IN MEMORIAM

BR. PEDRO VLOEIMANS

Hij is geboren op 15 augustus 1919 te Dongen.
Op 15 augustus 1940 deed hij zijn professie.
Hij overleed in het AZM op 27 april 2011.

Rond Pasen stuurde onze generale overste alle broeders een brief. Hierin benadrukt hij dat ons leven als broeder in het teken dient te staan van het elkaar nabij zijn. Dat is geen nieuw geluid, maar het is mr dan de moeite waard het nog eens onder onze aandacht te brengen.
Juist als Broeders FIC dienen we uit te blinken in aandacht en respect voor elkaar. Een levenslange opdracht, die we veelal met succes volbrengen.

Als we vanmiddag rond ons familielid Frans en medebroeder Pedro hier in onze Beyartkapel bijeen zijn,is dat k een teken van respect. We werden uitgenodigd door onze provinciaal overste als hij in de overlijdensbrief schrijft:
" Broeder Pedro wordt door velen herdacht als een lieve man. Door de jaren heen is Gods liefde voor de mensen steeds meer zichtbaar geworden, in de wijze waarop Pedro broeder van mensen was."
Het komt niet vaak voor dat we elkaar als medebroeder ''lief'' noemen. En het is een zeldzaamheid dat we dit, van tederheid getuigende woord, op schrift durven stellen.

In een lied zingen we rond het Feest van de Menswording:
"Verschenen is de mildheid en de trouw van onze God.
Jezus is de vleesgeworden Zoon van God, die ons voorhield, maar zeker ook voor deed, wat het zeggen wil een goed mens te zijn. En mens te zijn van God.

Franciscus Joannes-Baptist Marie Vloeimans was zo'n mens, vanaf zijn geboorte in 1919, en gaf dat nadrukkelijk vorm in zijn 71 jaren dat hij onze medebroeder was. Mild en trouw. Het zijn karaktereigenschappen die we in onze verhardende samenleving veelal met een lampje moeten zoeken. Daarom is het dan ook een godsgeschenk, als je met een medemens mag samenleven als familielid of medebroeder, die zulk een edel mens is.

Frans groeide op in Amsterdam. Zijn ouders hadden daar een schoenwinkel. Misschien vonden ze het daarom ook goed, met het oog op de interne klandisie, dat hun zoon op het Museumplein na schooltijd mocht voetballen. Hij zat op school bij de broeders en ging op aanraden van de broeder van de hoogste klas en met instemming van Frans' ouders naar het juvenaat.
Aanvankelijk kreeg hij op onze vakschool de opleiding tot timmerman. Zijn 'meesterstuk' was een rode ronde salontafel, die hij zelf jarenlang gebruikte.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij kok in Heerlen en daarna op het pensionaat in Wehl. Hier had hij het erg naar zijn zin.
Het was dan ook niet ZIJN keuze dat hij in 1955 werd overgeplaatst naar De Beyart. Hier werd hij werd aangesteld als ziekenbroeder in St. Lidwina. Het werk in onze ziekenafdeling, met een team van zo'n vijf medebroeders, was geen eenvoudige opdracht.
Op de woensdag- en zaterdagmiddagen had men een paar uur vrij. De andere dagen en nachten van de week, was men continu beschikbaar voor de soms ernstig en langdurig zieke medebroeders.

In die lange jaren van trouwe inzet, werd de kostbare basis gelegd voor een deskundige, maar vooral toegewijde zorg voor onze zieken, waarop heden ten dage hier in De Beyart mag worden voortgebouwd.
Wie geen oog meer heeft voor het goede uit ons verleden, op welk gebied van ook, leidt een bestaan gebaseerd op halve waarheden.
Br. Pedro staat in de lange rij van medebroeders die nadrukkelijk waar hebben gemaakt "dat we speciale aandacht dienen te hebben voor zieken en zwakken in onze directe leefomgeving", zoals onze Constituties vragen.

Na zijn pensionering bleef Pedro zich voor anderen inzetten. Hij deed dat op een vriendelijke en niet opdringerige wijze. Hij was trouw als chauffeur van broeders naar het ziekenhuis of dokter.
Elke zaterdagmiddag reed hij mensen naar De Schark, op weg naar een gezellige middag met medebroeders en met pannenkoeken.
Samen met zijn goede vriend Jo Buizer ging hij op een vaste dag in de week naar het Slaaphuis van het Leger des Heils. Ze bereidden daar een grote pan soep, smeerden stapels brood en zetten koffie en thee. Dit alles werd met een vriendelijk gezicht aan de aanwezige daklozen uitgedeeld.
Op zondagmorgen ging hij jarenlang naar het Academisch Ziekenhuis om er de H. Communie rond te brengen. Een werk dat hij met toewijding deed.
Hij was een actief lid van onze schrijfgroep Amnesty International.

Pedro voelde zich, als gemeenschapsmens, in de Overkantcommuniteit erg op zijn plaats. In de recreatie werd gekaart en gepuzzeld. Er werden steekjes onder water uitgedeeld. Er was ook volop gelegenheid feest te vieren en attent voor elkaar te zijn. Pedro had hierin een wezenlijke bijdrage.
Hij was geen man van diepzinnige gedachten en van dure woorden. In zijn doen en laten was hij een mens van mildheid en goedheid. Een mens die op een pure eenvoudige wijze gestalte gaf aan onze idealen van broederschap, en leven in vrede met elkaar. Die eigenschappen deelde hij ook met medebewoners van onze, steeds meer van gestalte veranderende Beyart. Een mooi voorbeeld hiervan was zijn toegewijde zorg en aandacht voor onze blinde huisgenoot de heer Gerardu, van wie we onlangs afscheid moesten nemen.
Deze houding van aandacht had hij ook voor zijn familie. En dat was ook wederkerig het geval. Ook voor hen zal het heengaan van Frans een groot verlies zijn.

"Houd u niet ver van mensen die verdriet hebben, maar treur met hen die bedroefd zijn. Keer je niet af van zieken en je zult door hen bemind worden", hoorden we zojuist lezen uit het Oude Testament.
Pedro Vloeiman was een man van God, in woord en daad. We zijn hem, om zijn voorbeeld als kostbaar medemens, veel dank verschuldigd. Dat spreken we hier met groot respect uit, in de hoop dat we er troost uit mogen putten, nu hij niet meer onder ons is.

De Heer, die met grote instemming heeft gezien hoe Pedro leefde, heeft hem vol liefde opgenomen in zijn eeuwige vreugde, zo geloven wij.

Lief familielid Frans en medebroeder Pedro, bedankt dat je met ons het leven hebt gedeeld.
We houden je hoog in onze gedachten.

Wim Swste