In dankbare herinnering aan

Broeder Harry Lausberg FIC

Hij is geboren op 10 mei 1930 te ‘s-Gravenhave.
Op 15 augustus 1951 werd hij geprofest als broeder Jeremias in de congregatie van de Broeders van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria (FIC).
Hij overleed op 21 juli 2017 in het woonzorgcentrum Aquaviva te Nijmegen.

Harry’s leven stond in het teken van dankbaarheid. Dankbaar voor het leven dat God hem heeft gegeven, voor zijn ouders van wie hij hield, voor zijn broeder-zijn in de congregatie FIC, voor het werk dat hij heeft mogen doen in het onderwijs en de begeleiding van de jeugd, voor het vertrouwen dat mensen in hem stelden als overste en als lid van het provinciaal bestuur, voor de mooie en menselijke contacten die hij met broeders en anderen mocht hebben, voor de mensen van het Focolare die zijn broeder-zijn hebben verdiept, voor de vriendschap en nabije steun van een vriendin die hij in zijn leven mocht ervaren.

Harry noemde zichzelf een typische doe-mens. Hij werkte hard en planmatig en bereidde zijn zaken goed voor. Dat deed hij als onderwijzer aan drie lagere scholen in Amsterdam, vervolgens als leraar aan de Mavo in Nijmegen, later als overste in Haarlen en Nijmegen en van 1982 tot 2000 als lid van het provinciaal bestuur.
Hij vond het fijn om met jonge mensen op te trekken, vooral toen hij een tijdlang klasleraar was op de Mavo. Hij begeleidde leerlingen bij de schoolkrant, hielp mee bij het functioneren van het schoolparlement en organiseerde werkweken voor de vierde Mavo. Met zijn collega’s kon hij goed overweg en hij gaf persoonlijke ondersteuning als dat nodig was.

Als overste en als lid van het provinciaal bestuur probeerde hij zo goed mogelijk open te staan voor de mensen die hem waren toevertrouwd. Hij hield niet van wijdlopige discussies, maar was gericht op de concrete mensen: wat kan ik voor hen betekenen? Dit directe contact met mensen vond hij fijn.
Op school en in het bestuur heeft hij zich steeds betrokken gevoeld bij kleine en grote mensen die buiten de boot vielen of niet tegen de omstandigheden opgewassen waren. Als bestuurslid voelde hij zich nooit verheven boven anderen, maar is hij altijd gewoon zichzelf gebleven.

Harry was een religieus mens. Op vaste tijden besteedde hij aandacht aan brevier, persoonlijk gebed en meditatie en aan het lezen en overwegen van de Bijbel. Maar hij kende ook tijden van crisis.
In de zestiger jaren twijfelde hij sterk aan zijn broeder-zijn en vroeg zich af of hij niet beter kon uittreden. Hij kwam in contact met het Focolare en ontmoette mensen, die hem weer op het rechte pad brachten en hem leerden het Evangelie heel concreet te beleven. Zijn betrokkenheid bij het “Werk van Maria” heeft zijn leven verdiept en ook de waardering voor de Stichters van de eigen congregatie FIC doen groeien.

Een groeiende vriendschap met een vrouw heeft Harry’s leven verrijkt. Het gind niet allemaal van een leien dakje, ze hebben er samen mee geworsteld en zijn door diepe dalen gegaan, maar door al die moeilijkheden heen werd hun band hechter en inniger. Zo konden zij elkaar bijstaan in ziekte en in verdrietige omstandigheden.

Harry zijn ziekten en ongemakken niet bespaard gebleven. Vooral de prostaatkanker heeft stevig in zijn leven ingegrepen. Gelukkig heeft hij daarbij veel steun gekregen van zijn vriendin. Verder kreeg hij te maken met een niet goed werkende schildklier, een lichte vorm van COPD, hartfalen en een terugkerende bloedarmoede.
In zijn “Laatste gebed” zegt Harry hierover: “Gelukkig had u mij een opgewekt gemoed gegeven, waardoor ik een hoop aankon. Er was veel dat niet meer mogelijk was voor mij. Maar ik telde mijn zegeningen: er was nog zoveel dat ik wél kon.”

Harry, we sluiten ons aan bij jouw eigen woorden in je “Laatste gebed”. “Heer, ik heb een mooi leven gehad. Moge ik me geborgen weten in uw handen en in die van uw en ons beider hemelse Moeder. Heer, bedankt voor alles wat ik van u gekregen heb, wat u mij afgenomen hebt en wat ik vanuit genade toch nog voor anderen mocht betekenen. Heer, laat nu uw dienaar in vrede gaan.”

Moge de Heer van alle leven hem opnemen in zijn onmetelijke Liefde.