In Memoriam br. Hein Gilsing

Op 15 april 1929 geboren in Eindhoven.
Geprofest op 15 augustus 1951 in Maastricht
Overleden in De Beyart, Maastricht, op 16 maart 2015.

Toen onze goeie Brabantse bisschop Bekkers in 1966 in kathedraal van Den Bosch werd begraven, klonk voor het eerst het prachtige lied: “Niemand leeft voor zichzelf, niemand sterft voor zichzelf”. Deze woorden en dit lied zijn ook volledig van toepassing op onze goede Hein, die we vandaag uitgeleide doen. Toen ik er dezer dagen eens over nadacht, vond ik dat ze ook veel van elkaar weg hebben. Allebei goudeerlijke en open Brabanders, opgewekt van aard, een frisse blik naar de buitenwereld, niet bang je mening naar voren te brengen, op te komen voor de mensen in nood, trouw aan familie en vrienden, en grensverleggend in je leven bezig zijn. “Goei volk” zeggen we dan.

Inderdaad: Hein was een doodgoeie vent, een pracht mens. En daarom zijn we, familieleden, medebroeders en vrienden écht bedroefd. Maar naast de stille tranen en het gevoel van gemis, is er ook grote dankbaarheid. Respect voor een leven van goedmoedigheid, hartelijkheid, geduld, maar ook van edelmoedig gedragen lijden, “als goud gesmolten in de oven”, zoals we in de eerste lezing vernamen. En gedragen “als een huis op de rots, dat rechtop blijft staan ondanks de storm en regen” zoals we in het evangelie hoorden.

Hein zou over een paar weken 86 jaar geworden zijn. Zijn wieg stond in Woensel in de Pruimestraat 1. Het gezin bestond uit tien kinderen en vader was oorspronkelijk postbode. Hij werkte zich op tot baas van een incassobureau. “Ik heb hartstikke leuke herinneringen aan mijn jeugd” vertelde Hein me. “Het was een gezellige boel bij ons thuis. En als we als familie bij elkaar komen, is dat nóg zo.”

Jullie hebt dat als familie goed gedaan. Jullie bleven Hein trouw.In Best werd elk jaar geld bij elkaar gebracht door de “Handmelkers” voor het sociaal werk van Hein in Santiago in Chili. En toen Hein in 2001 nog even terug wilde naar Chili om afscheid te nemen waren twee zussen van hem zeer behulpzaam om hem te begeleiden op deze letterlijk en figuurlijk zware tocht.

Hein vertrok in 1941 naar Zevenaar en ging twee jaar later naar Maastricht om opgeleid te worden tot kleermaker. Hij behaalde alle diploma’s voor dit mooie vak. Hij werd meester-kleermaker. Zijn bevoegdheid om dit vak ook aan anderen te kunnen leren, benutte hij volop toen hij in 1962 naar Chili ging. Hij werd daar docent aan onze Technische school Alberto Hurtado in Santiago. In die jaren werd hem de eer gegund om de eerste paarse toog voor de pas benoemde Chileense kardinaal Raoul Silva te maken, wat hem met trots vervulde. Vanaf 1980 vormde hij samen met Lo Koeleman en Kees van de Wiel het directieteam van deze school, waar duizend studenten les kregen van vijftig docenten. Hein had de zorg voor orde en discipline, wat hem zeer goed afging. Tevens verzorgde hij voor deze grote school het lesrooster. “Hij deed dat met de hand en was daarbij vlugger dan een computer”, zegt Lo daarover. “Hij was uiterst rechtvaardig en eerlijk en we hadden een loyale collega aan hem. De studenten droegen hem op handen.”

Als Hein in de vroege morgen, na meditatie en gebed met zijn medebroeders, voor het ontbijt voor de communiteit had gezorgd, ging hij om half acht naar school. Daar werkte hij tot zes uur. Dan begon zijn werk bij zijn tweede liefde: het cultureel centrum ‘Excelcior’.“Ik moet je zeggen dat het meer sporten was dan cultuuroverdracht,” zegt Hein daar zelf over. “Ik begon er met een volleybalclub, waar ik coach van werd. Onze club had meer dan vijftig leden. Het waren jongelui uit mindere buurten. Ik vond dat ook jongeren uit achtergebleven wijken recht hadden op ontspanning en sport. Onze club werd meerdere malen landskampioen en we speelden ook wedstrijden in Brazilië en Argentinië. Het sporten droeg bij tot onderlinge saamhorigheid, maar méér nog tot een gezond gevoel voor zelfrespect. Ik vond dat geweldig.”

