In memoriam broeder Piet Neggers FIC

Maastricht, 7 maart 2015

“Laat niets je verontrusten, laat niets je beangstigen.
Alles gaat voorbij. God verandert niet.
Geduld bereikt alles.
Wie God heeft, ontbreekt het aan niets.
God alleen is hem genoeg.”


Deze woorden van Teresa van Avila stonden in de ringband met uitspraken en citaten, die Piet bijhield als een soort spiegel om naar zichzelf en zijn leven te kijken. Teresa’s getuigenis vormde een basiszekerheid voor zijn leven, waaraan hij zich ten diepste kon vasthouden.

Jongste uit een gezin met elf kinderen volgt zijn twee broers

Geboren op 22 maart 1937 in Eindhoven groeide Piet op als jongste van een gezin van elf kinderen. Zijn vader werkte bij de Nederlandse Spoorwegen. Twee van zijn broers gingen Piet voor als broeder van Maastricht:
Franciscus Xaverius in 1941 en Bertrandus in 1953.
In 1957-1958 volgde hij als frater Modoald bij broeder Monulfus het noviciaat in Maastricht, maar grote twijfels verhinderden hem professie te doen. Hij ging terug naar Eindhoven en werkte daar 7 jaar in het onderwijs. In 1959 behaalde hij zijn akte van volledig bevoegd onderwijzer en in 1963 Duits L.O. In 1964 deed hij een nieuwe ‘poging’ richting FIC en begon hij als ‘man van de wereld’ aan zijn tweede noviciaat bij broeder Geraldus de Keijzer samen met de andere novicen, beschermd opgevoede internaatsjongeren die ruim 7 jaar jonger waren. Piet heeft hier wel moeite mee gehad, ook al werd hij snel gebombardeerd tot frater-overste. Van die moeite ben ik persoonlijk getuige geweest, want ik deed als frater Frans-Jozef samen met Piet, toen frater Erhard, het noviciaat. In augustus 1965 deden Piet en ik, samen met nog 15 andere novicen, onze eerste professie als broeder FIC.

Onderwijzer en hoofd van de school in Maastricht

Na zijn professie speelde zijn werkzame leven als onderwijzer zich af in de stad Maastricht. Hij werkte aan de St.-Bernardusschool voor Montessori aan de Capucijnengang, als onderwijzer en hoofd, en later aan de Lucasschool in de wijk Malberg, samen met de oud-broeders Honestus Janissen en Niek Duives. Piet was een betrouwbare, rust uitstralende leerkracht, met sociaal gevoel voor zijn niet zo gemakkelijke en vaak ook zwakke leerlingen, die hem graag mochten. In zijn ringband noteert Piet de uitspraak: “Gerechtigheid komt op voor de slachtoffers van ongelijkheid en is gebaseerd op bescheidenheid, geduld en respect voor de ander.” Met zijn kalme en relativerende levensinstelling én zijn warmte is Piet voor zijn leerlingen een rustpunt en een veilige plek geweest in hun soms hectische leven.
Hij toonde zich ook een stabiele pijler van het team, dat op hem kon bouwen. Hij was de kalmste en stilste, maar als hij een opmerking maakte dan was die ‘to the point’ en getuigde van veel humor. In zijn ringband citeert Piet het boek Prediker: “Het is gemakkelijker je mond te houden dan een toespraak. Het einde van een redevoering is beter dan het begin.” En: “Toen hij overal een mening over had, sprak hij. Toen hij overal verstand van had, zweeg hij.”

Eind 1992 komt er einde aan Piets schoolloopbaan: hij gaat in de VUT vanwege een scholenfusie. Daarna maakte hij zich jarenlang verdienstelijk door het geven van Nederlandse les aan asielzoekers en allochtone Nederlanders. Zo bleef hij bij het leven van concrete mensen betrokken; met een aantal van hen bleef hij contact onderhouden. Na zijn reguliere werk zat Piet echt niet stil, onder het motto uit zijn ringband: “Doe minder dan je mag en meer dan je moet.”

Een kleine overzichtelijke communiteit

Piet ging in 1971 van de grote communiteit van De Beyart naar de kleine groep van de Annalaan. Dáár, met veel ruimte voor de eigenheid van ieders persoon, voelde hij zich echt thuis. In zijn ringband staat: “Ik heb nog wel vertrouwen in het individu, maar naarmate er meer bij elkaar zijn, neemt het af.” Hij kon zich daar ontplooien als de persoon die hij was: niet de man van het grote gebaar, niet van (kouwe) drukte, maar als een rustige, stabiele persoon, met een vanzelfsprekend dienstbetoon en gehecht aan zijn vaste dagelijkse activiteiten. Een man met veel humor ook en een gezond relativeringsvermogen.

