In onze herinnering dragen we met respect en dankbaarheid met ons mee

Broeder Hein Gilsing FIC

Henricus Wilhelmus

Op 15 april 1929 ziet Hein het levenslicht in Eindhoven.
Hij doet zijn eerste Geloften bij de Broeders FIC op 15 augustus 1951 onder de naam van Aurelius.
Voorzien van de ziekenzalving gaat hij op 16 maart 2015 in alle vrede en rust van ons heen in De Beyart te Maastricht.

Broeder Hein behoorde tot een uniek soort mensen. Hij droeg de gemoedelijkheid van een Brabander met zich mee, kon zeer genieten van het leven, was een keiharde werker met een speciaal oog voor de zsakkeren, was uiterst collegiaal in zijn werk en hield er bij tegenslag de moed in. Hij was een trouw familielid en zijn familie was hém trouw. Een hartelijk en dienstbaar lid van communiteiten in Nederland en Chili. Een belezen en gelovig man. Zo'n medemens ga je missen en houd je nog lang in gedachten.

Na zijn binding aan de FIC werkt hij ruim tien jaar als kleermaker in De Beyart. Daar maakt hij habijten met zijn collega's onder leiding van broeder Josaphat Lippens. Hein behaalt alle vakdiploma's die er maar te halen zijn. Hij is meester-kleermaker.

In 1962 mag hij naar Chili. Hij woont en werkt in de hoofdstad Santiago. De technische school Alberto Hurtado heeft aan hem een goed docent kleding-maken. Na enkele jaren vormt hij het directieteam samen met zijn medebroeders Lo Koeleman en Kees van de Wiel. Hij zorgt voor de discipline onder de bijna duizend leerlingen en maakt roosters voor de vijftig docenten. Leerlingen en collega's dragen hem op handen. Hij is rechtvaardig en eerlijk.
Hiernaast werkt hij als coördinator in het wijkcentrum "Excelcior", richt een volleybalclub op die landskampioen wordt, jongeren aan elkaar bindt en hen zelfrespect bijbrengt.

In 2001 krijgt hij een herseninfarct en moet hij met pijn in het hart terug naar Nederland. Tot aan zijn dood draagt hij zijn lichamelijk lijden voorbeeldig, zonder klagen, opgewekt en met oog voor anderen. Een kostbaar mens in de Beyartgemeenschap en voor de Xaveriuscommuniteit.

Hij blijft in onze herinnering voortleven als een pracht mens: voor familie en medebroeders.
De hemel wordt er rijker door.