In Memoriam broeder Jos Reinerie

Een dierbare psalm van Jos was psalm 23. De Heer is mijn herder, mij ontbreekt niets. Datzelfde vertrouwen, die onbezorgdheid horen we terug in de lezingen. Ze waren voor Jos een stevig houvast. Daarmee kon hij zijn levensweg gaan. De relatie met de Heer van alle leven goed onderhouden. Samen de lof van de Heer uitzingen en daarmee zich deel van een groter geheel voelen. Dat samenzijn geeft kracht. Dat heeft Jos in zijn leven ervaren. In het onderwijs een goede sfeer onder het personeel scheppen en zo iets goeds en iets moois aan kinderen meegeven voor hun toekomst. Samen ontspannen op de Botshol met Chris Schellekens en Theolino Verharen. Heerlijk vissen en vooral vis eten. Hij vond een manier om verantwoordelijk en toch ontspannen in het leven te staan. “Maak je geen zorgen over jezelf” hoorden we in het evangelie.

Jos heeft meer gedaan. Hij heeft zich als vrijwilliger ingezet voor de Nicolaaskerk in Rotterdam en daarna voor de Pax Christi als dirigent en collectant. Het was zijn bijdrage om in de parochie waar de broeders wonen samen kerk te zijn. Samen die geloofsgemeenschap voeden en dragen. Veel liederen heeft hij met anderen gezongen over de wonderbaarlijke daden van de Heer. Jos wist, dat het voor de Heer niet uitmaakte of hij onderwijs gaf, of zat te vissen, een borrel dronk of dirigeerde, de hemelse Vader wist immers wat hij nodig had.

Jos wist dat ook te waarderen en ervan te genieten als het mooiste dat er op moment was. Het evangelie jaagt ons niet op om alvast uit te kijken naar het volgende, naar morgen en nog verder. “Maak je geen zorgen over de dag van morgen”, staat er. Gun, in de geest van Jos, jezelf het moment van wat er nu is: het geluk, de gezelligheid, of het verdriet, of de teleurstelling die je nu ervaart. Duw het niet weg.

Het viel Jos niet gemakkelijk Rotterdam te verlaten. Toen het nog kon, maakte hij graag treinreizen naar verre plaatsen om daar in de stationsrestauratie een visje te nuttigen. Zijn vader had immers bij de spoorwegen gewerkt en het gezin mocht toen gratis reizen. Dat was hij dus niet verleerd. Daarnaast waren er de gebeurtenissen op het Marconiplein die hij goed in de gaten hield. Er was tenslotte altijd wel iets te zien. Toen de nieuwe bestrating werd gelegd was hij beslist niet de enige die dat gebeuren met veel aandacht voor de verrichtingen van de stratenmakers op de voet volgde. Daarom ziet die bestrating er zo prachtig uit.

Eenmaal in De Beyart, verzuchtte Jos, dat hij dat eigenlijk eerder had moeten doen. In Rotterdam zat hij de laatste tijd in een rolstoel en hier werd hij weer op de been gezet en kon hij enige tijd zonder de hulp van anderen vooruit.

Langzaam ging het beetje bij beetje minder. Prediker zegt het zo mooi: Gedenk daarom je Schepper in de dagen van je jeugd, voordat de slechte dagen komen. Dat heeft Jos gedaan, van dag tot dag, in groot vertrouwen op de Heer, die waakte over hem. Want ooit komen de dagen waarvan je zegt, daar vind ik weinig vreugde meer. Je durft er niet meer uit, want de weg is vol gevaar en je voeten wankelen. De bomen komen niet meer in bloei en het leven sleept zich nog wat voort. De mens is op weg naar zijn eeuwig huis. En daar, Jos, bent je met die God, op wie je zo vertrouwde, verenigd.

Br. Kees Gordijn