IN MEMORIAM BR. CARLOMAN SMIT

Geboren: 22 november 1928 te Den Haag.
Geprofest: 15 augustus 1950 te Maastricht
Overleden: 12 september 2011 in De Beyart Maastricht

Vanmiddag nemen we afscheid van een gedreven man. Gedreven was hij in zijn taak als leraar die hij met enthousiasme invulde in zijn toegewijde zorg aan het gehoorgestoorde kind in Sint Michielsgestel in zijn taak als docent aan de leerlingen van Oud Vroenhoven hier in Maastricht. Gedreven in de talloze congregationele taken die hij met groot plichtsbesef vervulde: als bestuurslid van communiteiten, als lid van kapittels, als directeur van het toenmalige Kloosterbejaardenhuis De Beyart, als zorgzame eindverantwoordelijke voor de Beyartmedewerkers, als ijverig bewaker van de bouwkundige situatie van onze mooie Beyart en als zorgvuldig beheerder van ons congregatiearchief. Het was een inzet waarbij hij de uren niet telde. Voor br. Carloman stond het leveren van een goed eindresultaat voorop. Gedreven en plichtsgetrouw tot aan zijn dood.

Carloman liet een rijkelijk geïllustreerde levensbeschrijving na, die zo'n zestig pagina's telde. En bij het naderen van zijn levenseinde vroeg hij toch met enige aandrang "dat alles wat erin stond toch écht verteld moest worden bij zijn afscheid". We zullen die vraag niet helemaal inlossen. Maar het tekent hem geheel en al: zaken regelen tot over zijn heengaan heen. Zelfs tijdens het toedienen van de Ziekenzalving, vorige week, nam hij zelf het heft in handen, door enkele malen met zijn zeer zwak geworden stem, zijn eigen inbreng te hebben.

Jo was een nakomertje in het gezin. Zijn broer Frans was zes jaar voor hem geboren. Zijn zus Bep tien jaar voor hem. Met haar zou hij een bijzondere band houden tot haar heengaan. Heel trouw bezocht hij haar, regelde haar verhuizing naar een verzorgingshuis en hield zijn medebroeders van de Ludovicuscommuniteit goed op de hoogte van haar situatie. Jo was een man die uitgebreid en smakelijk over zijn ouders en familie kon vertellen. Veelal gebeurde dat bij vlagen in het plat Haags. Hij zat bij de broeders aan de Herschelstraat op school en ging in september 1942 naar ons Juvenaat in Zevenaar. Een paar jaar gaf hij les aan de Stadhouderskade in Amsterdam en kreeg in 1953 zijn benoeming om aan het Instituut voor Doven in St. Michielsgestel te gaan werken.

Om dit werk deskundig te kunnen doen, behaalde hij zijn diploma's Dovenonderwijs en mocht hij zich na 1956 gediplomeerd logopedist noemen. Zijn liefde voor taal en letterkunde kreeg zijn bekroning in 1962.Tussen zijn onvermoeibare inzet voor zijn leerlingen, wist hij toen zijn bekwaamheid Nederlandse Taal en Letteren te behalen. Tot 1968 was hij lid van het huisbestuur in deze communiteit, waar in die jaren de oud-novicenmeester Br. Monulphus Nijssen overste was. Vanaf het begin van deze communiteit in 1845 was de behuizing van onze broeders eigenlijk beneden alle peil. Ze sliepen in chambretjes op zolder. Er kwam pas in 1966 een nieuwbouw, waarbij Carloman br. Monulphus op de wekelijkse bouwvergaderingen bijstond. Dat was het eerste begin van een lange en zeer verdienstelijke traditie die hij opbouwde in het bouwen en verbouwen van de gebouwen waarin hij in onze congregatie woonachtig was: aan de Tongerseweg in Maastricht en in De Beyart. Van 1981 tot 1987 was hij betrokken bij de leiding van de toenmaals grote communiteit aan de Tongerseweg. Hij was daar docent aan de Havo en gaf zijn lievelingsvak Nederlands. Oud-leerlingen weten nu nog te vertellen met hoeveel liefde en enthousiasme hij hen bijbracht hoe belangrijk 'taal' wel is. Na zijn pensioen zou hij met toewijding de leiding van de Beyartbibliotheek verzorgen. En hij was zelf een van de meest enthousiaste gebruikers ervan.

