terug

IN MEMORIAM BR. ARNOLD SMAL

Hij is geboren op 17 februari 1942 in Amsterdam.
Zijn professie deed hij op 15 augustus 1962 in Maastricht.
Op 21 augustus 2013 overleed hij in het Academisch Ziekenhuis Maastricht.

“Jij hebt mijn teken verstaan om te gaan. De velden staan zwart van de mensen. De wereld staat wit van de angst. Ga desnoods de wegen van wanhoop en niet meer weten.” We hoorden dit in de eerste lezing. Het zijn woorden die passen op het leven van onze goede Arnold, die we vanmiddag uitgeleide doen. Bedroefd zijn we, familieleden die hem zo dierbaar waren, huisgenoten die van hem hielden, medebroeders in Nederland en in Ghana, waarvan er vanmiddag een aantal in ons midden zijn. Ze zijn ons tot troost.

Gisterenavond werd een tekst gelezen uit een artikel dat Arnold schreef in ons blad ‘Oriëntatie FIC’. Dat was bij gelegenheid van zijn gouden professiefeest in 2012. Hij schreef heel open over de dingen die gelukt en mislukt waren in zijn leven. Over tegenslag maar ook over ondervonden genegenheid en vreugde. Hij vroeg zich af of dit nu allemaal de vruchten waren van vijftig jaar broederschap en hij besloot met: “Als ik dit zo opschrijf, lijkt het wel de homilie die ik schrijf voor mijn eigen begrafenis. Maar zover is het nog niet. Ik mag nog zoveel moois verwachten.” Het afgelopen jaar heeft hem inderdaad veel moois gebracht, maar ook onzekerheid, ongeduld en onbegrip dat het allemaal zo lang duurde voordat hij werd onderzocht en geopereerd. En toen het, iets meer dan een week geleden, eindelijk zover was, was het eigenlijk al te laat. “Het gaat slecht met me. Heel slecht.” In het bijzijn van zijn trouwe broer Frits en schoonzus ging hij, op 21 augustus, naar de plaats van eeuwige schoonheid en vrede. Daar geniet hij nu van oneindig veel moois.
In 1954 vertrok Arnold vanuit Amsterdam naar ons juvenaat in Zevenaar. Met een grote groep clubgenoten deed hij in 1962 zijn professie. Zeven jaar later ging hij voor vier jaar naar Dublin om zich voor te bereiden op zijn uitzending naar Ghana. Hij haalde daar zijn bevoegdheid ‘Bachelor of Science’. Hij zou hierna, bijna 35 jaar lang, zijn ziel en zaligheid geven aan zijn medebroeders en inwoners van het hem zo dierbaar Ghanese land. De vele familieleden die hem daar opzochten, kunnen ervan getuigen hoe enthousiast hij hen rondleidde. Ze konden ze vaststellen dat hij daar wortel had geschoten. “Je moet als een boom aan de bron zijn. Een haven om thuis te komen. Een hartstocht, een vurige wagen. Een taal die iedereen spreekt” hoorden we zojuist lezen.

Arnold werkte aan de Nandom Seconary School en werd directeur van St. Charles in Tamale. Hier had hij het zeer naar zijn zin. Toen hij benoemd werd tot eindverantwoordelijke voor Nandom Sec. viel hem deze taak zwaar. Hierbij kwam aan het licht dat hij een mens was van ontwapenende onzekerheid, met de steeds terugkerende vragen van ‘Doe ik het wel goed?’
‘Laat ik de jonge mensen en docenten wel voldoende tot hun recht komen?’ Hij was zijn leven lang geen man die met veel overtuigingskracht zijn eigen mening naar voren wilde brengen. Daar was hij veel te eenvoudig van inborst voor. In 1992 ging hij in Accra wonen en kreeg hij de taak als provinciaal econoom. Hij werd hierbij geassisteerd door Patrick Binneh. Tot aan zijn afscheid in 2009 zou Arnold deze functie vervullen.

Arnold was een man met een – letterlijk en figuurlijk - groot hart. Hij wist genegenheid en aandacht te delen. En hij was zeer gelukkig dat hem dit ook werd gegeven. “Ik verzorg de geldzaken van de broeders, zodat mijn medebroeder Alexis de arme boeren kan helpen en Gerard de bedelende zieke weduwe eten kan geven,” vertelde hij over zijn insteek van werken. “Hierbij voel ik mezelf soms blind en lam. Ik twijfel aan mezelf en voel me vaak een zwak mens.” In 2005 voelt hij zich oververmoeid. In het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam moet hij een zware hartoperatie ondergaan. Hij laat zich daarna begeleiden om naar lichaam én geest een sterker mens te worden. In 2009 geeft hij met pijn in het hart toe dat zijn gezondheid terugloopt. Na een warm afscheid gaat hij terug naar Nederland en wordt hij lid van de Rotterdamse communiteit. Dit huis wordt opgeheven en Arnold verzucht: “Ik heb geen thuis meer. Geen thuis waar we toch allemaal zo naar verlangen.”

Dat wordt hem geboden in de Capucijnengang in Maastricht. Hij vindt er zijn weg. Is behulpzaam, geniet van de stad en de natuur in lange wandelingen, die met het klimmen der maanden steeds korter worden. Op lokale beraden toont hij zich een wijs mens, geslepen door het leven. Hij vertelt dan over zijn zoeken naar God, zijn reisgenoot, die een stok voor hem snijdt, die Arnold mag ervaren als de weg die hij moet gaan. Hij maakt tekeningen en power-point presentaties die uitdrukking geven aan zijn diepere gevoelens, waarover hij met enthousiasme kan spreken. Hier licht hiermee een stukje van zijn onzekere innerlijk op.


We laten hem nu los, in verdriet en met pijn. Een grote man die tastend naar de waarheid en de liefde zocht. Een man die een spoor van genegenheid nalaat. Een dierbaar mens die nu rust in een zee van zekerheid en liefde, in de schoot van zijn Heer. Dat we hem in respect en dank blijven gedenken.

Wim Swüste

naar boven