Deze activiteiten kostten natuurlijk veel geld. Dat werd voor een groot deel door familie en vrienden bijeen gebracht. De Vastenactie Nederland hielp een handje, zoals de actie “Kom over de Brug.” Toen in 1972 hij gelegenheid van de ‘Unctad Conferentie’ in Santiago de delegatie van Nederlandse parlementariërs graag een bezoek aan een volkswijk wilde brengen, waren ze erg onder de indruk van de inzet van Hein. Na hun thuiskomst werd in het gebouw van de Tweede Kamer voor het Excelsiorcentrum en de volleybalclub gecollecteerd. Hein was een boekenwurm. “Thuis noemden ze me al ‘Hein Lees’. Ik lees inderdaad ontzettend veel. Vooral misdaadromans. Daar kruip ik helemaal in. Wat schrijven Mankell en Larsson toch spannend! En gelukkig zijn het nog dikke boeken ook. Ik geniet daar volop van. En ik verveel me dus geen moment.”

Hein is dan inmiddels, met veel pijn in het hart, teruggekomen in Nederland. Gewoonlijk ging hij n.l. zondags met Kees van de Wiel naar de kerk. Onder de Mis zakte Hein ineens in elkaar. Met behulp van anderen werd hij de auto ingedragen. “Ik donderde plotseling om en kon me niet meer bewegen. Ik ben vanaf toen linkszijdig verlamd. Ik kan niet meer lopen of staan, maar ik heb er niet de pest over in, hoor. Hier op De Beyart zijn het allemaal schatten van mensen en ze zorgen prima voor me. En dat geldt ook voor mijn medebroeders in de Xaverius-communiteit en de mensen van het lokaal bestuur. Ik hoor er echt bij.” Hein kon die veerkracht van leven niet alleen halen uit de goede aandacht van familie, medebroeders en toegewijde verzorgers hier in huis. Ik denk dat zijn hoopvol en blij in het leven staan, ook werd gevoed door zijn goede relatie met de Eeuwige. “Ik lees vaak in de bijbel. Maar dat doe ik wel selectief. Pas nog heb ik de Brieven van Paulus gelezen. En nu begin ik aan het boek Leviticus. Dat gaat over de oproep tot heiligheid. Dat lijkt me erg interessant. Niet dat ik zelf een heilige ben, hoor. Ik voel me meer een schijn-heilige. Ik ben en blijf gewoon: broeder Hein, “ zei hij bij zijn diamanten jubileum in 2011. Eenvoud ik het kenmerk van het ware. Ik denk dat ze in de hemel blij zijn, dat er tussen al die heiligen, nu ook een schijn-heilige zit. Hein zal er genoegen in scheppen. En wij gunnen hem dat zeer van harte.


Wim Swüste ( met dank aan br. Lo Koeleman ).

VOORBEDEN

Op de vooravond van de Lijdenstijd zijn we hier samen om voorgoed afscheid te nemen van br. Hein.
Die na zijn terugkeer uit Chili veel heeft moeten inleveren door lichamelijke gebreken en ongemakken.

God, wij danken U voor de kracht en levensmoed waarmee U br. Hein hebt gezegend en gesteund in moeilijke en pijnlijke omstandigheden.
Wij danken U voor zijn inspirerend voorbeeld hoe om te gaan met lijden en tegenslagen in het leven.

God, wij danken U dat U br. Hein hebt gezegend met een grote, hartelijke, Brabantse familie waarmee hij zo innig verbonden bleef en die zoveel voor hem betekend heeft. Hem gezegend ook met de gave van echt genieten van gezellig samenzijn, van samen eten en drinken, uit en thuis. Dat hebt U hem gegund.
Gun hem nu de volheid van al het goede in het samenzijn met U en allen die genodigd zijn aan het eeuwig Gastmaal.

God, de broeders FIC zijn u dankbaar dat U hen br. Hein gegeven hebt als hun zeer geliefde medebroeder, uitmuntend in dienstbaarheid in Nederland als meester kleermaker en daarna in Chili voor de jeugd als technisch docent, als sportbegeleider en als hartelijke steun voor de ouden van dagen.
Moge zijn leven van toegewijde en hartelijke dienstbaarheid blijvend vrucht dragen en velen inspireren.

God, wij danken U voor allen – familie, medebroeders, zorgpersoneel, vrijwilligers, en anderen die br. Hein van dienst zijn geweest, hem gesteund en bemoedigd hebben. Zij allen – in Nederland en Chili – missen hem zeer en rouwen om zijn heengaan.
Mogen zij allen nu van U de nodige sterkte en troost ontvangen om dit verlies in geloof en hoop te verwerken, en eens met br. Hein verenigd worden in de heerlijkheid van U, ons aller Vader, in eeuwigheid.
Amen

(Br. Alfred Fest)