IN MEMORIAM BR. NICO COOLEN FIC

    Hij is geboren op 27 september 1938 in Veghel.
Op 15 augustus 1959 legde hij zijn geloften af in de FIC.
Hij ontving op 15 augustus 1974 de priesterwijding in Talca (Chili).
Op 24 augustus 2018 overleed hij in het Universitair Medisch Centrum Maastricht.

“Tijd van leven om met velen, brood en ademtocht te delen.
Wie niet geeft om zelfbehoud, leven zal hij honderdvoud”

Huub Oosterhuis


“In september hoop ik mijn medebroeders te mogen danken bij mijn afscheid als pastor in De Beyart. Ik blijf daarna nog altijd werken aan mijn proces van innerlijke rust, om wat meer af te komen van gevoelens van spanning en aan een gezond gevoel van zelfwaardering. Het zal, op mijn 80e verjaardag, een mooie dag worden voor ons allemaal.” Dat schreef Nico me, in een mailtje afgelopen juli. Op zijn op 27 september wilde hij officieel een punt zetten achter zijn taak. Daar zag hij naar uit. Maar de Eeuwige was hem vóór. Dat afscheid moeten we vandaag al nemen, als familie, medebroeders, vrienden en vriendinnen. In dat mailtje tekent Nico zichzelf - wellicht ongeweten - helemaal. Hij is dankbaar, zeer dankbaar, voor wat hij heeft mogen zijn en doen, én hij toont zich kwetsbaar omdat hij zich nooit helemaal innerlijk rustig voelde. Hij hunkerde naar waardering, omdat hij leefde met de steeds terugkerende vraag: ‘Doe ik het nou allemaal wel goed genoeg?’

Nico nam de tijd ‘om met velen brood en ademtocht te delen’. Hij gaf niet om zelfbehoud, ondanks zijn innerlijke twijfels. De Eeuwige neemt Nico op in zijn uitgestrekte armen en schenkt hem innerlijke rust en vrede. En wel in honderdvoud.

Nico is geboren in een groot, warm Brabants gezin. Zijn vader had een goed lopende kapperszaak. Toen Nico 16 jaar oud was, moest hij voorgoed afscheid nemen van zijn moeder. Er werd in huize Coolen veel gemuziseerd. Nico speelde piano, orgel, dwarsfluit en gitaar. Over zijn zangkwaliteiten was hij zelf niet zo ingenomen. Met zijn broer Martin maakte hij in 2004 een CD, waarop vijf baroksuites stonden. Hun neef, Ad van Zuylen, verzorgde vakkundig de opname in zijn studio. De opbrengst ervan ging naar het project Straatkinderen in Accra (Ghana) van hun stadsgenoot, broeder Jos van Dinther.

De familie Coolen – van Zutphen had een goede band met de FIC. Drie oom van Nico traden tot de congregatie toe, evenals zijn broer Frans en neef Piet van Bree. In augustus 1951 vertrok hij naar ons juvenaat en hij deed in 1959 zijn professie.

Vanaf 1965 werkte hij dertig jaar lang in Chili. In een interview vertelde hij dat hij tijdens de bootreis - voor het eerst op weg naar dat land - overmand werd door een gevoel van onzekerheid: ‘Wat kan ik in Godsnaam voor de Chilenen betekenen?’ Maar al heel snel na zijn aankomst voelde hij dat hij met grote warmte door hen werd gedragen en in hun midden opgenomen. Hij voelde zich er helemaal thuis en op zijn plaats. Zijn openheid, hartelijkheid en eenvoud maakten hem, ook daar, tot een kostbare broeder van mensen.
Hij mocht gaan werken aan het catechetisch diocesaan centrum van het grote bisdom Talca. De bisschop benoemde hem tot directeur van dit instituut, waar vijftien mensen in vaste dienst werkten. Zuster Yolanda was hier zijn steun en toeverlaat.
Mede vanwege deze taak, vroeg de bisschop aan Nico om zich tot priester te laten wijden. Hij ging in Medillin (in Colombia) studeren en werd daarna in 1974 gewijd. Bij zijn feestelijke ‘eerste heilige Mis’ in Veghel ontving hij een zinvol vervaardigde kelk van zijn familie. Dit kostbaar geschenk gebruikte Nico 44 jaar trouw. Hij staat tijdens deze Afscheidsdienst op de kist waarin zijn lichaam rust.
Zijn catechetisch centrum stelde onder andere een schriftelijke catechesecursus samen, die steeds bij de tijd werd gebracht. Deze werd gebruikt door ruim 3000 onderwijsmensen in heel Chili. De cursus werd in het Portugees vertaald en wordt in Brazilië gebruikt. Momenteel wordt hij door Marianne Boseli geactualiseerd en bruikbaar gemaakt voor Spaans sprekende mensen in Nederland.

