IN MEMORIAM BR. JOS LEFEBER

Hij is geboren op 26 november 1931 in Amsterdam.
Op 15 augustus 1952 legde hij zijn Geloften bij de Broeders FIC.
Hij overleed in Maastricht op 20 november 2021.


Op de rouwbrief van Jos, die we nu uitgeleide doen, stond een citaat van de profeet Jesaja:
"Zo kostbaar ben jij in Mijn ogen.
Zo waardevol.
De Eeuwige heeft jou zeer lief.”


Jos zocht heel zijn leven naar een intense band met zijn Schepper. Hij deed dat in zijn voorbeeldige levenswijze, door attent te zijn voor ieder die hij ontmoette, door in stilte de Heer te zoeken, en door grondige zelf-reflexie.

Toen hij zich in het jaar 2000 in De Beyart vestigde, had ik een gesprek met hem in zijn kamer op de vijfde verdieping van de woonflat. Hij zei toen in alle openhartigheid:
“Het vorige jaar verloor ik twee mensen die me zeer dierbaar waren. Ik maakte in mijn kloosterleven vier keer mee dat de communiteit waarin ik leefde, werd opgeheven.
Eerlijk gezegd heb ik nog niet gevonden hoe ik mensen van dienst kan zijn. Maar ondanks alles besef ik dat Gods goedheid me nooit in de steek laat.”

Als een rode draad in zijn leven loopt het besef dat hij in de storm op de zee in zijn levensbootje heen en weer wordt gekwakt, terwijl Jezus op de achtersteven zorgeloos ligt te slapen. We hoorden dat zojuist in de Evangelielezing. Het is eigenlijk heel ontroerend, maar ook heel sneu, dat Jos zó op zijn rijke en vruchtbare leven terugkeek.

In het gezin Lefeber werden tien kinderen geboren. Zijn vader had een kapperszaak in Amsterdam en hij verkocht ook tabakswaar. Het gezin was degelijk katholiek en het was er steeds erg gezellig. Jos vond daarnaast ook vaak zijn geluk buiten op straat.“Ze noemden mij in onze buurt 'de straatjongen'".

Zijn broer Ben werd in 1941 broeder FIC en nam de naam van Virgilius aan. Jos volgde hem zo'n tien jaar later en kreeg de naam Gerwin, die hij na 1970 niet meer gebruikte.

Voor onze congregatie was Jos een kostbaar mens.Na als onderwijzer in Nijmegen gewerkt te hebben aan de Petrus Canisiusschool aan de Hertogstraat, ging hij naar het Instituut voor Doven in Sint Michielsgestel, waar hij een aangename huisgenoot en goed docent was.

Toen in 1968 de plaats van overste in de communiteit van Veghel vrij kwam, werd hem gevraagd om overste van deze groep te worden. De jongste overste van de congregatie op dat moment. Zijn overheid had veel vertrouwen in hem. Hij was een 'geziene' overste, die zijn taak goede inhoud gaf.

Ondertussen volgde Jos toerustingscursussen, die door de Konferentie Nederlandse Religieuzen werden gegeven. Met name in Nederland was het een religieus roerige tijd. En dat was het ook in de Congregatie FIC. Om de medebroeders meer in het nieuwe gelovige denken te begeleiden, besloot het toenmalige kapittel dat er méér aan bezinning en verdieping moest worden gewerkt.
Het Centrum voor Vernieuwing en Verdieping (C.V.V. ) werd opgericht. Het werd bemand door Theo Mandos, Jos Lefeber en René Bollen. Er werden bijeenkomsten gehouden, samen geredeneerd, samen gebeden. En dat gebeurde veelal met behulp van sheets die aan een standaard waren gehangen. “Ze noemden mij de flappenbroeder”, zei Jos later, waarbij zijn ondertoon was: we spanden ons heel erg in, maar het heeft niet zoveel 'Anklang' bij de medebroeders gevonden.

In 1980 werd aan religieuzen gevraagd om de nieuwe bewoners van de groeistad Almere op te vangen en te begeleiden. Een groepje Zusters Onder de Bogen en Broeders FIC meldden er zich voor aan. Kees Gordijn, Cor Creemers, Gerhard Dicks en Jos Lefeber maakten deel uit van deze communiteit. Ze werkten mee met de pastores, gaven les aan school en waren de mensen die zich in Almere vestigden van dienst.

Vanaf 1983 tot aan 2006 was Jos talloze orden en congregaties van dienst in groepsbegeleiding en als persoonlijke coach. Hij had hiertoe de opleiding van personal coach en als supervisor gevolgd. Hij werd opgeleid tot Gestalt-coach en in communicatie.
Op een papier in zijn nalatenschap had hij de namen geschreven van de congregaties waarvoor hij in deze periode had gewerkt. Zusters, paters en broeders van 31 'soorten' is hij van dienst geweest. En toch zegt hij tegen me in een interview voor ons FIC tijdschrift:
“Ik heb serieus geprobeerd om te achterhalen wat de oorzaken zouden kunnen zijn van het niet lukken van het zoeken naar de verwezenlijking van mijn idealen. Telkens weer heb ik geprobeerd om steeds aan een veranderende situatie te wennen. Ik heb blijkbaar een lange periode van gewenning nodig.
Als ik alles op een rij zet, wat in mijn leven is voorgevallen, dan zijn er heel veel zaken waaraan ik mijn ziel en zaligheid heb gegeven. Misschien verwachtte ik te veel, of ben ik té idealistisch. Dat drukt soms heel erg op me.”
En toen ik hem, nadat hij dit had gezegd, blijkbaar wat verbaasd aankeek, voegde hij eraan toe: “Ik merk toch ook vaak dat, als je voor je medemens openstaat, je veel kleine wonderen kunt verrichten. Nee, mijn vertrouwen in God is heus niet beschadigd. Het groeit nog, zo bid en hoop ik, elke dag.”

Jos heeft een kostbaar leven van bijna 90 jaar, onder ons doorgebracht.
Familie, die hem zo trouw was, en medebroeders hebben het vaste vertrouwen dat deze edele mens, die zich soms zo onveilig voelde in het bootje van zijn leven, het eeuwig geluk is binnengegaan.
Een leven waarvan wij in alle eerlijkheid kunnen zeggen:
“En God zag, dat het goed was. Zéér goed”.

De wereld is een kostbaar mens armer geworden.


Wim Swüste FIC.