Uitvaart van Ferrie Kompier

OVERWEGING

We zijn hier samengekomen om Ferrie naar zijn laatste rustplaats te begeleiden. Toch laten we hem eerst aan het woord, want hij heeft ons iets te zeggen:

Na nu komt nog een leven te beginnen,
een woning en de plaats nog onbekend.
Vergeet je naam, vergeet herinneringen,
doe afstand van de dingen die je bent.

Begin maar vast gedachten uit te wissen,
- je raakt toch sowieso je woorden kwijt-
en je gedichten, die geen mens zal missen,
mogen verdampen in vergetelheid.

Vergeet ook niet de sporen weg te vegen
van alle rommel die nog voor je ligt;
laat anderen de vuilnisbak maar legen
en trek dan zelf de deur achter je dicht.

En wat dan? Wat staat je verder nog te wachten?
Een lange zoektocht, of een korte reis?
Koester dan maar nog één laatste gedachte:
terecht te komen in het paradijs.
  

De lezingen die we hoorden gaan over taal en woorden. En het gedicht komt uit zijn bundel Jaargetijden uit 2005 en sluit met de woorden: terecht te komen in het paradijs. Wij, levenden, vergeten niet licht de sporen die Ferrie ons heeft nagelaten. Zijn woorden zijn gevat in bundels, tijdschriften, taalmethoden en kinderboeken. De serie De Gnobbels is van zijn hand. Hij denkt en schrijft over ons leven en hoe het verder zal gaan. Het zijn woorden, gedachten en herinneringen die levend maken, die getuigen van een nieuw en ander bestaan en ons toch ook binden aan ons eigen leven en dat van elkaar, opdat we elkander bij de hand houden en niet verloren lopen. Zo leeft Ferrie voort in ons midden. De Engelsen hebben daar een mooi woord voor: remember, iemand opnieuw member, lid maken, in gedachten houden als aanwezige.

Zo is Ferrie onder ons aanwezig. Als verzamelaar van pijpen, vogelfluitjes, tegeltjes en kerststallen. Hij weet waar ze vandaan komen en doet zijn best om er alles over te weten te komen. Hij verzamelt ook woorden, die hij op een of andere manier zo rangschikt, dat ze aan diepte en betekenis winnen en zo toch iemand kunnen raken. Woorden die blijk geven van levenskracht, ze nestelen zich in je en kunnen plotseling weer tevoorschijn komen. Ineens kan er zomaar een zin boven komen, die je ergens in zijn gedichten hebt gelezen of gehoord.

Ferrie is niet alleen een verzamelaar. Hij heeft 42 jaar onderwijs gegeven. Hij heeft kinderen de liefde voor taal bijgebracht, dat kan niet anders. En het is een grandioos afscheid geweest daar in de Henricusschool in Amsterdam toen de tijd gekomen was.

Dan begint er een nieuwe fase. Een naschoolse tijd, die gevuld wordt door het corrigeren van Oriëntatie en gedichten schrijven voor de middenpagina. Een tijd om lector te zijn i n de parochiekerk en mee te werken om de kerk schoon te houden en serieus gedichten te schrijven die in bundels verschijnen.

En dan is er die tijd in Halfweg die uiteindelijk uitloopt op zijn verhuizing naar Maastricht. Die tijd waarin Henk steeds meer de sturende begeleider wordt in zijn leven. Het huis waarin hij woont is zijn huis niet meer en wat hij zoekt is niet meer te vinden. Er vallen gaten in zijn brein, een woord een naam is plotseling verdwenen. Misschien is een Bijbelse term ballingschap.

Ik wil sluiten met een gedicht van Dorothee Sölle omdat het voor mijn gevoel een antwoord is op zijn broeder-zijn:

Je hebt me ergens om gevraagd
je stem was vast en
je articulatie duidelijk
je hebt gesproken als iemand
die heeft nagedacht en weet
wat hij wil


Je hebt me ergens om gevraagd
en ik had gedacht je hebt het verleerd
om ergens om te vragen en te luisteren
als ik jou vraag
ik had gedacht we zijn dood voor elkaar
omdat we elkaar nergens meer om kunnen vragen

Geheim van het geloof
god om leven vragen elke dag
god om leven horen vragen elke dag

Br. Kees Gordijn

VOORBEDEN

Laten we bidden tot God van alle leven in dankbaarheid voor zijn Liefdegave aan ons in broeder Ferrie.
Namens u allen wil ik bidden geholpen met de dichterlijke woorden van Ferrie, mijn dierbare medebroeder en clubgenoot.

