In Memoriam

Br. Sibrand Wolkers

Paulus zegt ons in de eerste lezing:"U bent geroepen om vrij te zijn". Voor Sibrand betekende dat: een leven leiden in dienst van de Heer in onze broedergemeenschap. Vrij zijn om de ogen open te houden voor de nood van de naaste. Vrij zijn om bezorgd te zijn voor de ander, omdat in zijn of haar gezicht iets van God te ontdekken is.

De vraag van de jongeman in de evangelielezing, is een vraag die wij bijna vanzelfsprekend stellen. Wat moet ik doen? En als we van iemand weinig weten, dan vragen we: Wat doe je?

Bij Sibrand ging het misschien helemaal niet om het doen, dat was, vond hij, niet zo belangrijk om dat te vermelden. Op veel plaatsen heeft hij onderwijs gegeven, hij verzorgde de administratie van St. Lidwina, hij behoorde tot de groep broeders die verantwoordelijk was voor het beheer en het onderhoud van de Schark.

Veel belangrijker is het te weten wie Sibrand was. Hij kon van kleine dingen genieten. Toen hij nog naar het restaurant ging, zat hij bij het ontbijt meestal aan de tweede tafel bij het raam, met zijn rug naar het raam toe. Als ik dan in Maastricht was, ging ik bij hem zitten en dan maakten we onschuldige grapjes waar hij smakelijk om kon lachen. Niet luidkeels, maar wel met echte pret. Daar genoot hij van, maar dat was natuurlijk een heel klein deeltje van hem. Wat hij echt was? Hij was een Jezus-volger. In alle bescheidenheid wilde hij aan de roepstem van de Heer gehoor geven. Die roepstem klinkt voor ons allemaal in het evangelie. Paulus bevestigt dat, door de Galaten te schrijven: "Heb uw naaste lief als uzelf." Dat klinkt heel erg mooi en toch betekent het, dat we er elke dag opnieuw aan moeten gaan staan om te proberen dat waar te maken. Ook voor Sibrand was het een echte opgave. Waarom zou je dan roemen op jezelf. Hij wilde ook niet dat er bij zijn jubilea een lovend artikel over hem werd geschreven. Hij had, om de tekst van het evangelie te gebruiken, zijn huis nog niet verkocht, hij had nog niet alles wat hij bezat weggegeven, hij had misschien ook al zijn talenten nog niet ten volle gebruikt.

En dan past voorzichtigheid. Ook al doe je alles wat je doet zo goed mogelijk. Je naaste mag dat immers van je verwachten. En misschien vond hij dat ook wel heel gewoon om zo zijn diensten aan te bieden en daardoor te groeien naar wie hij wilde worden.

We zijn met onszelf op weg en Paulus voegt ons toe:"Laat u leiden door de Geest." Ook Sibrand was met zichzelf op weg. Het leven van Jezus hield Sibrand voor ogen. Dat was zijn voorbeeld. Jezus is altijd in de evangelieverhalen onderweg, de mensen lerend, genezend, optillend uit het stof. Hij geeft ze de kracht om op eigen benen te staan, om niet als blinden tastend rond te lopen. Hij wijst ze de weg, die Hij zelf gaat.

Een weg van helend en genezend aanwezig zijn. Helemaal betrokken zijn op die mensen naast ons.

Dat proefde ik ook bij Sibrand. Het is eigenlijk schitterend, ja bijna een wonder als je zo, al is het maar even, bij iemand binnen mag kijken. Zo'n puur moment, dat weer snel opgevolgd wordt door dagelijkse dingen.

In het gewone leven van elke dag duikt het plotseling op. Als of dat gebeuren zeggen wil: "Zie je: de Heer is met mij."

Nu wij afscheid nemen en het lichaam van Sibrand ten grave dragen, mogen we weten, dat hij de Heer, die hij volgde, hem voor eeuwig in zijn heerlijkheid heeft opgenomen.