IN MEMORIAM BR. JAN (CARLO) HILLENAAR

Jan is geboren op 23 oktober 1925 te Vlaardingen.
Op 15 augustus 1946 deed hij zijn professie in Maastricht.
Op 10 april 2014 overleed hij in het AZM Maastricht.

“Wek mijn zachtheid, Heer. Geef me terug de ogen van een kind. Dat ik zie wat is, en mij toevertrouw en het licht niet haat.”
Jan zei eens, dat deze tekst van Huub Oosterhuis vaak door zijn hoofd gaat. Met name in tijden wanneer hij zich onzeker voelde. “Ik moet zien wat me is toevertrouwd. En dat gaat met een zekere angst gepaard”, zei Jan. “Kan ik wel aan wat me wordt opgedragen, wat van me wordt gevraagd? Ik leid aan slapeloosheid, lig soms urenlang wakker, het spookt door je hoofd. Maar die innerlijke strijd en de pijn van het loslaten, is voor mij ook een goede oefening. Want als ik dood ga, moet ik alles loslaten.”

Jan zei dat vier jaar geleden toen zijn communiteit in Nijmegen werd opgeheven. In zijn leven had hij ontzettend veel gepresteerd, na een brede vorming in Brussel, Rome, Parijs en Chicago. En dan tóch nog bang zijn. Het niet meer zo goed weten. Je wordt er ontroerd van als je dit uit de mond van een erudiet mens hoort. Maar als je vier jaar later aan zijn bed zit en hij zweeft op de rand van de dood, zegt hij aan zijn vele trouwe familieleden en medebroeders in alle rust: “Ik ben er écht klaar voor om jullie, mijn werk, mijn leven los te laten. Het is mooi geweest. Heel mooi en ik hoop dat jullie dat ook vinden.”

Goede Jan, we vonden het inderdaad héél mooi. In je lange leven ben je een geweldige familieman geweest, was je een trouwe medebroeder in Nederland en Indonesië en betekende je ontzettend veel voor talloze religieuzen die je opnieuw de weg wees in hun leven van toewijding aan de Heer.

Nog geen veertien dagen geleden organiseerde Wilma Weerts van ons LB FIC een bloesemtocht met de auto. Een vrouw aan het stuur – dat vond Jan prachtig – samen met haar, Lucianus en Roeland een tochtje maken. Een uitstapje door het mooie lentelandschap van Limburg, de kasteeltuin van Eijsden bewonderd en erin gewandeld. In alle vrede en grote gezelligheid. “Ik vond het een dag met een gouden randje" , zei Jan bij de thuiskomst.

Hij hield veel van hartelijkheid en gezelligheid om hem heen. Hij genoot van lieve aandacht van jullie, broers, zussen, neven en nichten. Hij was er trots op dat jullie massaal naar het AZM kwamen, klein en groot.“Het was wél vermoeiend. Maar wat fijn dat ze, ook van zover, kwamen.”

Jan was een bijzonder mens. Als je hem niet zo goed kende, zou je denken dat hij wat verlegen was. Soms wat onhandig. Maar in gesprekken bleek hij ijzer sterk, aandachtig, vol begrip en voelde meteen aan wat je wilde zeggen. Deze grote gave van geest en hart had hij meegekregen van thuis. Gemeenschap vormen. Elkaar bij de hand houden in lief en leed.

In 2002 moest hij afscheid nemen van zijn zus, die hij “een heerlijke vrouw” vond. En in 2008 overleed zijn jongere broer, die hij bewonderde om zijn rustige wijze waarop hij in een kort tijdsbestek van zijn dierbaren afscheid wist te nemen. “Daar ging voor mij veel sterkte van uit.”

Na zijn professie in 1946 werd hij al in 1951 naar Indonesië uitgezonden. Hij werkte daar in het onderwijs op diverse plaatsen. Met veel visie voor de opbouw van goed gevormde leiders, kreeg hij van zijn overheid in 1965 de opdracht om in Brussel en Parijs te gaan studeren. Hij was voorbestemd om het Roncalli Instituut op te starten en er leiding aan te geven. Dit instituut vestigde zich in een prachtige oud paleisje in Salatiga. Duizenden religieuzen, uit allerlei landen, werden hier gevormd en bijgeschoold. Met een sterk team van medebroeders en Jezuiëten en zusters, schoolde en vormde hij een nieuw krachtig religieus kader voor hun land. Jan was een behoedzaam begeleider, een man met een gouden hart, met een luisterend oor. Hij was de ziel van een prachtig instituut waarmee hij de FIC vermaardheid gaf en internationaal grote waardering afdwong.

Naar buiten straalde Jan zekerheid uit. Maar diep in zijn hart bleef hij een zoeker. “Nooit is er absolute zekerheid. Het is en blijft altijd een zoeken in je leven. Ik weet niet wie God is. Je kunt hoogstens op Hem gericht staan. Ik ben langzaamaan een andere religieuze taal gaan spreken. Je mag er zijn voor God. Dat heb ik steeds aan anderen voorgehouden. En ik voelde dat dit een weldaad was om anderen dat mee te geven. Als je in een moeilijke periode van je leven komt, is dat geen teken van zwakheid of mislukking. Het is een natuurlijk proces. Een uitdaging tot groei.”

In 1998 keert hij naar Nederland terug. Terug bij zijn familie. Terug thuis. Hij gaat wonen aan de Sterreschansweg in Nijmegen, in huize Salatiga. In náám dus weer thuis, maar duizenden kilometers ver weg van zijn liefde, zijn eigen Indonesische Salatiga. Hij leidt mede zijn huisgenoten, regelt de ontbinding van de communiteit. En komt in 2010 in de Overkantcommuniteit hier in De Beyart. Jan maakt zo lang als hij nog kan, wandelingen. Hij is een belangstellende en trouwe medebroeder en huisgenoot. Hij kijkt medemensen in de ogen, met vertrouwen en goedheid. Na enkele opnames in het AZM geeft Jan zijn kostbare leven aan zijn Schepper terug. Die zal hem in zijn ogen kijken en zeer nadrukkelijk zeggen: "Martinus Johannes Hillenaar, je was een edel mens. Je hebt het goed gedaan. Je was een man van goud. Een oprechte broeder van mensen".

Dat God het je, Jan, van harte mag lonen.
Wij blijven je sluiten in ons hart dat erg bedroefd is.

Wim Swüste