IN MEMORIAM BROEDER EDWARD BLOETJES.

Hij is geboren op 19 oktober 1935 in Amsterdam.
Zijn eerste Geloften deed hij op 15 augustus 1959 in Maastricht.
Hij overleed op 3 augustus 2017 in het wooonzorgcentrum De Beyart te Maastricht.

“We moeten leren om de dood tot onze vriend te maken. Wanneer we de eindigheid van elk mensenleven aanvaarden, en daarmee leren omgaan, kunnen we in vrede van ons verblijf op aarde afscheid nemen,” zo houdt priester, professor en mantelzorger, Henri Nouwen ons voor.

Onze goede Edward, die wij vanmiddag voor het laatst in ons midden hebben, had best wel veel moeite met de mededeling die hij kreeg dat er geen genezing meer was en dat hij niet lang meer te leven had. De gelovige grond zakte onder zijn voeten weg en hij was totaal van slag. Dankzij goede hulp, meevoelende gesprekken en steun, vond hij berusting in dit pijnlijke gegeven. Hij ging zaken regelen , ruimde zijn kamer op, nam afscheid en …bleef nog een hele tijd onder ons.
Een half uur voor zijn heengaan op 3 augustus had hij nog enkele telefoongesprekken, waarna hij om 11 uur ontslapen op zijn appartement werd aangetroffen. In vrede had hij van zijn verblijf op aarde afscheid genomen.
Een leven van 82 jaar, waarvan hij er 58 ‘broeder van mensen’ was. Als erfenis laat hij ons, familie, medebroeders en betrokkenen bij de Servaasbasiliek, een mooi voorbeeld van dienstbaarheid.

Johan Bloetjes is in 1935 geboren in Amsterdam. Zijn vader dreef daar een winkel voor melkproducten en kruidenierswaren. Hij ging naar school bij de Broeders FIC aan de Stadhouderskade. Tegen mij vertelde hij eens ‘dat hij toen al een sterke drang voelde om zijn leven in dienst van de Heer te plaatsen’.
Misschien tot verdriet van de broeders, meldde hij zich aan bij het juvenaat van de Paters van de H. Geest in Weert. Deze oordeelden na enkele jaren, dat hij zijn roeping eens goed moest heroverwegen en dat Johan naar huis kon gaan. Voor hem was dit een grote tegenvaller. Hij pakte zijn leven in Amsterdam weer op en hielp zijn vader in de zaak. Zes jaar lang bracht hij, in alle vroegte met een bakfiets, melk rond. Dat deed hij met goede toeleg, maar zijn verlangen om niet de klanten van zijn vader, maar de Heer dienstbaar te zijn, kreeg steeds weer de overhand. In 1957 kreeg hij verlof van zijn ouders naar Maastricht te gaan. Daar volgde hij zijn vorming in het religieus leven en legde hij in 1959, in de voormalige grote Beyartkapel, zijn 1e Geloften af.

Broeder Edward kreeg toen een volgende kans om dienstbaar te zijn. Hij verzorgde vol toewijding het huishoudelijke werk in onze kloosters in Venlo, Nijmegen en … op de Stadhouderskade in Amsterdam. Toen dit huis in 1966 werd opgeheven hielp hij mee met het leeghalen van het pand.
Later zei hij: ‘Met een zucht van verlichting leverde ik, als laatste bewoner, de sleutel van dit huis in bij de overste aan de Postjesweg. Ik was erg blij dat ik in Maastricht een nieuwe taak mocht gaan vervullen van gastenmeester in De Beyart.”
Onze congregatie had in die tijd nog een ‘Directorium’. Daarin stond nauwkeurig omschreven wat van elke broeder in zijn specifieke apostolische taak werd verwacht. “De gastenmeester gedrage zich zedig en waardig, zoals het een religieus betaamt. Hij vergete niet dat mensen uit de wereld alles opmerken. Hij moet daarom voorzichtig zijn in het spreken tegen de gasten. Sterke dranken worden de bezoekers niet aangeboden. Alleen in bijzondere gevallen kan de overste hiertoe verlof geven.”

Edward nam na 27 jaar gastenmeesterschap, in mei 1993 afscheid van deze taak, waarbij hij in de latere jaren geassisteerd was door de broeders Karel Geboers, Ton Simons en Guido Wigman.

