IN MEMORIAM BR. LUCIANUS TIELEMAN

Hij is geboren op 9 januari 1922 in Hontenisse (Hulst). Op 15 augustus 1944 legde hij zijn Geloften af bij de Broeders FIC. Hij overleed op 11 juli 2014 in De Beyart te Maastricht.


“De vruchten van de weg die je door het leven gaat zijn: trouw, eenvoud en liefde. Het voornaamste dat je als mens als erfenis achterlaat, is niet de weg die je liep, maar de afdruk van je voetstappen die je zette.” Ik heb dit niet zelf bedacht, maar kwam het onlangs tegen in een artikel in het tijdschrift Speling. De zinnen zijn helemaal van toepassing op het leven van onze goede Lucianus Tieleman, die we ruim 92 jaar als edel mens in ons midden mochten hebben. Trouw aan zijn familie, zijn medebroeders en zijn grote schare van vrienden en vriendinnen. Innemend en vol persoonlijke aandacht voor ieder die zijn pad kruiste. Proberend een mens van eenvoud te zijn in het spoor van de H. Bernadette Soubiroux , waarvoor hij een speciale verering had. We zijn bedroefd omdat we vanmiddag afscheid moeten nemen van een zeer wakkere man, die thans voorgoed is ingeslapen.

Lucianus was een rekenmeester, in de volle zin van het woord. Hij hielp onze congregatie door financiële problemen heen, was een wijs raadsman, en velen rekenden op hém als er gefuseerd, gepensioneerd of geregeld moest worden. Typerend voor hem was dat hij keurige lijsten naliet van wat hij vanaf 1945 had gedaan, met een overzicht van de 51 stichtingen en organisaties die hij had bijgestaan en een lijst van 11 taken die hij voor de congregatie had verricht. “Dat is niet om op te scheppen, maar dan worden er bij mijn uitvaart geen fouten gemaakt.”

Hij is geboren in Zeeland, maar verhuisde al snel naar Amsterdam. Zijn vader was werkzaam bij het spoor en hield toezicht op het onderhoud, een Prorail- functie. Van zijn moeder leerde hij dat je op moet komen voor het recht van anderen. Voor een interview vertelde hij me het verhaal dat ze een controleur van de belastingen die bij hen in Amsterdam onverwacht op bezoek kwam, met ferme termen terecht wees: “Als u denkt dat mijn man niet eerlijk is geweest, heeft u het totaal mis. U kunt gaan.” Lucianus zei dat hij dit gesprek steeds met zich meedroeg: “Ik verzet me tegen onrecht en waar mensen recht op hebben - zeker op financieel gebied – vecht ik voor hen.”. Dat heeft hij met succes gedaan en velen – waaronder zeker ook onze congregatie – zijn hem daar dankbaar voor.

Hij was een man van trouw. Dat bleek ook uit de wijze waarop hij dienstvaardig was in zijn werkzaamheden als lid en eindverantwoordelijk van ons eigen Onderwijsbureau in Maastricht, later gevestigd in Schiedam. Lucianus was ingetreden als accountant. Met succes had hij daartoe het Staatsexamen afgelegd. En hij trad in 1942 in bij een onderwijscongregatie. Schoolmeesters hadden erin leidinggevende functies en Lucianus wist al heel snel dat die wél eigenwijs konden zijn, maar niet veel verstand van financiën hadden. Hij was eerlijk genoeg om dat met regelmaat te laten merken, maar bracht óók de trouw op om zich niet wrokkig vast te bijten in eigen gelijk. Als hij met iemand in een gesprek goed ‘op stoom’ was, kon hij daar sterke staaltjes van vertellen. Met een zalige glimlach om zijn mond. “En ik hád uiteindelijk wel gelijk!” Toen onze congregatie in provincies werd ingericht in 1967 kreeg hij van de eerste provinciaal overste van Nederland, br. Remund Pennings, voor het allereerst te horen “dat jij, Lucianus, een vakman bent op jouw specifiek terrein en dat ik je volledig vertrouw en graag alle ruimte geef.” “Dat zijn de mooiste zinnen die ik in mijn leven heb gehoord. Ze getuigden na 23 jaar werken als niet-onderwijzer, eindelijk van respect.”

