IN MEMORIAM BROEDER MARCEL BASTIAENS

De Beyart - Maastricht, dinsdag 22 april 2014

Het in memoriam voor broeder Marcel Bastiaens wil ik graag plaatsen in het teken van psalm 139.

Psalm 139
“Gij hebt mijn reizen en rusten bepaald,
en wat ik ook doe Gij zijt ermee vertrouwd.”

Marcel heeft een druk en dynamisch leven geleid, waarin hij veel gereisd heeft tussen en binnen continenten. En God is met hem meegegaan op al die wegen die Marcel gegaan is. Hij die Liefde is heeft hem gevolgd en is hem altijd nabij geweest, in perioden van grote activiteit en in tijden van (gedwongen) rust. Voor Marcel zelf was God lang niet altijd zichtbaar, maar hij vertrouwde erop dat God er telkens was als een bevrijdende kracht en een nieuw begin van leven.

Geboren in Wolder

In 1919, kort na de eerste wereldoorlog, is Marcel op 10 augustus geboren in het dorp Wolder bij Maastricht. Bij zijn doop kreeg hij de namen Marcellus Johannes. Zijn vader was landbouwer en had een boerenbedrijf. Het gezin telde acht kinderen: vijf meisjes en drie jongens. Marcel groeide op in een hechte dorpsgemeenschap met twee concurrerende fanfares: de blauwen en de groenen. Marcel behoorde tot het kamp van de blauwen. De St.-Aloyiusschool bracht hem in contact met de broeders FIC; hij wilde ook broeder worden. Hij volgende de gebruikelijke weg: het juvenaat in Zevenaar en daarna de kweekschool aan de Tongerseweg in Maastricht. Na het noviciaat werd hij op 15 augustus 1939 geprofest als broeder Leontius en lid van de Congregatie van de Onbevlekte Ontvangenis van de Heilige Maagd Maria. Zo begon zijn leven in dienst van het Koninkrijk Gods.

“Mijn God, Gij peilt mijn hart en Gij kent mij. “En wat ik ook doe, Gij zijt ermee vertrouwd.”

Leraar aan het juvenaat

Zo’n elf jaar heeft Marcel als broeder Leontius met enthousiasme gewerkt aan de ULO van ons juvenaat in Zevenaar, Maastricht en opnieuw Zevenaar. Hij gaf daar de vakken gymnastiek, muziek en Frans en droeg bij aan de opvoeding en vorming van onze juvenisten. Hij was een enthousiaste leraar die veel van zijn studenten eiste, maar zich voor de volle honderd procent inzette. De jongens mochten hem graag en waardeerden zijn aanpak. In 1957 - hij was toen 38 jaar - werd hij benoemd voor onze missie in Chili. Voortvarend als hij was stortte hij zich meteen op de Spaanse taal. Voor zijn vertrek in oktober van dat jaar heb ik hem - voor het eerst - als nieuweling twee dagen in Zevenaar gezien, toen hij afscheid nam van de jongens en de broeders van het juvenaat. Hij speelde even mee met kastievoetbal en liet zien dat hij ver en hoog kon trappen.

“Mijn God, Gij weet waar ik ga of sta. Gij hebt mijn reizen en rusten bepaald.”

Zijn tweede vaderland: Chili

Bijna 45 jaar heeft Marcel als broeder Leoncio, later als broeder Marcelo met volle inzet gewerkt in zijn geliefde Zuid-Amerikaanse tweede vaderland, hoofdzakelijk in het voortgezet onderwijs. In de eerste tijd was hij leraar aan de middelbare school in Talca en Santiago. In 1966 werd hij directeur van ‘Alberto Hurtado’, een grote scholengemeenschap in Santiago.
Een paar later ging hij naar Talca en kreeg daar de functie van ‘orientador’ aan het ‘Collegio Integrado’. Het ging hier om psychologische en pedagogische begeleiding van de leerlingen en hun ouders en pedagogisch-diactische begeleiding en deskundigheidsbevordering van de leerkrachten. Marcel combineerde hierbij de functies van schooldecaan, studie-adviseur en mentor. In 1969 kreeg hij een sabbatjaar en ging hij psychologie studeren in Parijs en New York.

“Mijn God, Gij weet waar ik ga of sta, en wat ik ook doe, Gij zijt ermee vertrouwd.”

Een ernstig ongeluk

In mei 1971 kreeg Marcel een ernstig ongeluk met zijn motor. In Talca botste hij op een auto en maakte een verschrikkelijke smak met zeer ingrijpende gevolgen: zijn heup op vier plaatsen gebroken, een gapende hoofdwond, zijn rechtervoet hing er los bij. Operaties volgden, maar voor juiste medisch zorg moest hij in december 1971 toch naar Nederland. Zijn heup moet opnieuw worden gezet en toen volgde een maandenlange revalidatie in Hoensbroek. Dankzij zijn doorzettingsvermogen en ijzersterke wil kwam hij er na een periode van in totaal vier jaar weer bovenop. Een lange tijd van gedwongen ‘rust’ voor zo’n actief persoon, maar ook een tijd voor bezinning en reflectie.

“Mijn God, Gij peilt mijn hart en Gij kent mij, Gij hebt mij reizen en rusten bepaald.”

