In dankbare herinnering aan

Broeder Jo (Johannes Antonius) van Es

Geboren op 15 januari 1918 te Veghel. Door het afleggen van zijn geloften verbond hij zich als broeder Ferrerius op 15 augustus 1939 aan de Broeders FIC. Hij overleed voorzien van de Ziekenzalving op 10 februari 2012 in De Beyart te Maastricht.

Na zijn professie begon Jo zijn onderwijsloopbaan in Heerlen, waar hij later hoofd van de school werd. In diezelfde functie werkte hij ook in Wehl en in Weert.

Rond de jaren 70 ontstond er een samenwerkingsverband tussen vier congregaties om gezamenlijk zwakke scholen een extra impuls te geven. Jo besloot daaraan mee te doen en werd leerkracht aan een school in Sint Willebrord. Hij vond het fijn om met kinderen op te trekken en ze het beste mee te geven van wat hij te bieden had. Dat wil niet zeggen dat het leven van Jo een grote vloeiende beweging was. Hij had zo zijn twijfels, zijn aarzelingen en vragen. Hij kon daar aanvankelijk met zijn broer Frans (Ronaldus) goed over praten.

Het verblijf in Sint Willebrord was van korte duur. Een jaar later verhuisde hij naar Haarlem, waar hij het niet gemakkelijk had. Vaak zocht hij zijn toevlucht in de muziek, waarin hij helemaal kon opgaan. In Haarlem kon hij niet echt aarden en hij verhuisde naar Weert, waar hij les ging geven aan de school waar hij eerder hoofd was geweest. Na de opheffing van het huis in Weert verhuisde Jo naar Waalwijk, waar hij na enkele jaren werd gevraagd om lid te worden van het huisbestuur.

Jo leefde mee met het wel en wee van zijn medebroeders en stond altijd klaar om de helpende hand te bieden. Omdat zijn levenspad niet altijd over rozen was gegaan, kon hij goed aanvoelen wat er in zijn medebroeders omging. Hij deed dat op een eenvoudige en bescheiden manier. Dat kon hem dan toch wel eens te zwaar worden en dan was daar weer de muziek om hem er overheen te tillen.

Na de sluiting van het Waalwijkse huis kwam Jo naar Woonzorgcentrum De Beyart in Maastricht. Hier kon hij zijn hobby houtbewerking beoefenen, muziek maken en de tuin en de stad ingaan. Later zou hij dankzij zijn scootmobiel zich soepel door het Maastrichtse verkeer bewegen om naar O.L.V. Sterre der Zee te gaan. Hij genoot ervan, dat hij nog overal heen kon gaan. Het was zijn lust en zijn leven.

Langzaam maar zeker liet zijn lichaam hem weten, dat het niet alles meer kon. Dat er grenzen waren aan wat mogelijk was en dat zijn wereld steeds kleiner zou worden. Op het laatst was die wereld niet groter dan zijn kamer. Daar is hij opgenomen in de grote hand waarin zijn naam geschreven staat.