IN MEMORIAM Broeder Roelof van Grinsven

Geboren op 14 mei 1920 in Aalst (NB)
Geprofest op 15 augustus 1939 in Maastricht
Overleden op 21 april 2015 in De Beyart, Maastricht.

De afstand tussen het geboortehuis van uw goede familielid en onze fijne medebroeder Roelof, Pieter van Grinsven en mijn eigen geboortehuis, was nog geen vier kilometer. Toen ik eind veertiger jaren een fiets kreeg, mocht van mijn ouders op de Aalsterweg gaan fietsen. Langs de villa van meneer Meijers, de directeur van de Karel I sigarenfabriek en even verderop langs het grote huis van meneer van Lotringen, die de baas was van een linnenfabriek in Eindhoven. Vervolgens de brug over de Dommel over en dan zag je de twee kenmerkende gebouwen van het dorp Aalst: de toren van de parochiekerk van Onze Lieve Vrouw Presentatie aan de Eindhovenseweg en even verderop de trotse wieken van de molen van de familie van Grinsven. Ik heb het daar met Pieter een paar keer over gehad en hij was zeer verbaasd dat ik vaak langs zijn geboorteplek was gefietst. Dat moet een dierbaar thuis zijn geweest van een hechte, degelijke katholieke familie. Een gezin met een hard werkende vader en lieve moeder, waarover in het Brabants Volkslied staat : “Dan wil ik zingen van het liefste dat ik ooit bezat op aard. Dat is mijn dierbaar Brabants moeke, trouwe ziel van huis en haard.” Moeder van Grinsven was hier mooi mee getekend.

Tussen 1929 en 1943 legden zes zonen van dit gezin hun professie als broeder in onze congregatie af: Berno, Maurilio, Amabilis, Maurilius, Roelof en Edwino. Ik noem hun namen met respect ten aanzien van de familie. Maar ook uit trotst omdat het een zeldzaam record is in het religieuze leven. Enkele families die ‘slechts’ vier of drie medebroeders leverden, steken daar pover bij af. Het respect voor de zes mannen uit Aalst is des te groter, omdat het alle zes mensen van groot formaat waren: degelijk, goede docenten en een uitstekende klokkenmaker; allemaal scherp van geest; zeer plichtsgetrouw en uiterst dienstbaar. We nemen vanmiddag afscheid van de laatste broeder Van Grinsven. Hij wordt met ere bijgeschreven – samen met zijn broers – in ons Liber Defunctorum, het Dodenboek, dat in onze aula een ereplaats inneemt.

Pieter van Grinsven was een diep gelovige man. Je kon hem het predicaat progressief niet toedichten. En ik denk dat hij vaak tenenkrommend naar liederenteksten luisterde als “Uit vuur en ijzer, zuur en zout, zo wijd als licht, zo eeuwen oud, uit alles is een mens gebouwd”. Om over andere hoog-dichterlijke teksten maar te zwijgen. Je hoorde hem daar niet over spreken, maar hij herkende zich daar niet in. Pieter was een man met een authentieke geloofsbeleving. Zelfs toen zijn benen erg stram waren geworden, kon je hem op stille momenten hier in de kapel in de zijgang geknield op de kapelvloer aantreffen. In volle devotie. “Zittend in een gemakkelijke stoel praat je niet tot God”, moet hij gedacht hebben. Hij was ook een man die graag met Onze Lieve Heer op goede voet leefde. Als onze goede pastor Giel Hommes voorging in de Eucharistieviering, had hij vaak alle tijd om in de donker wordende aula met Pieter een biechtgesprek te hebben. Een luisterend oor dat garant stond voor een vredige nachtrust voor Pieter.

De kerk van Aalst en de molen van Van Grinsven. Twee symbolen voor bidden en werken. Het bidden van Pieter is al aan de orde geweest. Vermelden we nu met respect de invulling die hij gaf aan zijn werken, zijn apostolaat, als broeder FIC.
In onze Leefregel staat herhaaldelijk vermeld “dat de broeders in hun werkzaamheden speciale aandacht dienen te hebben voor de meest zwakke en weerloze kleine en grote medemensen”. Pieter kreeg de kans en had de kwaliteiten om zich geheel voor deze groep mensen in de zetten. Hij bekwaamde zich daartoe in het halen van een indrukwekkende lijst diploma’s. En hij benutte die in zijn werk aan de Sint Servatius BLO school, hier in de achtertuin van onze Beyart. Na de hongerwinter van de oorlog 1940 - 45 in Schiedam te hebben doorgebracht, werkte hij hier twaalf jaar lang met groot geduld en toewijding met geestelijk beperkte jongens. Daarna van 1961 tot aan zijn pensioen in 1985 onder jongens en meisjes met een gehoorafwijking aan het Instituut voor Doven in Sint Michielsgestel. Hij haalde ook daar zijn bekwaamheden voor en deed op een rustgevende en vertrouwenwekkende wijze zijn werk. Dat gebeurde zonder ophef, met grote inzet en met veel plezier. Minder plezier beleefde hij in die roerige jaren aan het feit dat een redelijk groot aantal van zijn medebroeders intensief contact zocht met zusters

en docentes van de meisjesafdeling van dit Instituut, die al snel verder gingen dan het uitwisselen van pedagogische en didactische problemen. Pieter vertelde me, dat het hem steeds heel veel pijn deed als een medebroeder een andere levenskeuze maakte. Hetgeen tekenend voor zijn opstelling als broeder was. In 1985, toen het aantal broeders dat verbonden was aan het voornoemde Instituut heel hard terugliep, werd in Vlijmen een nieuwe communiteit gesticht. De pastorie van de wijk Vlietberg aan de Nassaustraat kwam leeg te staan en werd betrokken door de broeders Victimus, Ansfried, Damascenus en Roelof. Ze waren dienstbaar voor deze parochiegemeenschap: ze namen het kosterschap op zich, verzorgden mede de vieringen, stonden parochianen te woord en waren het vaste punt in de gemeenschap. Pieter vertrok in maart 2002 als laatste broeder uit Vlijmen en kreeg naast veel woorden van welgemeende lof en dank, een schitterende Maria-icoon aangeboden.

Pieter vertrekt – na een kort verblijf in Nijmegen – naar De Beyart waar hij aanvankelijk lid wordt van de Lidwina-communiteit, later van de Overkant. Hij wordt in beide groepen bijzonder gewaardeerd als huisgenoot mede ook omdat – zoals zijn overlijdensbericht meldt – “Hij blijk gaf van veel levenswijsheid en over een groot relativeringsvermogen beschikte.”

Pieter zal het zeer hebben gewaardeerd dat de weduwe van zijn jongste broer Ben, hem hier zeer trouw bleef bezoeken. Ze zette hiermee de goede traditie van bijzonder contact van Pieter met haar man zaliger, op een mooie wijze voort.

In alle rust en vrede, mede gesteund door het Sacrament van de Zieken, is broeder Roelof, onze Pieter, van ons heengegaan. “Als alles is volbracht zal de Heer voor ons een stad van brood en spelen zijn. Hij geeft dan een nieuw gezicht aan duisternis en licht aan alles wat we in ons leven deden. De Heer zal dan zijn beloften aan ons waarmaken en degenen die achterblijven zullen elkaar bemoedigen in een taal van hoop en vrede.” Ik denk zo, dat de goede Pieter zich in deze dichtregels wél heel goed zal herkennen! Dat hij mag rusten in de dik verdiende, eeuwige geluk-zaligheid.

Wim Swüste