Onze dierbaren waarvan we afscheid moeten nemen, blijven in leven wanneer we hen gedenken en met ons mee blijven dragen.
Dat geldt bijzonder voor:

Broeder Silvio Zimmerman FIC

Otto Antonius Cornelis Dyonisius

Otte zag het levenslicht op 14 juni 1931 in Waspik. Op 15 augustus 1956 legde hij zijn geloften af in de Congregatie van de Broeders FIC onder de naam Silvius. Voorzien van de ziekenzalving ging hij in alle rust van ons heen op 17 september 2015 in woonzorgcentrum De Beyart in Maastricht.

Komend jaar zou Silvio zijn diamanten feest hebben gevierd in onze Congregatie. Het is hem gegund om dat in de lieve vrede van Gods aanwezigheid te vieren, want we geloven vast dat zijn Schepper hem bij zich heeft opgenomen. Hij was immers een zeer goedmoedig mens, die velen voor zich wist te winnen en aan hem te binden door zijn zachtaardigheid en oprecht meeleven. Zelf zei hij: "We leven ons leven als broeder uiteindelijk om God."

Het aangezicht van die God zag hij in de mensen die hij in Spanje, Chili en Nederland ontmoette. Die werden door hem aangesproken en vóelden zich daardoor ook aangesproken. Een ruimhartig man die goed kon luisteren. Iemand die de ander serieus nam. "Hij was als een vader voor me", zegt een Spaanse medebroeder over Silvio.

Ruim twee en twintig jaar was hij werkzaam in Noord-Spanje vanuit ons juvenaat in Miranda de Ebro. Na de, voor hem pijnlijke, opheffing van ons werk in dit land, verbleef hij nog ruim vijftien jaar in Chili, waar hij zich trouw inzette in onderwijs en vorming. Vrijwel op elke plaats waar hij verbleef kreeg hij de eindverantwoordelijkheid te dragen voor zijn medebroeders. Die taak verrichtte hij vaak naast werk op school, waar hij door ouders en studenten op handen werd gedragen.

In 1998 keerde hij na een sabbatjaar naar Nederland terug. Ook in Rotterdam en later in Maastricht vroeg men hem huisgenoten nabij te zijn in de leiding.
Langzaamaan onderging hij de nare gevolgen van een proces van dementeren. Hij heeft dit tragische proces van versluiering van denken in geloof gedragen.
In de verpleegafdeling van De Beyart was hij - ondanks het feit dat hij nauwelijks nog sprak - een eiland van vrede en rust. Met grote toewijding werd hij hier omgeven en door familie, medebroeders en vrienden met respect en genegenheid gejegend.
We verliezen in hem een man die de tederheid bewaarde. Dat was zijn kracht, waarvoor we hem veel dank verschuldigd zijn. We dragen hem mee in ons hart.