Hij was een breedsprakig mens. Geen kwaad woord erover, want zijn mond vloeide over van wijsheid. Hij was scherp in zijn denken en formuleren. Dat was hij ook als het zaken over geloof en Kerk ging. In overlegsituaties in eigen communiteit of op nationale en internationale kapittels, toonde hij zijn sterke geestelijke fundament. Hij kon aangeven wat hem als religieus bewoog, waarom hij ons – nu op een paar weken na zeventig jaar lang motiveerde om Broeder FIC te blijven – en welke weg we als broeders moesten volgen. Ook internationaal zette hij zich in voor gerechtigheid door zijn bestuurlijke inzet bij de oecumenische stichting IFOR. En als het hem moeilijk viel om in het spoor te blijven, vond hij troost in het leven van de eenvoudige heilige Bernadette, die ondanks tegenslag haar gelovige weg bleef gaan.

Lucianus was een man met een charmante, haast sjieke, verschijning. In contacten met wie dan ook, toonde hij zich een innemend mens. Geen wonder dat hij een schare van vrienden, vriendinnen en kennissen had. Hij gaf daarmee blijk dat hij een rekenmeester met een gouden hart was. Een man van genegenheid en welgemeende aandacht.

Verguld was hij onlangs toen een echtpaar dat hem goed kende, hun kindje naar hem noemde: Lucie. Hij woonde de doopplechtigheid, een lange treinreis ver, als een apetrots man bij.
Met degenen met wie hij zakelijke contacten had was dat ook het geval: rijksoverheden, inspecteurs, bestuursleden van ordes en congregaties, leden van sponsororganisaties en besturen van stichtingen zoals van Wereldvenster in Den Haag en de Vincentius Vereniging. Voor zijn wijze hulpverlening verkreeg hij in 1975 de pauselijke onderscheiding “Pro Ecclesia en Pontifice”.

Dat hij een man bleek van een ijzersterke wil om te overleven, bleek toen hij in 2012 getroffen werd door een sterk afnemend gezichtsvermogen. Ook zijn gehoor liet het merkbaar afweten. Gewapend met een blindenstok en met een enorme dosis vertrouwen in de medemens ging hij nog zelfstandig op reis. “Ik reken gewoon blindelings erop dat ze me wel helpen.” Bij zijn verblijf hier in De Beyart werd hij zeer trouw geholpen door broeder Gerard van Geel, die elke morgen, vanaf klokslag elf uur, met hem de emailberichten en post doornam. Door deze daad van broederlijke hulp kon Lucianus de hem zo dierbare contacten met zijn familie en vrienden blijven onderhouden.

Je hoorde hem nauwelijks over zijn afnemende lichamelijke gezondheid klagen. Na een gesprek dat ik met hem had over zijn werk en zijn leven, vroeg ik hem tot slot langs mijn neus weg of hij het niet vervelend vond dat zijn lichaam hem in de steek begon te laten. Hij was even stil en toen begon hij – zeer tot mijn verbazing – te huilen. “Het valt helemaal niet mee . Ik heb alles gekund. Maar ik accepteer ook alles wat me overkomt, “ zei hij toen hij weer wat op adem was gekomen. Daarna was het weer stil. Hij herpakte zich en we vervolgden het gesprek. Ik, met diepe schroom en ontroering.

De laatste weken ging het plotseling slecht met hem. In een onmenselijk snelle vaart ging hij achteruit. Opgenomen in het Academisch Ziekenhuis Maastricht bleek dat hij ongeneeslijk ziek was. Op zijn verzoek werd hij op vrijdag 11 juli in de morgen naar huis terug gebracht. Na het ontvangen van de Ziekenzalving ging hij in de namiddag van ons heen.
Hij had gevraagd om op zijn rouwbrief de volgende zin te vermelden: “Moge de Heilige Bernadette mij tot voorspreekster zijn en mij geleiden naar het eeuwig Vaderland”. We geloven vast dat deze eenvoudige heilige zich zeer goed van haar taak heeft gekweten en dat Lucianus, onze goede Jacques, rust in de liefdevolle schoot van de Eeuwige. De weg is afgelegd. Zijn voetstappen van goedheid en vriendschap laat hij achter. Dat ons dit tot troost mag zijn én blijven.

Wim Swüste