IN MEMORIAM BR. KEES ZONNEVELD

Br. Kees is geboren op 25 januari 1931 in Haarlem.
Hij deed zijn professie in de FIC op 15 augustus 1951.
Op 14 november 2021 overleed hij in het WZC De Beyart in Maastricht.

We hoorden zojuist in het evangelie van Lucas, dat Jezus 36 koppels uitzond om verkennend werk te gaan doen voor zijn zending van vrede en gerechtigheid.
Twee aan twee door Jezus aangewezen.

De leerlingen van Jezus kregen een duidelijke boodschap mee. Aanwijzingen voor bij een goede óf slechte ontvangst, wat ze als bagage mee mochten nemen, instructies om je aan te sluiten bij wat medemensen te bieden hadden. Het loog er niet om.
De uitgezonden tweetallen waren aan degelijke regels gebonden.

Wat de opdracht was die Kees bij zijn zending ontving, hoorden we in de eerste lezing uit de Leefregel van de Broeders FIC. Kees nam die regels zeer ter harte.
Toen hij onlangs zijn zeventig jaar broeder-zijn vierde, herhaalde hij nog eens wat zíjn opdracht was: totale beschikbaarheid, steeds bereid zijn tot samenwerking met de mensen om je heen, je goed voorbereiden op je zending en je ondergeschikt willen maken aan de mensen vóór en mét wie je werkt en... je blijvend vormen.

Op zijn zending in Malawi, die ruim veertig jaar duurde, gaf hij aan deze opdracht op een zeer goede wijze vorm. Hij ging er – eerlijk gezegd – trots op dat hij hiervoor de kracht had opgebracht. Daar kunnen wij, als familieleden en medebroeders, alleen maar respect voor hebben. Daarom vinden we dat Kees veel lof verdient. En de Eeuwige zal die lof van harte kunnen onderschrijven.

Kees bracht zijn jeugd door in Haarlem en zat bij de broeders op school. In de zesde klas kreeg hij les van broeder Edwinus. Die bleek een goede werver voor roepingen voor onze congregatie: in september 1943 ging Kees met nog vier klasgenoten naar het juvenaat in Simpelveld.
Thuis in Haarlem was het bij het gezin Zonneveld armoe troef. De oorlogsellende trof het gezin zeer: bloembollen en suikerbieten als maaltijd. Iets anders schafte de pot niet.

Onlangs vertelde Kees nog dat hij het in het noviciaat erg naar zijn zin had: 'Het was een heel fijne groep. Er is bijna niemand van uitgetreden en ik vind het fijn dat we met vier man nog ons 70-jarig feest kunnen vieren”.

Op 5 januari 1963 gaat hij samen met George v.d. Leur en Hortensius Meeuws, naar het Afrikaanse Nyassaland. Hij krijgt als taak om docent te worden aan de kweekschool in Mary View. Daar geeft hij les in wiskunde. Samen met de studenten maakt hij leermiddelen voor de kinderen van de lagere school.

Zijn eerste jaren waren er erg moeilijk vanwege de onlusten. Het land wil zelfstandig worden en kiest een nieuwe naam : Malawi.
Bij zijn aankomst wordt Kees getroffen door de ontzettende armoede en ellende onder de bevolking. “Maar”, zegt hij later, “de mensen en de kinderen waren erg warm en hartelijk. Fantastisch, gewoon!”

Met de antropoloog pater Schoffeleers legde hij de gewoonten en gebruiken van de inlandse bevolking op foto's vast. De opnames ontwikkelt hij zelf in zijn donkere kamer, en deze worden later in een boek vastgelegd. “Hierdoor kreeg ik een steeds nauwer zicht op mens en kultuur in dit prachtige land.”

In het midden van de zestiger jaren krijgt Kees de opdracht om theologie te gaan studeren op de universiteit van Berkeley in de Verenigde Staten. Hij haalt daar zijn 'Masters Theologie' en gaat aan het Groot Seminarie in Zomba, Malawi, les geven aan de 75 toekomstige priesters. Met groot genoegen kan hij op deze periode terugzien.

Ook voor zijn eigen medebroeders zet hij zich veelzijdig in. Hij bekleedt de functie van provinciaal econoom en woont in die hoedanigheid enkele internationale FIC bijeenkomsten bij.

Ondertussen merkt Kees dat zijn lichamelijke situatie soms te wensen over laat. Hij moet daartoe een aantal malen zijn verlof in Nederland verlengen. Hijzelf en zijn overheid stellen vast dat het beter is om voorgoed naar Nederland terug te keren.
Op 3 mei 2004 wordt hij lid van onze communiteit in Rotterdam, na met veel pijn in z'n hart afscheid te hebben genomen van zijn dierbare Malawi en zijn aardige inwoners. “Fantastische mensen om méé en vóór te werken!
Na het sluiten van ons huis in Rotterdam, wordt hij lid van de Bernarduscommuniteit in Maastricht. Hij toont zich daar een trouw huisgenoot en houdt zich dapper bij het ongemak dat hij steeds erger aan zijn lichaam ondervindt.

Wanneer we, bij zijn afscheid hier in de Cellebroederskapel, op zijn leven onder ons terugkijken, doen we dat met een gevoel van groot respect.
Kees was een man die zijn vele gaven waarmee hij gezegend was, nadrukkelijk in dienst stelde van de ander. Hij was voor familie en congregatie een heel aardige man, die tegenslag met groot geduld verwerkte. Een man die zijn roeping als religieus, zeer goed vorm wist te geven. Hij genoot van het leven en wij genoten van hem.

Als theoloog onderrichte hij zijn studenten over leven en dood. Hij kon hen vol geloof vertellen, dat we als mens in een tijdelijk huis leven, op weg naar een stralend nieuw leven in de nabijheid van onze Schepper.

Op zijn rouwbrief staat een uitspraak van paus Pius XII: 'Wie velen tot gerechtigheid heeft onderwezen, zal schitteren als een ster aan de hemel'.

Toen ik vannacht uit mijn raam keek, zag ik een opvallende mooie ster schitteren aan de hemel. 'Kees, het zit helemaal goed met jou', ging het door me heen.


Wim Swüste FIC.