen, enz. Namens de dankbare ouders overhandigde hij elk der achttien broeders een tweedelig brevier dat hen nog jaren aan Bussum zou doen denken.

De volgende dag, maandag 25 juli, werd ’s avonds aan de broeders een indrukwekkende hulde gebracht. Op het versierde schoolplein was voor de broeders en genodigden een tribune opgesteld.
De bijeenkomst werd geopend met een défilé waarin drumband VIJOS voorop ging, met daarna de kinderen van de lagere scholen en de ulo, leden van de sportverenigingen S.D.O. en Good Luck en de plaatselijke muziekgezelschappen.
Er volgde een avond van muziek en toespraken, waarin de vele verdiensten van de broeders op het gebied van onderwijs en opvoeding gememoreerd werden.
Aan het slot van de avond bracht vicaris broeder Stefano Meurkens de dank van de congregatie over aan allen die in een of ander opzicht het werk van de broeders hadden gesteund. Tenslotte dankte broeder-overste Leocadius allen voor de overrompelende en verlegen-makende huldiging, die de broeders in deze twee laatste dagen hadden ontvangen. Hij besloot met: “Wij zullen dit nooit vergeten”.

En de stenen bleven

Na het vertrek van de broeders heeft het broederhuis verschillende functies gehad. In de periode tot 1965 was het enkele jaren een dependance van het Vituscollege, school voor voortgezet onderwijs. In 1966 betrok de technische dienst van de NTS, de Nederlandse Televisie Stichting, het pand. En in 1987 verwierf woningcorporatie Het Gooi en Omstreken het gebouw voor de huisvesting van jongeren.
In 2012 laat de woningcorporatie het voormalige broederhuis renoveren en worden 14 appartementen voor jongeren gerealiseerd.
Ook al wonen er nu geen broeders meer, de herinnering blijft: het Broederhuis blijft bestaan.
  


de hele plaquette

=================

Nog twee bekende 'plaatjes':
De beroemde Vituskerk en het huidige gebouw, dat nog steeds het Broederhuis heet.