Ik herinner me nog de gesprekken die we hadden in 1986 - 1987. Br. Thomans Bänziger, die jarenlang de directeur was geweest van ons kloosterbejaardenhuis De Beyart, was aan zijn rust toe. Het provinciaal bestuur moest op zoek naar een opvolger. Ik mocht toen aan Carloman gaan vragen of hij die taak niet wilde overnemen. Hem goed kennende, moest dit verzoek met de nodige omzichtigheid plaats vinden. Achteraf gezien schaam ik me diep dat we hem voor de overstap van de Tongerseweg naar De Beyart met zo'n omvangrijk takenpakket hebben gevraagd. Hij werd per 1 september 1987 n.l. niet alleen directeur van het KBO, maar ook adjunct directeur van De Beyart, hoofd van de personeelsafdeling en kreeg hij ook de eindverantwoordelijkheid voor het onderhoud van het Beyartcomplex, samen met Pierre Nijsten, die hoofd technische dienst was. Als ik deze taken zo achter elkaar opnoem, was het eigenlijk een onmogelijke opdracht om die allemaal goed te vervullen. Toch nam hij die op zich en had ook nog de tijd om zich te bij te scholen in bejaardenzorg en -verpleging. Deze opleiding maakte hij overigens niet af. Hij was er intellectueel méér dan wie ook, toe in staat die te volgen. Maar toen hem werd gevraagd mee te doen aan counselingsgesprekken en zich te trainen in groepsgesprekken en begeleiding, liet hij het afweten. "Aan die zielpeuterij doe ik niet mee, hoor! Daar heb ik mijn buik van vol". Dus gaf hij ongediplomeerd leiding. Met zijn neus in de wind.

Daarna zou hij nog enkele jaren voorzitter zijn van de Algemene Kommissie Oudedagsvoorziening Religieuzen, de AKOR, in het Zuiden van ons land. Het moet gezegd worden - en daarom doe ik dat dan ook - dat de concrete mens in al de inzet van Carloman, helemaal voorop stond. Hij kon zich zeer opwinden als zaken niet naar zijn zin verliepen, maar als het om het welbevinden van medebroeders ging, toonde hij zich zeer uiterst strijdvaardig. Op de Tongerseweg maakte hij met oudere medebroeders vaak autotochten. Hij had op De Beyart voor medewerkers en medebroeders steeds een luisterend oor. Op bestuursvergaderingen kon hij zich opwinden als er geen recht werd gedaan aan mensen.

Hij bouwde en ver-bouwde wel heel erg veel, maar de concrete mens ging bij hem, boven stenen en nieuwe daken. Het is eigenlijk niet op te sommen wat er onder zijn leiding aan het gebouw waarin we nu verkeren, is versleuteld en veranderd. Deze kapel werd onder zijn toezicht tot tweemaal toe vergroot. De wasserij werd vernieuwd, de keuken verbouwd, de drie zolders werden van nieuwe appartementen voorzien, het Trefpunt ingericht, een onderdoorgang naar het Zustershuis aangelegd, de machinekamer geheel vernieuwd en aangepast, de verwarming bij de tijd gebracht. Hierbij had Carloman veel steun en goed advies van de heer Wim Nengerman, die onlangs ook overging naar een ander leven.

"De mens is meer dan zijn werk", horen we steeds zeggen. Carloman was daar ook van doordrongen. Hij was een trouwe medebroeder bij gebedsbijeenkomsten en vieringen. Hij las ontzettend veel en was goed bij de tijd. Vaak trof je hem biddend aan, want hij was een man van diep geloof. In de roerige jaren na Vaticanum II hielp hij mee om ons aan een nieuwe Leefregel te helpen en was hij een toegewijd kapittellid. Carloman was ook een man die zielsveel van de Congregatie hield. Hij vond het een eer om in februari 1993 benoemd te worden tot archivaris. Hij beheerde ons archief als een terriër, als was het zijn persoonlijk bezit. Zaken 'eventjes lenen' zat er niet altijd aan. Hij begeleidde dan ook met enige pijn in zijn hart, de overdracht van ons archief naar het Gemeentearchief Maastricht en daarna naar het algemeen Kloosterarchief in Sint Agatha. "En van onze grote fotoverzameling blijven ze met hun handen af. Die houden we lekker hier in huis. Ik ga me daar voor elke foto, geen lange reis naar St. Agatha maken," hoorden we hem zeggen.

In de doorloop van de aula naar de oude bouw staat in een nis een mooie houten kist, waarin ons Liber Defunctorum wordt bewaard. Het boek waarin onze honderden voorgangers met hun naam en sterfjaar staan vermeld. Tot voor kort lichte Carloman elke mogen de glazen deksel op en keerde hij een pagina om. Een mooi gebaar van groot respect voor onze overledenen. Dezer dagen zal ook zijn naam aan de lijst van 2011 worden toegevoegd. Dat zal gebeuren in groot respect en dank, van familieleden, van medebroeders, van allen die deze gedreven mens in hun leven mochten ontmoeten.

"Onrustig is ons hart tot het rust vindt bij God", staat zeer toepasselijk op de rouwbrief van br. Carloman. Rusteloos tot aan het einde van zijn leven. Rusteloos goed willen doen, erbij willen horen, erbij willen zijn. Zijn naam staat geschreven in ons Dodenboek. Maar die blijft ook geschreven in ons hart. En met gouden letters geschreven in de Hand van God, die hem meevoerde naar zijn eeuwige en welverdiende rust. In groot respect blijven we aan Johan, Bertus, Marie Smit, onze dierbaar familielid en goede medebroeder Carloman, denken.

Wim Swüste