Br. Rigaldus van Dooren
Ludovicus Jacobus Antonius (Louis)

Rigaldus, Louis, kwam uit een groot gezin, zestien kinderen. Via de school kwam hij in contact met de broeders. Hun leefwijze deed iets in hem wakker worden en na zijn opleiding in Zevenaar en Maastricht besloot hij lid te worden van onze congregatie. Hij behoorde bij de eerste groep broeders die naar Chili vertrok en eigenlijk gaandeweg de Spaanse taal onder de knie moest zien te krijgen. En dat kon wel eens tot ongewenste situaties lijden. De schoolgaande jeugd in Chili had weinig notie van tijd, dus wilde Rigaldus, of Ricardo zoals hij in Chili werd genoemd, de jeugd tot spoed aanmanen en helaas riep hij in het Spaans in plaats van 'opschieten1 'wegwezen', waar de jeugd niet rouwig om was.



Rigaldus (links achter) in Miranda de Ebro
   Chili, in 1952 trok hij er naartoe om te werken met mensen die aanvoelen of het echt is wat je voor hen wilt betekenen. Mensen waarbij je met barmhartigheid niet te koop hoeft te lopen, want daar hebben ze niets aan. Mensen die in armoede leven worden daar niet door geholpen. Op een of andere manier hebben onze broeders en dus ook Rigaldus daar geleerd hoe waar de uitspraak van Vincentius is: de armen zijn onze meesters. Want wat is arm zijn, wat is de grote kwaliteit daarvan, dat is niet niets of weinig hebben, dat is durven te ontvangen.

Daarin heeft Rigaldus zijn weg gevonden. Natuurlijk was het de bedoe-ling dat de arme mensen een betere toekomst tegemoet zouden gaan en dat hij en zijn medebroeders zich daarvoor in wilde zetten. Natuurlijk wist hij zich gedragen door die God die liefde is en die hem al kende voordat hij de moederschoot verliet en dat hij daar in Chili mensen zou ontmoeten die door diezelfde God gedragen werden. Dat vroeg niet om een gulle goedgeefsheid, dat vroeg om solidariteit, om een worden met die mensen in hun gastvrijheid, in hun warmte, in hun levenslust, maar ook in hun pijn en verdriet.
Je doet daar je werk niet om door de mensen geprezen te worden. Nee, de mensen roepen je. Rigaldus moet daar ervaren hebben wat roeping tussen de armen betekent. Dat het heel concrete mensen zijn, die in hun nood een beroep op hem deden in zijn schoolwerk. Toen zijn mogelijkheden om onderwijs te geven achteruit gingen, legde hij zich toe op parochiecatechese. Naast een vierende gemeenschap moet een parochie ook een lerende gemeenschap zijn. Leren in solida-riteit met elkaar, de ervaringen delen, dat je geraakt mag worden door die God, die zich in je medemens laat zien. Het is die God, waaraan Rigaldus tot op zijn oude dag, ja tot zijn dood toe heeft vastgehouden.  
Zijn oude dag bestond voor een groot deel uit bidden en luisteren naar muziek en misschien was voor hem bidden en luisteren wel hetzelfde, zoals wij God hoorden zeggen: 'Luister naar Mij, huis van Jacob.1 De tweede doopnaam van Rigaldus is Jacobus. Luister naar mij, zegt de Heer, met alles wat je hebt, met alles wat je bent. 'Want dat alles heb Ik gedragen1, zegt de Heer, 'vanaf je geboorte tot je oude dag, met al je goede dingen en al je gebreken.1 En bij Mattheus hoorden we: 'Maar jij, als je barmhartig bent, laat dan je linkerhand niet weten wat je rech-ter doet, opdat je barmhartigheid in het verborgene gebeurt; en je Vader die in het verborgene ziet, zal het je lonen.

Gedragen door God is Rigaldus op 11 november ingeslapen om het loon, dat hij hier in het verborgene verdiende te ontvangen.

Br. Kees Gordijn