Zijn grote passie

In april 1975 mocht Marcel weer terug naar zijn geliefde Chili. Intussen was dictator Pinochet aan de macht gekomen en was er ook op school veel veranderd. De tijd was rijp voor ‘iets anders’. Na een sensitivity training kwam Marcel in contact met de persoon en de ideeën van de jezuďet Pierre Fauré. Het gevolg was een ommekeer in zijn pedagogische denken. Hij ging in Parijs studeren bij Fauré en verdiepte zich in het persoonlijkheids- en gemeenschapsvormend onderwijs. Een centraal kenmerk is het persoon zijn in gemeenschap. Iedere leerling is een persoon, bestaat op zijn eigen wijze, met zijn eigen ontwikkelingstempo, zijn eigen uitdrukkingsmogelijkheden en begrenzingen. En deze unieke personen in wording vormen samen met de leraren, het administratief personeel en de ouders een schoolgemeenschap. De vorming van de leerlingen moet gericht zijn op het leren initiatief te nemen, zelfstandig te denken, oordelen en handelen, en op het zich kunnen aanpassen aan veranderende situaties.

Marcel bekwaamde zich in deze vorm van onderwijs, paste die toe en propageerde die, eerst op zijn ‘eigen’scholen in Santiago: het Liceo Santiago en later het Colegio Santa Cruz. Maar deze pedagogische olievlek diende zich te verspreiden. Als onderwijsvernieuwer ging hij onvermoeibaar aan de slag: in Chili en in andere Zuid-Amerikaanse landen. Hij begeleidde middelbare scholen en gaf cursussen, lezingen en workshops in o.a. Chili, Paraguay en Nicaragua. Op deze wijze heeft hij enorm veel betekend voor docenten, leerlingen en hun ouders.

In 1986 nam hij deel aan het FIC-congres over opvoeding en onderwijs in Indonesië. Ook daar sprak hij vol vuur over dit persoonlijkheids- en gemeenschapsvormend onderwijs.

“Gij hebt mijn reizen en rusten bepaald, en wat ik ook doe, Gij zijt ermee vertrouwd.”

Een sterke persoonlijkheid

Zijn leven lang heeft Marcel studie en toerusting belangrijk gevonden. Je moet je bekwamen voor je taak, ander wordt het niets. Hij hield er ook van werkelijk iets tot stand te brengen en resultaten te behalen. Uit het voorgaande blijkt dat hem dit goed is gelukt. Hij was een echte ‘workaholic’, soms ten nadele van zijn gezondheid. Toen hij in maart 2002 naar Nederland repatrieerde, in De Beyart ging wonen en lid werd van de communiteit Overkant, hield hij vast aan zijn werkritme. Elke dag had hij een programma dat afgewerkt moest worden.

In zijn omgang met mensen, waaronder zijn medebroeders, kon hij heel charmant zijn, maar ook dwingend, vooral als hij iets voor elkaar wilde krijgen. In alles was hij een doorzetter. Dat gold voor de idealen die hij nastreefde en de dingen die hij wilde bereiken, maar ook voor wijze waarop hij met tegenslagen en lichamelijke ongemakken en gebreken omging. Hij was een vechter die taai volhield totdat betere tijden aanbraken. In één woord: een sterke persoonlijkheid.

Marcel was ook een persoon tot wie mensen zich aangetrokken voelden. Zeker toen hij weer in Nederland was hield hij nauwe contacten met zijn familie. In Chili had hij veel vrienden en vriendinnen en de e-mails uit heel Zuid-Amerika bleven komen. In de laatste jaren - toen zijn gezondheid steeds mee achteruitging - had hij veel steun aan Maria Antonietta Astelly uit Chili, die verschillende malen op De Beyart logeerde en hem dan extra zorg verleende.

“Mijn God, Gij peilt mijn hart en Gij kent mij, Gij doorziet mijn gedachten van verre.”

Een dienstbaar geloof

Marcel moest niets hebben van dogma’s en veel voorschriften van de hiërarchische kerk vond hij nogal beperkend. Hij was van mening dat geloof bevrijdend moest zijn en de mensen vrij diende te maken. Hij vond wel dat de geestelijke accu van tijd tot tijd opgeladen moest worden. Zo nam hij in 1998 onder meer deel aan de internationale FIC-bijeenkomst over de “contemplatieve houding” in Duizel. En hij schrok er ook niet voor terug zich te verdiepen in pittige theologische werken.

Het geloof van Marcel was echter vooral dienstbaar. Zo hebben de mensen om hem heen dat ook ervaren. Zuster Judith de la Guarda, een zuster van het H. Kruis in Santiago, ziet in broeder Marcels leven één grote motivatie: “De Heer dienen door je geheel te geven aan de jeugd.” En in het jubilarissennummer van Oriëntatie FIC schrijft een medebroeder: “Je hebt vooral in Chili veel jonge mensen uit eenvoudige en arme gezinnen gevormd en ze daarmee goede kansen geboden in de samenleving.”

De goede strijd gestreden

Marcel, in augustus van het vorig jaar heb je je 94ste verjaardag gevierd en dít jaar zou je 75 jaar geprofest zijn. Het is je niet vergund geweest dit laatste feest nog te vieren. Het laatste jaar is je gezondheid sterk achteruitgegaan en ook je sterke geest is langzaam gebroken. Je sterke hart hield je nog in leven, maar nu - in de Goede Week in de voorbereiding op Pasen, het feest van de Verrijzenis van de Heer - heb je tenslotte je leven uit handen moeten geven.

Je hebt de goede strijd gestreden, je hebt de loop volbracht. Nu rest je nog de kroon der gerechtigheid. God die liefde is en jou kent al voor de moederschoot, zal je doen leven in zijn onvergankelijk Licht.

Marcel, we gedenken jouw rijke leven met bewondering en genegenheid.

Br. Frans School