In Memoriam

Broeder RAMON WUIJSMAN

We gedenken broeder Ramón.
Voor hem gelden de woorden van de eerste lezing: Wie verstandig en wijs is, legt zich op werken van gerechtigheid toe.

En als toeval niet bestaat mocht ik ergens lezen: Als iemand overlijdt, doe je hem tekort als je alleen maar met een gevoel van verdriet en gemis aan hem terugdenkt. En je doet ook jezelf tekort, want daarmee zet je je leven op dat moment stil. Al maak je samen niets mee, je blijft met elkaar verankerd.

De rechtvaardige daden van Ramón zullen niet verloren zijn. Zij worden gedragen door de volwassenen die hij ooit onderwijs gaf. Zij mochten van zijn lessen genieten. Ze zullen zich de inzet die hij toonde herinneren. De verhalen die hij vertelde nog bij zichzelf kunnen oproepen uit het geheugen. En zelfs als dat niet het geval is, dan zullen ze hem herinneren als degene die alles voor hen over had. Het is, zoals we in de evangelielezing hoorden: Hij pakte een kind op en zette het in hun midden neer. Ook bij Ramón stond het kind centraal. En als er iets te kiezen zou zijn, dan zou in zijn beleving het arme kind het meest centraal staan. Voor hen zette hij zich in.

Bescheiden en eenvoudig zocht hij wegen om juist die kinderen, die tekort kwamen, recht te doen. Hij deed wat we hoorden voorlezen: Verbitter het gemoed van de arme niet, en wil hem uw gave niet weigeren. Ramón deed meer dan onderwijs geven. Hij gaf daarin het beste van zichzelf aan de kinderen; zijn belangstelling voor hun wel een wee, zijn Hollandse manier van omgaan, waar ze zeker door geraakt zijn.
Voor die kinderen is hij deel geworden van hun geschiedenis en heeft hij hen bezegeld met het keurmerk van zijn oprechte betrokkenheid.

Zo mogen wij allen ons Ramón herinneren. Iemand die verhalen uit zijn leven kon vertellen en altijd bij het begin zou beginnen. Daarin kon je horen hoe hij zijn weg zocht en vond. Hoe hij omging met zijn beperkingen en er goed mee wist te leven. Hij duwde ze niet weg, alsof ze er niet mochten zijn. In lichaam en geest kende hij zijn schaduwzijden en die zorgden ervoor dat het licht van zijn oprechtheid feller kon schijnen.

De tijd heeft Ramón nu losgelaten. Grote vrijheid is nu zijn deel. Los van alle betrekkelijkheid blijft hij nu verbonden met ons. In ons leven heeft hij zijn spoor getrokken. In het leven van velen heeft hij een spoor getrokken en hopelijk hebben allen in hem die op God betrokken mens gezien, of minstens vermoed. Want dat is het mooie van het evangelie, dat we hoorden: "Wie in mijn naam één zo'n kind opneemt, neemt niet mij op, maar hem die mij gezonden heeft."

Ramón moet geweten hebben, dat zijn familieleden, medebroeders, de ouders en hun kinderen en allen die hij ontmoette godsgeschenken zijn, soms lastige, maar ze zijn het wel. Zo worden we als mensen niet alleen tot God en elkaar geroepen, we worden ook gevonden. Opgenomen staat er in de evangelielezing, dat is meer dan gevonden worden. Dat is ook bij de hand genomen worden, met de bedoeling betere levenskansen te krijgen. Ook daarin zien we Ramón's werk in Chili. Kinderen optillen, opdat ze zich beter kunnen redden in de samenleving.

In alles wilde hij medebroeder zijn. Samen met anderen, met de inzet van eigen talenten en kwaliteiten vorm geven aan wat je te doen staat en wie je wilt zijn: een mens die weet dat alles van God gegeven is. Ook als het leven zich langzaam uit je terug begint te trekken, als die werkelijkheid om je heen steeds meer op afstand komt te staan en de sturing daarvan je gaat ontglippen. Dan nog ben je die mens die waard is om bemint te worden, want je naam staat geschreven in Gods hand. Die hand heeft Ramón opgenomen uit onze tijdelijkheid opdat we elkaar eeuwig toebehoren.

Gelezen:
Jesus Sirach 3:29 ev
Marcus 9:33 ev