1. (De muren om mij heen)
worden niet gewaar
waarom ik alle jaren
zo vaak naar buiten staar
als heb ik niets te doen.

Maar kennen zij het licht
waarin ik mag ervaren
dat God met elk gedicht
mij in beweging houdt? (Dichten-p.69)

God, wij danken U
voor Ferrie’s gave van dichterlijke creativiteit, liefde voor de taal en het licht van de beschouwing, waarmee hij velen blijheid, troost en bemoediging heeft geschonken.
Dat wij steeds meer uw taal leren spreken en daardoor meer met elkaar verbonden worden = de taal van de liefde, van U die Liefde zijt.

2. Kinderen zijn kinderen
en die zijn altijd lief.
Dat ligt niet aan de regen
of aan de zonneschijn: je komt ze zo lief tegen
waar mensen mensen zijn.

…Kinderen zijn kinderen
die zijn zoals ze zijn.
Waar zij ook zijn geboren:
bij wat voor volk zij horen,
maakt allemaal niets uit. (Kinderen-p.18)

God, wij danken U voor Ferrie’s meesterschap van onderwijzen en opvoeden van kinderen, van hen begrijpen en zijn omgaan met hen.
Dat wij, in Jezus’ woorden, als kinderen mogen zijn – eenvoudig, ontvankelijk, onbezorgd, met vertrouwen in elkaar en in de toekomst.

3- Hier in dit huis dat niet mijn huis meer is,
waar alles ligt maar niets wordt teruggevonden
Ik ben een vreemde in mijn eigen huis..,

Er vallen allengs gaten in mijn brein,
een woord een naam is plotseling verdwenen.
Ik voel het in mijn hebben en mijn zijn
dat ik heel langzaam zal verstenen.

Wordt dit mijn huis: een warboel in mijn hoofd,
zo gaande weg en zonder méér te weten
dan dat het laatste licht ooit wordt gedoofd?
Ik weet het niet, ik ben mijzelf vergeten

God, wij danken u voor engelen van mensen die Ferrie hebben begeleid, verzorgd, gesteund en bemoedigd op zijn kruisweg van het niet meer weten, van zichzelf vergeten zijn. als een vreemde in zijn eigen huis.
Dat wij Ferrie niet vergeten en dat ons ‘goed gedragen lijden ons dichter bij God kan brengen, dichter bij medemensen’(Const.116).

4- Ooit werden wij door iemand aangesproken.
Hij kende ons en nam ons bij de hand.
Hij heeft die dag een vlam in ons ontstoken
en zo zijn Naam in onze naam gebrand….

Zijn liefde heeft Hij ons in pacht gegeven
om te gebruiken in een tijd van spijt,
maar komt de dood, geeft Hij ons een nieuw leven
in hier en nu tot in Zijn Eeuwigheid. (Tot zegen geroepen-p.78)

God, wij danken U voor Ferrie’s roeping als broeder FIC, voor de ‘vlam die in hem ontstoken, uw Naam in de zijne gebrand’, voor de wijze waarop hij ‘uw liefde - hem in pacht gegeven‘ – heeft getoond in zijn ‘broeder van mensen zijn’ .
Dat ook wij door U God ‘tot zegen geroepen’, ‘goed zijn en goed doen’ – en zo ‘nieuw leven tot in Uw Eeuwigheid. (Tot zegen geroepen-p.78)

Tenslotte: HET DOEK VALT

Als mijn laatste helderheid ontvalt….
valt straks tenslotte toch het doek voor mij
met het applaus na de finale
- een prachtig stuk met brood en wijn –
waarin ik eventjes mocht stralen.(Het doek valt-p.65)

…In het geloof dat Hij doet leven
wat Hij voor eeuwig heeft bedacht,
weet ik mijn naam al ingeschreven,
vertrouw ik dat Hij op mij wacht. (Sparen p.72)

In dit geloof hebben wij, God, voor U uitgesproken onze dank en toewijding onze zorgen en ons verdriet ons vertrouwen in uw liefdevolle Voorzienigheid - door Jezus onze Broeder, onze Ware Weg ten Leven – tot in Uw eeuwigheid.
Amen

(aanhalingen gedichten uit: ‘Met zoveel woorden’)

(Br. Alfred Fest)