IN MEMORIAM BR.ROLAND HEEREN

Hij is geboren op 27 november 1934 in Helmond
Op 15 augustus 1956 legde hij zijn eerste geloften af in de Congregatie FIC
Hij overleed in het revalidatiecentrum van het MUMC+ in Maastricht op 8 april 2020.


Enkele dagen geleden vierden we het feest van Pasen.
Een bemoedigend teken dat ons leven nooit ten einde loopt, want het vindt zijn voortzetting in de eeuwige rust en vrede in de Heer.

In de tweede lezing werden we daar nog eens goed op gewezen: 'Ieder die leeft in geloof aan Mij, zal in eeuwigheid niet sterven.'
In dit vaste geloof nemen me vandaag voorgoed afscheid van ons dierbaar familielid Theo en trouwe medebroeder Roland.

Roland is in Zijn oord van rust en vrede binnengegaan na een lang en vruchtbaar leven. Dit leven begon in 1934 in Helmond.

Het gezin Heeren dat al uit acht kinderen bestond werd op 27 november verblijd met de komst van een tweeling. Theo kwam het eerste ter wereld en zijn broer Louis erna.
Deze tien mensen bewoonden een grote villa aan de Kanaaldijk, die ze voor een zacht prijsje mochten huren van de textielmagnaat Van Thiel. Naast zijn werk op school had vader Heeren nog een breed scala aan activiteiten: hij schreef een boek over de historie van Helmond, hij richtte het Helmonds Museum op en hij was archivaris van de stad.
Zijn verdiensten voor deze stad werden erg gewaardeerd. Een straat werd naar hem vernoemd.

In de oorlogsjaren doorliep Roland de lagere school. Hij kreeg hier les van onder meer de broeders Heribert van Loy en Maurilio van Grinsven. Hierna ging hij naar de Mulo die ook door de broeders werd geleid.

Toen hij zijn diploma had behaald, vroeg hij zijn ouders of hij broeder mocht worden. Na enkele gesprekken met de overste, kwam die toestemming en ging Roland in augustus 1951 naar de kweekschool in Maastricht. Hij had het er daar erg naar zijn zin. Zo kreeg hij daar ook vioolles. “Verder dan het spelen van sinterklaasliedjes en kerstliederen heb ik het niet gebracht. Het stelde niet veel voor,” vertelde hij later.

Na zijn professie in 1956 is hij in zijn doen en laten een waardige opvolger van zijn vader: naast het schoolwerk in Nijmegen, Rotterdam, Heerlen, Weert en Helmond, doet hij veel aan buitenschoolse activiteiten. Hij is betrokken bij jeugdvoetbal en behaalt daartoe het diploma jeugdsportleider van de KNVB.
Hij volgt ook de opleiding tot scheidsrechter en helpt mee met de organisatie van schoolvoetbalkampen. Naar zijn eigen zeggen had hij in deze bezigheden veel voldoening. “En mijn werk op school leed er niet onder,”

In de verschillende communiteiten waar hij deel van uitmaakte, was Roland een prettige medebroeder. Zijn praten kon soms een wat 'zeurderige toon' hebben, maar dat was van voorbij gaande aard. Op overstefeesten kon hij zeer puntige voordrachten houden, waar flink om werd gelachen. Daarnaast was hij zeer hulpvaardig. Zo leerde hij van Eobanus Schellekens in Rotterdam de fijne kneepjes van het maken van een eenvoudige kloosterpot. Hij hielp ook op andere plaatsen als een kok uitviel of op vakantie ging.

Hij was een trouwe bezoeker van het gemeenschappelijk overleg en was steeds present bij gebed en vieringen. Roland was een man die een goede belangstelling had voor zijn medebroeders en dankbaar was voor hetgeen hij in communiteiten mocht ervaren. Dat maakte hem tot een gewaardeerd mens.
Hij leefde erg sober. De herenmodezaken hebben nooit veel geld aan hem verdiend.

Wanneer U het gebouw van De Beyart betreedt, ziet u in het halletje aan de muur een uitstalling van eervolle vermeldingen, van brons tot goud, die het woonzorgcentrum in de loop der tijden heeft verkregen. Er onder hangen ceramiekborden die door Roland zijn vervaardigd.
En dan zijn we bij zijn meest bekende bezigheid van 'pottenbakker' aangeland.
Roland volgde in het Helmondse Speelhuis daartoe zijn opleiding, later nog in het Karregat in Eindhoven en een glazuurcursus in Vlaardingen. Deze bijscholing leverde prachtige resultaten op : van eierdopjes tot grote vazen, van gedenkborden tot adventskransen. Hij gaf op zomerkampen in deze vaardigheid op speelse wijze les aan kinderen, stelde zijn ceramiekwerk ten toon en stond op kunstmarkten. De opbrengst van zijn producten ging naar projecten van zijn medebroeders in Ghana en Malawi. Vele straatkinderen en kinderen met een beperking hebben daar baat bij gehad.

Voor al deze inzet ontving hij veel lof. Daar was hij erg gevoelig voor, want hij had ook soms kritiek te verduren van leidinggevenden op school of sportveld. Roland leed daaronder, want hij zag dit als een afkeuring van zijn goedbedoelde inzet.

De ergste tegenslag in zijn leven werd veroorzaakt door zijn toenemende doofheid. Hij voelde zich daardoor soms afgesloten van anderen, of maakte zélf die afstand om in zichzelf gekeerd te raken.

Dat nam niet weg dat je, als je alleen met hem was op zijn kamer of in zijn potterie-kelder in De Beyart, heel gezellige gesprekken kon voeren. Maar dit verliep met name in de laatste jaren toch veel moeizamer.

Onlangs kwam hij te vallen en brak hij zijn heup. Het herstel daarvan verliep goed en hij werd in de revalidatiekliniek van het universiteitsziekenhuis in Maastricht ondergebracht. Daar werd hij door een kwaadaardig virus geveld en overleed hij op 8 april. Een man die steeds gezelligheid zocht moest in eenzaamheid overlijden.

Roland sloot een mooi leven af, waarin hij trachtte de Heer te volgen in goede en in kwade dagen. Hij was daarin trouw aan zijn familie en zijn medebroeders.
In de eerste lezing hoorden we Roland vragen: “Dat ik komen mag in U, in vrede. Dat ik, door het vuur gegaan, en mijn laatste leed geleden, komen mag in U, mijn vrede”.
We vertrouwen erop dat deze bede in vervulling is gegaan. In dankbaarheid voor zijn leven onder ons, dragen wij de dierbare herinnering aan hem met ons mee.

Wim Swüste FIC