In dankbare herinnering aan

Broeder Piet Neggers FIC

Petrus Jozef

Hij is geboren op 22 maart 1937 in Eindhoven. Op 15 augustus 1965 verbond hij zich als broeder Erhard aan de Congregatie van de Broeders van Maastricht. Op 2 maart 2015 overleed hij geheel onverwacht in zijn appartement aan de Via Regia in Maastricht.

“Laat niets je verontrusten,
laat niets je beangstigen.
Alles gaat voorbij.
God verandert niet.
Geduld bereikt alles.
Wie God heeft, ontbreekt het aan niets.
God alleen is hem genoeg.”


Deze woorden van Teresa van Avila stonden in de ringband met uitspraken en citaten, die Piet bijhield als een soort spiegel om naar zichzelf en zijn leven te kijken. Ze vormen een basiszekerheid voor zijn leven, waaraan hij zich ten diepste kon vasthouden.

Opgegroeid in Eindhoven als jongste van een gezin van elf kinderen volgde hij zijn twee broers - Franciscus Xaverius en Bertrand - na en werd ook hij een broeder van Maastricht.
Na zijn professie in 1965 speelde zijn werkzame leven als onderwijzer zich af in de stad Maastricht. Hij werkte aan de St.-Bernardusschool aan de Capucijnengang en later aan de Lucasschool in de wijk Malberg. Hij was daar een betrouwbare, rust uitstralende leerkracht, met sociaal gevoel voor zijn niet zo gemakkelijke en vaak ook zwakke leerlingen, die hem graag mochten. Hij toonde zich een stabiele pijler van het team dat op hem kon bouwen.
Eind 1992 ging hij in de VUT vanwege een scholenfusie. Daarna maakte hij zich verdienstelijk door het geven van Nederlandse les aan asielzoekers en allochtone Nederlanders. Met een aantal van hen bleef hij contact onderhouden.

Piet ging in 1971 van de grote communiteit van De Beyart naar de kleine groep van de Annalaan. Dáár, met veel ruimte voor de eigenheid van ieders persoon, voelde hij zich echt thuis. Hij kon zich daar ontplooien als de persoon die hij was: niet de man van het grote gebaar, niet van (kouwe) drukte, maar als een rustige, stabiele persoon, met een vanzelfsprekend dienstbetoon en gehecht aan zijn vaste dagelijkse activiteiten. Een man met veel humor ook en een gezond relativeringsvermogen.

Toen de communiteit steeds kleiner werd en tenslotte werd opgeheven, kreeg Piet van het provinciaal bestuur verlof om als broeder alleen te gaan wonen in een appartement aan de Via Regia. Daar leidde hij een wat teruggetrokken bestaan en voerde hij zijn huishouden op een zeer ordelijke manier. Hij bleef contact houden met de oud-Annalaners, met Els Lemaire de kokkin van De Beyart, met de mensen die hij taalles gaf en met andere bewoners van zijn flat. Zijn zus Mia uit Eindhoven kwam vaak op ‘vakantiebezoek’ en broeder Maarten Bouw (Ties) was zijn vaste Maastrichtse bezoeker. Ook de leden van het provinciaal bestuur waren altijd welkom om met hem een gesprek te hebben.

Piet had een haperende gezondheid met kwalen en ongemakken. Hij raakt echter niet in paniek en droeg zijn ‘lijden’ op een reële manier zonder veel te klagen.
Piet was een gelovig man, die niet geknecht wilde worden door kerkelijke structuren en hiërarchie, maar vrij wilde zijn mét zelfdiscipline, want hij kende de zwakheid van de mens.
Zijn ringband met genoteerde uitspraken toont zijn gezonde worsteling met het leven als broeder en religieus. Zijn basisvertrouwen in de God van de Liefde heeft hem echter nooit ontbroken.

Wij blijven ons Piet herinneren als een oprechte en trouwe broeder FIC.