In memoriam Fernandino van Koten

Ga de weg van de kinderen van het licht, hoorden we in de eerste lezing.
Die weg begon voor Hennie in zijn kindertijd. Zijn manier van bidden, zijn vertrouwelijke band met God en Jezus zal ongetwijfeld van invloed zijn geweest op zijn latere levenskeuze.

Diezelfde lezing spoort ons aan goed te letten op de weg die we bewandelen. Ook al gaan we die weg uiteindelijk alleen, meestal zijn er tochtgenoten, dichtbij of veraf, die ons een tijd vergezellen. Ze steunen ons in wat we doen, ze moedigen ons aan en corrigeren ons als dat nodig is. Ze bidden voor ons en we zijn van tijd tot tijd in hun gedachten. Zo zal het voor Hennie ook geweest zijn. Of hij nu in Nederland, Spanje of Chili was, hij mocht zich verzekerd weten van het gebed en de betrokkenheid van medebroeders, familie en bekenden. Die betrokkenheid is een steun als je het moeilijk hebt met jezelf of met anderen. Er gaat een positieve kracht vanuit.
Het sluit aan bij de lijfspreuk van Hennie: "Mijn hele leven voor God en de mens." Wie zo in het leven staat, hoeft niet bezorgd te zijn voor zijn ziel, of voor wat hij of zij moet eten of aantrekken of moeite doen om iets aan het leven toe te voegen.
Hennie voegde iets toe aan het leven van anderen door te zijn wie hij was: een mens met het hart op de goede plaats, betrokken bij hen voor wie hij de zorg had, en speciaal de verstandelijk gehandicapten in Buin in Chili. Ze kwamen op zijn weg.

Was hij zo vrij als een vogel, die niet zaait of maait? Hij hield van het kijken naar vogels en hij geloofde, dat ook hij zelf van de hemelse vader de voeding kreeg die hij nodig had. Misschien daarom dat hij naar anderen toe wat luchtig over zijn toenemende lichamelijke beperkingen en kwalen heen ging, alsof het niet zo ter zake was daar zoveel aandacht aan te besteden.
In gesprekken met medebroeders nam hij graag een standpunt in, dat precies het tegenovergestelde was van wat een ander beweerde, daar had hij plezier in en wat dat dan was maakte niet uit. Hij hielp anderen wanneer er technische problemen opgelost moesten worden, of het nu scheerapparaten waren of computers, hij bood de helpende hand. Hennie zou kunnen zeggen: de hemelse vader weet wel wat je nodig hebt en Hij heeft ons de vaardigheden gegeven om je zorgen weg te nemen, om je behulpzaam te zijn. Wij zijn Gods handen. Vanuit die overtuiging heeft Hennie zijn leven vorm gegeven en de functies vervuld waarvoor hij gevraagd werd.

Dat wil niet zeggen, dat het altijd even gemakkelijk was, zeker niet. Maar, weest niet bezorgd, hoorden we Jezus zeggen. Kom maar met je zorgen, want er zijn medemensen, die naar je willen luisteren, die je steunen. Dat heeft Hennie ook mogen ervaren. Handen die naar hem uitgestoken werden om hem te helpen zijn weg te kunnen vervolgen ook al waren er moeilijk begaanbare gedeelten bij.
Weest niet bezorgd, troostende woorden bij ons afscheid van Hennie, omdat we geloven, dat hij zijn weg wilde volgen in het voetspoor van Jezus. In dat voetspoor heeft Hennie niet alleen voor zichzelf geleefd. Met hart en ziel heeft hij zich ingezet voor zijn medebroeders en al die andere tochtgenoten. Hun namen staan geschreven in Gods hand. Die hand heeft Hennie nu opgenomen uit dit leven om verenigd te zijn met de Heer van alle leven, die alles in allen is.

Gelezen: EfeziŽrs 5:8-17, MattheŁs 6:25-27