terug

IN MEMORIAM Br. JO BUIZER

Hij is geboren op 6 september 1922 in Nijmegen.
Hij legde zijn geloften op 15 augustus 1943 in Maastricht.
Hij overleed in De Beyart op 20 juni 2012.

“Heb je nog gelachen vandaag?”
Dat hebben we jarenlang kunnen lezen op een plaatje dat op de deur van de werkruimte van onze tuinlui in de Beyartkelder hing. Jo had het er opgeplakt. Nee, beste Jo, we lachen vandaag niet. We zijn verdrietig omdat we van jou afscheid moeten nemen. Afscheid van bijna 90 jaar lang trouw aan jouw dierbare familie. Afscheid van jouw medebroeder-zijn van bijna zeventig jaar. Maar we glimlachen wél, als we aan jou denken: Aan je opgewektheid, aan je liefde voor de natuur, aan je enthousiaste verhalen over je wandeltochten, aan je verhalen over het Slaaphuis en over je gezellige vakanties. We beloven jou, goede Jo, dat we die glimlach blijven koesteren. Want je was een lief familielid en een fijne medebroeder.

In de eerste lezing van vandaag hoorden we hoe de Schepper aan de mens Adam, de opdracht gaf om voor de natuur te zorgen. Hij moest de bomen, de struiken en de bloemen een eigen naam geven. En hij diende al dat moois in de Naam van de Schepper te behoeden en te bewaren. Jo Buizer deed dat zijn leven lang. Op een deskundige manier. Tot genoegen van velen, tot op de dag van vandaag. Dominee Fokkelien Oosterwijk, die jaren lang de Sint Janskerk bediende, had het altijd over “broeder Bloem, die aardig tuinman van jullie”. Ze vond het een ere-naam, omdat ze vaak genoot van onze tuin, terwijl ze heerlijk bij de vijver een sigaar zat te roken.

Jo is geboren in Nijmegen, de stad aan de Waal met zijn prachtige en gezellige Vierdaagsefeesten. Hij ruilde die vanaf 1942 in toen hij met zijn noviciaat begon, voor Maastricht, stad aan de Maas, waar de wandelvereniging De Gemzen een enthousiaste begeleider kreeg in de persoon van br. Callixtus. Van broeder Maurentius z.g. leerde hij het vak van hovenier. Dat deed Mauke met toewijding en deskundigheid en liefde voor de natuur.
Jo ging in de geest van zijn leermeester ruim 45 jaar met dit werk door. En toen er officieel afscheid van hem was genomen, leek het net of hij van zijn mooi werk niet kon scheiden. Hij bleef bezig in de plantenserre, in de Beyarttuin en op de Schark. “Ik ben wél gepensioneerd, maar ik blijf tuinman.” Hij deed zijn werk op een collegiale manier, samen met o.a. Sander Smeets en br. Han van Wieringen. Jo kwam voor zijn medewerkers op, hij verdedigde hen en vocht voor hun baan als dat nodig was. Jo was een uiterst sociaal mens.

Hij kon goed samenwerken met zijn collega-vakbroeders die in de kelderruimten van onze Beyart hun werkgebied hadden. Samen met hen werden op grote feesten de kapel en de benedengang omgetoverd tot bloem- en kleurrijke ruimten. Met grote kleurige sjerpen vanuit de kapelgewelven en feestelijke versieringen aan de bogen in de gang. Als jonge broeder hield ik mijn hart vast als ik Jo bloemstukken langs het grote altaar in de kapel zag ophangen: met groot gemak beklom hij de meters hoge ladders en werd met luide stem door collega’s - die heel diep benden stonden - geďnstrueerd dat het hoger of lager moest. Het Godshuis omgetoverd tot een waar paradijs.

Jo deelde zijn kwaliteiten van hand, geest en hart met anderen. De bloemschikcursus die hij verzorgde, groeide uit tot een vriendenclub. Samen met zijn maatje br. Pedro Vloeimans ging hij meer dan tien jaar lang naar het Slaaphuis van het Leger des Heils, waar ze soep maakten, bergen boterhammen smeerden, koffie en thee zetten en dit vriendelijk aan zwervers en drugsverslaafden uitdeelden. Met Pedro ging hij ook tien jaar lang Ons Heer ronddelen in het Academisch Ziekenhuis Maastricht. Ze deden dat op een toegewijde manier.

Die toewijding en enthousiasme legde hij ook aan de dag bij ‘de Gemzen’. Samen met o.a. br. Orontius Hengst werd er getraind en wedstrijden gelopen. Er werden talloze medailles gewonnen met wandeltochten in het land. Hoogtepunt was voor Jo de jaarlijkse Vierdaagse, in zijn dierbare Nijmegen. Hij leefde daar naar toe en kwam steeds met prachtige verhalen erover thuis. Het kostte hem ontzettend veel pijn toen hij niet meer in staat bleek, wegens tekort aan adem, om van verdere deelname af te zien. Dat was voor hem inleveren. Dat kostte hem zichtbaar veel moeite. Dan kwamen er donkere, haast niet te doordringen wolken zijn leven binnen.
Lieve familieleden en wij als medebroeders, stonden dan met lege handen. Maar bleven hem trouw nabij. Jo rechtte zijn rug, en hervond zich dan weer.

Jo was een trouw lid van de Scharkcommissie, die de zorg had voor ons Buitengoed aan de Mergelweg. Op vergaderingen van de commissie kon hij kritisch zijn en stak hij zijn mening niet onder stoelen of banken. Maar zijn liefde voor ons dierbare buitenhuis stond dan steeds centraal.
In de communiteit was Jo een meelevend en betrokken medebroeder. Hij was opgewekt, was een gezellige kaarter, hielp mee in veel kleine zaken en had aandacht voor velen. Trouw bezocht hij de gebedsvieringen in het sfeervolle kapelletje van de Overkant. Samen bidden, samen de Heer danken voor de natuur om ons heen.
Bezoek van familieleden was voor Jo steeds een feest. Hij ondervond van hen - tot aan het allerlaatste moment van zijn leven - trouwe aandacht, waarvan hij genoot en die hij zeer op prijs stelde.

Het was Jo niet gegund om op een rustige wijze van zijn pensioen te genieten. Hij had veel last van ademnood en moest met behulp van zuurstofflessen zijn longen in gang houden. Dat was voor hem een moeilijke opgave. Toch bleef hij zo lang als dat kon, samen met ons optrekken. Hij was belangstellend voor wat er gebeurde en had uiteindelijk vrede met de wijze waarop hij zijn leven afsloot.
“Ik leef voor de mensen en voor de natuur”, zei hij eens tegen me. “Ik heb veel kansen gekregen om veel te kunnen doen voor mijn medebroeders en voor anderen buiten de kloostermuren. Daar ben ik heel dankbaar voor.”

Jo heeft ervoor gezorgd dat onze dierbare Beyart werd omringd door een paradijselijke tuin. We geloven vast dat hij nu is opgenomen in de paradijselijke rust, vrede en schoonheid, in de nabijheid van de Schepper van alle moois en goeds.
Met een respectvol en dankbaar hart houden we dit lieve familielid en goede medebroeder in ere. Dat het goed toeven mag zijn voor jou, Jo, in het hemels paradijs.

Wim Swüste