‘Alleen’ wonen

Toen de communiteit steeds kleiner werd - door ouder worden en sterfgevallen - en tenslotte werd opgeheven, kreeg Piet van het provinciaal bestuur verlof om als broeder alleen te gaan wonen in een appartement aan de Via Regia. Daar leidde hij vanaf 1998 een wat teruggetrokken bestaan, zoals wij als medebroeders er tegen aan keken. Hij was heel netjes en schoon en voerde zijn huishouden op een zeer ordelijke manier. Er was geen rommel in huis en alles had zijn vaste plek. Het geheel was heel sober ingericht met voornamelijk ‘krijgertjes’. Hij bleef contact houden met de oud-Annalaners, die nu in De Beyart woonden. Hij bezocht trouw zijn zieke broer Bertrand en ook de oude Victricius hield hij regelmatig gezelschap. De andere broeders van De Beyart zagen hem nauwelijks, alleen als hij de was kwam brengen.
Met Els Lemaire, die tot aan de opheffing huishoudster was op de Annalaan en later kokkin op De Beyart, houdt hij nauw contact. Els heeft hem jarenlang met raad en daad bijgestaan, vooral in de periode dat Piet behandeld werd voor prostaat- en dikkedarmkanker. Els had een sleutel van zijn appartement.
Piet hield ook contact met de mensen die hij Nederlandse les gaf of had gegeven en met andere bewoners van zijn flat. En zeer belangrijk familiecontact was dat met zijn zus Mia uit Eindhoven. Zij kwam vaak op bezoek en noemde Piets flat haar ‘vakantiehuisje’. Ze verbleef dan enige tijd bij Piet op de Via Regia, maar ook als hulp wanneer Piet kampte met zijn gezondheid. Piet bezocht ook haar in Eindhoven, maar Mia was vaker in Maastricht bij Piet.
Broeder Maarten Bouw - Ties noemde Piet hem altijd - was zijn trouwe vaste Maastrichtse bezoeker. Als echte Brabanders onder elkaar ging Maarten bij Piet ‘buurten’ en spraken zij samen over van alles. Zondagavond 1 maart heeft Maarten Piet nog voor het laatst gezien, niet wetend dat deze kort daarna zou overlijden. Ook de leden van het provinciaal bestuur waren altijd welkom om met hem een gesprek te hebben. Wel hield hij ervan, dat er dan eerst een afspraak werd gemaakt.

Eenzaamheid

Piet leefde als alleenwonende broeder op een heel serieuze manier. Hij dacht na over doodgaan en over eenzaamheid. Dat blijkt uit de citaten die hij in zijn ringband noteerde en de knipsels die hij bewaarde. In een artikeltje over eenzaamheid staat het volgende:
“Ik denk dat de mens fundamenteel eenzaam is, dat het altijd zo geweest is en altijd zo zal blijven. Het is zelfs onze meest wezenlijke karaktereigenschap. In de jeugd zijn de meesten van ons gelukkig. Dat geluk is vanzelfsprekend en we zijn nog te jong om dat te beseffen. Dan, met het klimmen der jaren, worden we eenzamer en gaan door ons eigen bestaan zwerven, in het duister zoekend naar de verlichting die anderen ons moeten brengen. Als we onze eenzaamheid accepteren, worden we een stuk gelukkiger. Eenzaamheid vormt de kern van ons handelen en gevoelsleven. Zonder eenzaamheid was de wereld nog een stuk minder aantrekkelijk.”

De tijd nemen

Piet nam de tijd voor mensen en voor zichzelf. Piet straalde rust uit en gaf mensen de ruimte. In zijn ringband noteert hij het volgende: “Tijd is de ruimte die we nodig hebben om menselijke relaties te laten groeien. Het is iets heel sociaals en menselijks. Het is de ruimte om te vertellen wat je voelt, om te ontdekken wie iemand is, om door te geven wat je hebt ervaren in je leven.” Deze tekst was tegelijk een opdracht voor hem.

Ziekten en ongemakken

Piet had een haperende gezondheid met ernstige kwalen en ongemakken. Hij raakt echter niet in paniek en droeg zijn ‘lijden’ op een reële manier zonder veel te klagen. Uit de citatenringband lees ik: “Dat ik ‘s nachts niet meer slapen kan, daar lig ik allang niet meer wakker van.” Piet heeft zijn portie gehad, dat kun je wel zeggen: prostaatkanker, darmkanker, sterke vernauwing in de bloedvaten, e.d.

Gelovig man én religieus

Piet was een gelovig man, die niet geknecht wilde worden door kerkelijke structuren en hiërarchie, maar vrij wilde zijn. “De officiële kerk heeft dát om zeep gebracht, waarvoor Jezus heeft geleefd, nl. dat ieder mens vrij zou zijn, gelukkig en innerlijk gerijpt.” Wel vrij, maar... mét zelfdiscipline, want hij kende de zwakheid van de mens. “Vrijheid is mooi, maar zonder discipline red je het niet!”
Piets geloof in God kon niet losstaan van de ander. “Zonder liefde en inzet voor elkaar is God ervaren onmogelijk. God laat zich kennen door wat wij voor elkaar doen en laten.”
En kijkend naar zijn eigen religieus-zijn durft Piet voor zichzelf te noteren: “Ik zit niet in het klooster, maar het klooster zit in mij (ik blijf een broeder in hart en nieren)!”

Zo toont Piets ringband met genoteerde uitspraken zijn gezonde worsteling met het leven als broeder en religieus. Zijn basisvertrouwen in de God van Liefde - waar Teresa van Avila van spreekt - heeft hem echter nooit ontbroken. Die God zal hem opnemen in zijn oneindige Liefde.

Wij blijven ons Piet herinneren als een oprechte en trouwe broeder FIC.

Maastricht, 7 maart 2015

Br. Frans School