Regelmatig komt Nico op verlof in Nederland. Zeer gastvrij wordt hij door zijn grote familie ontvangen. Men is blij met zijn aanwezigheid en geniet van zijn verhalen.

Tijdens het generaal kapittel van de FIC in 1994 wordt Nico gevraagd om zijn werk in Chili achter te laten. Hij wordt namelijk gekozen als bestuurslid van de gehele congregatie. Met pijn in het hart verlaat hij zijn dierbare Chili en de Chilenen. Hij gaat voor zijn medebroeders, wereldwijd, werken. Met toewijding doet hij dat, onder leiding van Albert Ketelaars z.g. uit Veghel.

Na deze taak woont hij kort in Nijmegen. In 2001 wordt hij benoemd tot pastor van het woonzorgcentrum De Beyart en wordt lid van de toenmalige Ludovicuscommuniteit.
‘Ik zet me daar in voor het geluk en welzijn van alle Beyartbewoners’, zegt hij. Het is een overzichtelijk werkveld, dat past bij mijn wat ouder worden. Heel vaak denk ik nog met veel heimwee terug aan het leven in Latijns Amerika, aan de unieke sfeer van het volk en de Kerk’.
En hij voegt daar aan toe:‘Wat mij belemmert in mijn functioneren is het gebrek van mij aan voldoende innerlijke rijpheid en vrijheid. Ik kan me niet altijd onbezorgd en vrij aan mijn taak geven. Ik wil er zijn voor iedereen, wil openstaan voor kritiek, zal mensen niet beoordelen en hen nemen zoals ze zijn.
En ik ben me er zeer van bewust dat ik nog steeds denk, spreek en voel op mijn Latijns Amerikaanse wijze’.

Als ik, als broeder Wim, heel eerlijk mag zijn, lijkt het mij een zware opgaaf om voor médebroeders, voorganger en geestelijk begeleider te zijn. Nico vond daarin vaak een goede weg, hetgeen veel bewondering afriep.

Nico benut zijn gaven van geest en hart, hier in De Beyart, zeventien jaar lang. Hij is een toegewijde voorganger, begeleid bewoners in persoonlijke gesprekken en leidt hun uitvaart en teraardebestelling. Van zijn communiteit is hij een trouw lid en leeft voluit mee met de congregatie.
Zeven jaar lang vertaalt hij voor de Spaanstalige vrouwelijke gedetineerden in Ter Peel in Sittard, groepsgesprekken, meditatiebijeenkomsten en gebeden.

‘Ik kende vaak eenzaamheid’ schrijft hij eens. ‘Maar toch voelde ik me nooit alleen. Het is je roeping om samen te leven met een stel goede medebroeders.
Samen je idealen en je verdriet te delen.De omgang met hen, mijn dierbare familie en veel goede vrienden en vriendinnen, hebben mij geholpen mijn geluk te vinden. Ik ben er hen allen daar zeer dankbaar voor.’

Afgelopen week kreeg hij, toen hij hier in De Beyart vlak bij de hoofdingang in de hal liep, een ernstige herseninfarct. Opgenomen in het ziekenhuis bleek dat hij – mede ook door veel complicaties – dit maar zeer moeilijk zou kunnen overleven. In het bijzijn van familie, medebroeders en vrienden ontving hij de Ziekenzalving. Op vrijdag 24 augustus ging hij in alle rust terug naar zijn Hemelse Vader.

We zijn zijn familie, medebroeders, verpleegkundigen, vrienden en speciaal Léon, Wilma en Elly van het Team FIC, erkentelijk voor hun liefdevolle aandacht en zorg.

Nico deelde zijn leven met velen. Hij deelde het brood – met kleine én hoofdletter - op een voortreffelijke wijze met anderen. Om zelfbehoud gaf hij niet. Diep in zijn hart voelde hij, dat ook hij een kwetsbaar mens. Hij ontvangt nu zijn eeuwige geluk in honderdvoud.

Wanneer we straks de kist, zijn dierbare Beyartkapel uitrijden, zullen we hem vol vertrouwen en in vast geloof toezingen dat we wensen dat engelen hem zullen geleiden naar het paradijs, en dat hij verwelkomd mag worden door alle dierbaren die hem voorgingen: ‘In Paradisum’!
Dat we deze intens goede mens mogen blijven meedragen in ons hart: in respect, liefde en vooral in grote dank.

Wim Swüste FIC