IN MEMORIAM BROEDER GERHARD DICKS FIC

Maastricht, 20 november 2020

De twee lezingen, die u zojuist gehoord hebt, geven iets weer van wat ik ervaar als ik overwegend stilsta bij het leven van onze medebroeder Gerhard.

Vooreerst die dichtregels:
Het veilig masker mag doormidden,
ik toon mijzelf een waar gezicht
terwijl - geopend - handen bidden:
ontvangend, weerloos, vederlicht.


Ik voel me als herdacht, herboren -
het eelt - de ziel opnieuw doorbloed.
Ik ga, weer mens als ooit tevoren
de wereld anders tegemoet.


En dan die bemoedigende woorden van Jezus:
Voorwaar ik zeg u,
wie luistert naar mijn woord, en gelooft in Hem
die mij zond,heeft eeuwig leven.
Deze mens is aan geen oordeel onderworpen;
hij is immers van de dood naar het leven overgegaan.


Gerhard is nu naar het eeuwigheids-leven overgegaan, na een bewogen, lang en vruchtbaar leven in ons midden. Gerhard zou binnenkort zijn 90e verjaardag vieren.

Geboren in 1931 ervaart Gerhard als 9-jarige jongen zeer ingrijpend het geweld van de uitbrekende Tweede Wereldoorlog. Dit heeft diepe sporen in hem achtergelaten.
Op zijn vijftiende voelt Gerhard zich aangetrokken tot het leven als broeder en via zijn vorming in juvenaat en vakschool verbindt hij zich in 1952 tot het aan God toegewijde leven als religieus in onze Congregatie.
Op de vakschool heeft hij een goede opleiding tot schilder ontvangen en deze bekwaamheid zet hij zijn eerste jaren als broeder volop in. Er is werk genoeg in onze grote huizen en internaten. Het is belangrijk dat gebouwen regelmatig en zorgvuldig onderhouden worden. Gerhard was daarvan overtuigd en ontwikkelde zich tot een goede vakman.

Maar er was méér in hem. In zijn jeugd had hij al veel getekend en geschilderd en hij besefte dat hij méér talenten had. Er was een duidelijke artistieke kant in hem. Maar er was nog méér. Hij wilde graag niet alleen vóór maar vooral ook mét mensen werken, speciaal met mensen die het minder goed getroffen hadden.

Op dit verlangen werd ingespeeld toen hij uitgenodigd werd om groepsleider in ons internaat voor doven in Sint Michielsgestel te worden. Zijn speciale taak was arbeidsactivering, belangrijk werk in verband met de verdere toekomst van de pupillen. Hij deed dit werk met veel succes en werd ook zeer gewaardeerd, en dat niet alleen vanwege zijn organisatietalent. Om die taak voor deze gehandicapte jonge mensen zo goed mogelijk te vervullen was studie, onder andere op het gebied van kinderbescherming, nodig. De behaalde diploma's getuigen van Gerhard's inzet.

Na de goede jaren in Sint Michielsgestel was het voor hem een eer, dat hij ook mee mocht doen in een nieuw project in de groeistad Almere, waar een communiteit van 3 zusters van Onder de Bogen en 4 broeders van onze Congregatie zich op verschillende manieren gingen inzetten : in onderwijs, in catechese, in pastoraal en in jeugd- en gezinswerk. Gerard werd voorpostwerker en sociaal-cultureel werker.
Toen deze communiteit na enige jaren helaas moest worden opgeheven, mocht Gerhard vanuit een van onze andere communiteiten zijn werk in Almere voortzetten. Hij bekwaamde zich door voortgaande studie en heeft zich twaalf jaren met name in gezinsbegeleiding vruchtbaar kunnen inzetten. Jammer genoeg is hij daar op een gegeven moment in ernstige moeilijkheden geraakt, zodat hij zijn werk moest beëindigen.

In deze crisis, die hem zeer heeft aangegrepen, is Gerhard opgevangen in een kleine, sociaal-gerichte communiteit van onze broeders in een arme wijk van Maastricht.
Op een nieuwe manier kon hij daar en in volgende communiteiten met zijn sociale en artistieke gaven zich blijven inzetten. Ook toen Gerhard na een ingrijpende hartoperatie in ons verzorgingshuis hier in Maastricht kwam wonen, ging zijn spontane zorg uit naar andere bewoners, die hij op allerlei manieren van dienst probeerde te zijn.
Maar, zoals het ieder van ons kan overkomen, kan een goede eigenschap overdreven worden en samen met een bepaalde dominante karaktertrek veroorzaakte Gerhard helaas enige keren ernstige conflicten. Dat was des te pijnlijker omdat mensen, die hem goed kenden, het warme hart en de blijvende bewogenheid zagen.

Door dit alles heen blééf het verlangen van Gerhard uitgaan naar met name kinderen en ouderen, die het minder goed getroffen hadden. Vele jaren heeft hij hard gewerkt en met name schilderstukken gemaakt waarvan de opbrengst speciaal voor dove kinderen in Malawi bestemd was. In goede samenwerking met een stichting, die voor de dovenschool in Mua in Malawi was opgericht, heeft Gerhard door zijn inzet en belangstelling substantieel bijgedragen aan het geluk en de toekomst van gehandicapte Malawiaanse kinderen.

Gerhard heeft nu zijn lange, vruchtbare en zeker niet altijd gemakkelijke leven voltooid. Traumatische jeugdervaringen, het ontvangen karakter en ernstige misverstanden hebben hem zijn hele leven parten gespeeld. Het pleit voor hem, dat hij door dat alles heen zijn warme hart en zijn oprechte betrokkenheid heeft behouden.

Zijn menselijke beperktheid mag nu echter helemaal losgelaten worden.
Hij kan nu met de dichter zeggen:
Ik voel me als herdacht, herboren -
het eelt - de ziel opnieuw doorbloed.
Ik ga, weer mens als ooit tevoren
de wereld anders tegemoet...

Gerhard is nu overgegaan naar de definitieve wereld, de wereld van volkomen Liefde, die we hem zo van harte gunnen. De Liefde van onze God, die hij in zorg voor mensen en in het scheppen van schoonheid trouw heeft willen dienen.

Gerhard, leef nu voort in de liefde en vreugde van onze God.


Johan Muijtjens f.i.c. .