Het jaar daarop werd hij hulp-koster in de basiliek van Sint Servaas. Deze taak zou hij 19 jaar lang met groot plichtsbesef vervullen. In een interview zei Edward hierover: “Vanuit een innerlijke bewogenheid heb ik steeds willen bijdragen aan een waardig verloop van de eredienst. Ik vind het heel mooi werk. Het geeft vorm aan de plechtigheden in de grote kerk of in de dagkapel. Als koster vind ik, dat je een sfeer van properheid en stiptheid moet scheppen. Alles keurig op tijd gereed leggen en niet je overhaast gedragen.” In 2012 bleek dat zijn gezondheid het niet meer toeliet deze functie nog langer te vervullen. Bij zijn afscheid in december van dat jaar reikte Mgr. Hanneman z.g. hem de bronzen legpenning uit van de Servaasbasiliek, een werkstuk van de kunstenaar Appie Drielsma, voorstellende het Lam Gods, met daaromheen de tekst ‘Vrede zij u. Het ga u goed.’ Edward was met dit bronzen blijk van waardering helemaal ‘verguld’. Deze mooie onderscheiding werd tot op heden aan slechts twee personen toegekend.

Bij de uitreiking ervan refereerde Mgr Hanneman tevens aan het feit dat Edward ook op een ándere wijze zijn bijdrage had geleverd aan de stijlvolle verzorging van de eredienst in meerdere parochiekerken. In zijn ruime atelier op een van de Beyartzolders vervaardigde hij gedurende een lange reeks van jaren 43 kazuifels, diverse koorkappen, dalmatieken en stola’s. Hij vervaardigde ook een voorhangsel voor het altaar in dagkapel, voorstellende de heilige Servatius.

Dat doet nog steeds elke maandag dienst, omdat op die dag de parochieheilige dan extra wordt herdacht. Edward zei over dit edele handwerk eens tegen me: “Ik heb nog prachtig materiaal liggen voor wel tien kazuifels. Die wil ik nog, als God het belieft, met plezier afmaken.” Deze wens is, helaas voor hem, niet in vervulling kunnen gaan.

Meer nog dan deze grote inzet voor anderen en kunstzinnige dienstbaarheid laat Edward als ‘erfenis’ de herinneringen bij ons na van een hartelijk en belangstellend mens te zijn geweest. Als je nog veel te doen had, of snel ergens heen moest gaan, was het niet zo handig om Edward tegen te komen. Omstandig kon hij je dan van allerlei nieuws op de hoogte brengen.
Edward kon genieten van het leven. Hij hield van een goed glas wijn tijdens de avondrecreaties in zijn communiteit. En hij maakte jarenlang mooie vakantie-uitstapjes met zijn trouwe vriend broeder Eliseüs Zeegers, waarmee hij ook dagelijks, toen zijn lichaam het nog toeliet, wandelingen in de stad en omstreken maakte. Edward was zeer verdrietig toen zijn vriend in augustus 2008 overleed.

Dankbaarheid was een mooie karaktereigenschap van Edward. Hij kon genieten van het vele goede dat op zijn levensweg kwam. Die dank bracht hij ook in trouw gebed voor de Heer, in de stilte van zijn kamer of in gemeenschappelijke vieringen in deze Beyartkapel. Vaak trof je hem aan met de rozenkrans in de hand.

We nemen nu in respect en dank afscheid van ons familielid, medebroeder en goede bekende. Edward heeft waar kunnen maken wat hij de Heer heeft beloofd in 1959. In het evangelie hoorden we zojuist de woorden van Jezus:
”Ik verzeker jullie : als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft het gewoon een graankorrel. Maar als de korrel sterft, draagt hij veel vrucht.
Wie zijn leven liefheeft, verliest het. Maar wie in deze wereld zijn leven prijs geeft aan anderen, leeft voort in het eeuwig leven”. Wanneer we aan het einde van deze viering het prachtige lied ‘In Paradisum’ zingen geven we onze goede Edward deze, welverdiende, wens mee:
“Mogen de engelen jou, Edward, geleiden naar het paradijs. De martelaren en alle andere heiligen zullen je daar ontvangen. Ze zullen je begeleiden naar de stad van eeuwige rust en vrede: het nieuwe Jeruzalem.” Deze rust, na een bestaan vol dienstbaarheid, heb je écht verdiend. De Eeuwige zal je loon na werken geven.


Wim Swüste.