HOMILIE BIJ DE UITVAART VAN

BR. HENRICUS VAN HERWAARDEN

Hij is geboren op 12 januari 1921 in Amsterdam.
Geprofest in de Congregatie FIC op 15 augustus 1941.
Overleden in De Beyart op 19 augustus 2011.

Terecht wordt op het overlijdensbericht van uw familielid en onze trouwe medebroeder Henricus, een stukje uit Psalm 4 vermeld."Ik heb me als mens opgeofferd. Ik deed het eerlijk en oprecht. Ik wist wat de Eeuwige van me vroeg. Steeds houd ik U voor ogen, Eeuwige, bij alles wat ik doe." De Psalm is geschreven door iemand die zich wat onzeker voelt. Doe ik mijn best wel? Geef ik goede vorm aan mijn leven, in uw Geest? Br. Henricus, onze Marinus, was een man van stille trouw, die méér dan zijn best deed om goed te zijn en goed te doen. Dat deed hij in het spoor van onze stichters, die ook vol waren van God en Zijn opdracht om van deze aarde een leefbare plek te maken. Een plaats van vrede en geluk, met name voor de kleinsten.

Marinus kwam uit een goed katholiek gezin. De jongens gingen bij de broeders op school, die blijkbaar inspireerden in hun werk, in hun omgang met elkaar en in hun levenshouding. Ze waren een inspirerend voorbeeld voor Jo die in 1936 broeder werd. En voor Toon die zich in 1938 bij onze congregatie aansloot. Marinus volgde hen in 1941 en vierde onlangs zijn 70 jarige jubileumfeest.

Hij ging in 1935 naar Zevenaar, waar hij een goed student bleek. Naast zijn onderwijsakte en hoofdakte, behaalde hij ook zijn diploma Engels. Of zijn diploma 'machineschrijven' dat hij behaalde, ook veel van zijn studievermogen vroeg, laat ik in het midden. Praktisch was het in alle geval wél. Als we naar zijn handgeschreven Geloftenbrief kijken uit 1944, bleek dat hij ook beschikte over een mooi handschrift. Vaardig en sierlijk.

Hij werkte op nogal wat plaatsen in ons land in het basisonderwijs. Vier jaar lang gaf hij leiding aan de VGLO school in Wyck Maasstricht. Erna was hij vanaf 1969 directeur van de Augustinusschool in Amsterdam. Daar werkte hij ondermeer samen met br. Armando Zondag z.g. en met de zeer onlangs overleden medebroeder Frans Coolen. In beide functies als directeur tonde hij zich een ( soms té) zorgzame leider, met een warm hart voor zijn teamgenoten.

Hij was een man die open stond voor onderwijsvernieuwing.De enthousiaste hulp die hij hierbij o.a. van br. Anton van der Geest kreeg stelde hij erg op prijs. Er werd aan teamvorming gedaan, een documentatiecentrum opgericht, het reken- en taalonderwijs werd vernieuwd en Henricus liet een prachtige ontspannings- en vergaderruimte voor zijn team bouwen. Het is in deze tekenend dat Jan Lejeune, een collega van hem in Amsterdam, nog zeer regelmatig bij hem op bezoek kwam, ook hier op De Beyart.

Bij de aanvang van zijn periode van gepensioneerd zijn, volgde hij in Amersfoort onder leiding van Toon Verkoijen en Mw. Marie Therèse Bergmans, een bezinningsperiode van acht weken. Hij vond erin een vernieuwde inspiratie om de komende jaren zich voor anderen in te zetten, op basis van het terechte gevoel dat de Heer persoonlijk van hem hield, zoals we zo mooi verwoord hoorden in de eerste lezing: "God heeft me uitgekozen omdat Hij van jou houdt. Je moet je kleden in innig medeleven, in goedheid, bescheidenheid en geduld."

Hij kreeg in die jaren van het bestuur van de broeders de taak om medebroedermissionarissen in Schiphol af te halen en uit te zwaaien. Hij vond dat prachtig werk, dat hij overnam van br. Hans Corver z.g. Zijn hartelijke broederlijkheid kon hij in deze taak goed kwijt. Hij voorzag ze bij aankomst van hun eerste zakgeld, als hij hen aan de lopende band met bagage in de aankomsthal mocht afhalen. Vanwege de verscherpte veiligheidsvoorschriften moest hij in later jaren genoegen nemen met een plaatsje tussen de gewone afhalers in de hal. Over het afnemen van zijn afhaalprivileges mopperde hij luid en duidelijk. Toch bleef deze taak heel belangrijk voor hem en verrichte hij deze met toewijding. Hij was de schakel tussen thuisfront en missiegebied. Het eerste en laatste contact met medebroeders met een werkterrein buiten Nederland.

Misschien had hij deze taak ook wel nodig, om wat meer uit de schaduw van zijn oudere broers en medebroeders Toon en Jo te geraken. Deze genoten immers een zeer brede waardering voor hun werk in missie en het missionair centrum én in de hechte wereld van de binnenschippers. Tot het jaar 2000 verrichtte Henricus deze taak. Als dank bood het bestuur van de broeders hem een reis naar Indonesië aan."Nu kan ik eindelijk eens met eigen ogen zien, waarnaar ik al die mensen heb uitgezwaaid", was zijn commentaar op dit welverdiende aanbod.

Op de Postjesweg in Amsterdam had hij zijn vaste werkzaamheden. Hij was een dienstbaar man in de communiteit, en hij was gehecht aan zijn geboorteplaats. In 2003 werd besloten dit huis te sluiten. Henricus verhuisde naar De Beyart.

Ik was indertijd getuige van zijn aankomst in Maastricht. De moed om aan het Beyartleven te beginnen, zat een behoorlijk stuk onder zijn schoenzolen. Het siert hem dat hij zich toch vrij snel in een nieuwe woonomgeving schikte.Hij was een stil, maar gewaardeerd lid van de Ludovicuscommuniteit.

Helaas boette de laatste jaren zijn leven aan glans in. Hij verstilde, kreeg een blik in zijn ogen van "wat moet dit nu allemaal?" en had groeiende moeite alles te volgen. Ondanks dat behield hij zijn gevoel voor humor. Op 15 augustus vierde hij in alle stilte zijn zeventig jarige professiefeest. Zijn lichamelijke en geestelijke toestand stelde hem niet in staat dit bewust mee te vieren. Twee dagen na dit jubileum ontving hij de Ziekenzalving. In alle rust ging hij snel daarna naar de Gever van alle leven. "In vrede vind ik rust en slaap," lezen we in Psalm vier."Want u bent het, Eeuwige, U alleen. U bent er voor mij, zoals U er was heel mijn leven lang. En nu bent U er wéér, vast en zeker."

Dat deze goede en oprecht levende mens, van deze vrede blijvend mag genieten, als welverdiend loon voor een prachtig leven als medemens en medebroeder.

Wim Swüste