In dankbaar herdenken:

THEO, THEODORUS BROELMAN

geboren op 9 juli 1948 te Haarlem
overleden in Maastricht op 8 februari 2012.

Tijdens de Avondwake rond onze overleden provinciaal overste werd de volgende tekst uitgesproken.

Br. Theo Broelman werd 63 jaar. Dat is voor onze menselijke maatstaven veel te jong om te sterven. En het vraagt van ons dus berusting en wellicht geloof om met dit feit vrede te nemen.
We zijn bedroefd en zijn van slag. Op de aankondigingsbrief van zijn heengaan stond dus niet voor niets een deel van een ‘Klaagliedje” van Judith Herzberg:
“De taal van rouw stokt in onze keel. Toch moeten we die nu leren en tot de onze maken”.
Theo was een aimabele, bescheiden en belangstellende mens. Met veel schroom had hij in 1996 de taak op zich genomen van bestuurder in onze Nederlandse FIC gemeenschap. Hij voelde zich hierin aanvankelijk wat onmachtig, mede ook omdat hij veel medebroeders niet van naam en gezicht kende. Bij zijn werk aan de Servatius BLO, zijn studie aan de UTP, zijn werk binnen het Dekenale Team Maastricht en zijn pastor zijn in het Detentiecentrum voor jongeren in Cadier en Keer, had hij altijd in Maastricht gewoond.
Hij moest vertrouwd worden met het omgaan met ouderen en zieken. Hij vond het moeilijk om de dood van dierbaren te verwerken. Hij voelde zich bedeesd in het winnen van het vertrouwen van zijn medebroeders.
Toch slaagde hij daar wonderwel snel in. Dat kwam door het rustige optreden, zijn wijsheid en zijn bescheiden opstelling. Door zijn warme uitstraling en oprechte belangstelling voor veel en velen groeide hij als mens, medebroeder en bestuurder. Tot zegen van velen.

Theo genoot het meest van zijn leven in een kleine kring van mensen. Met vrienden uit eten. Met zijn collega bestuurders een dagje uit. Met medebroeders een praatje maken bij een kop koffie. Blindelings vond hij altijd leuke restaurantjes. Grappen maken, soms wat plagen, steekjes onder water geven. Theo hield van zijn vrienden. Van Aurel, van René, van Jos.
Zijn meeleven met zijn familie, speciaal met zijn moeder, was groot. We zien ze nóg samen gearmd door De Beyartgangen lopen. De genegenheid was over en weer. Dat bleek zeer nadrukkelijk in de tragische maanden van z’n ziek zijn.
Veel te vlug. Ja beangstigend vlug, is hij ons ontvallen. Dat we er vrede mee mogen hebben. Dat we de Heer danken voor zo’n familielid, medebroeder en vriend. En dat we onze ruggen recht houden.
Een jaar geleden, bij de geboorteherdenking van onze medestichter br. Bernardus Hoecken, zongen we samen met Theo:
“Mijn schild en de betrouwen zijt Gij, mijn God, mijn Heer.
Op U zo wil ik bouwen, verlaat mij nimmer meer”.

We vragen de Gever van ons leven dat Hij dit in ons mag bewerkstelligen, en ons mag helpen in de geest van Theo “broeder van mensen” te mogen blijven.

Wim Swüste