terug

IN MEMORIAM BR. SIWARD WOLTERS

Hij is geboren in Eindhoven op 1 oktober 1918.
Zijn geloften bij de FIC legde hij af op 15 augustus 1940.
Op 27 augustus overleed hij in De Beyart te Maastricht

Op de markt in Eersel staat een beeldje. Het heet ‘De contente mens’ en het straalt de ouderwetse Brabantse gemoedelijkheid uit. Het zou de afbeelding van onze Harrie kunnen zijn: klein van gestalte, altijd gezellig met een droge geestige opmerking op zijn lippen,gastvrij en hartelijk. Dienstbaar om het anderen naar hun zin te maken. Ja, zo was hij.

Harrie kwam uit een groot gezin van zeven meisjes en vier jongens. Door vader en moeder moest hard gewerkt worden. Hun huis was het café De Hemel. Je kon het vinden in Eindhoven, in het voormalige dorp Gestel en dan nog even door naar de buurtschap Blaarthem. Zijn moeder baatte het café uit en vader was werkzaam bij Anton Philips. Hij maakte daar geen gloeilampen of radio’s, maar was er werkzaam als timmerman. Philips was een betrouwbare werkgever, die oog had voor zijn mensen. “En er is niemand die vergeet, wat Anton Philips voor ons deed”, zingen wij nog steeds op familiebijeenkomsten, want mijn vader maakte er radio’s.

Bij een professiejubileum van Harrie hield Léon Hijbrechts een toespraak tot hem en refereerde daar aan zijn vader. Die kreeg bij zijn koperen jubileum als werknemer bij Philips een radio aangeboden. Een sigaar uit eigen doos dus. Thuis werd de radio geïnstalleerd en een zender opgezocht. Er klonk klassieke muziek in de huiskamer, de Boléro van Ravèl. Vader, die niet zo vertrouwd was met deze compositie, verzuchtte na de zoveelste herhaling van het thema “Mijn hemel, is die radio nú al kapot?!”

Eindhoven had in die jaren een aantal kloosters, maar géén van de Broeders FIC. Toch ging Harrie op 2 september 1931 naar ons juvenaat. Hun oom, br. Gonzaga Hendrickx, maakte zoveel indruk op hem dat hij ook broeder wilde worden. De stuwende hand van moeder hielp hierbij ook. Broeder timmerman was zijn keuze. Maar het pakte anders uit. Hij werd onderwijzer en deed in de eerste maanden van de Tweede Wereldoorlog op 15 augustus zijn professie in Maastricht. Blijkbaar ging er van Harrie een wervende invloed uit. Een jaar later werd Piet, Angelicus, broeder en in 1944 deed Pachomius zijn professie. Piet ging op latere leeftijd naar Chili en was daar onder meer provinciaal overste. Pachoom vertrok naar Indonesië en was daar bij medebroeders en bevolking zeer geliefd. U als familie nemen dus vandaag niet alleen afscheid van uw geliefde broer en oom Harrie, maar ook van de Broeders FIC. De bijdrage van uw familie aan onze congregatie mag met ere en in grote dankbaarheid hier worden vermeld.

Als ‘onze jongens’ op verlof in Nederland kwamen, was het groot feest. Piet en Pachoom met hun mooie verhalen, een trotse Harrie die in die verhalen mocht delen, en het genieten van elkaars gezelligheid en Brabantse hartelijkheid. De twee gezinnen die naar Canada emigreerden waren dan ook van de partij.
De Schark in Maastricht viel steeds de eer te beurt om als verzamelplaats te dienen. Dat was een dierbare plek. Ik herinner me nog dat – door gebrek aan broeders die zich voor ons buitengoed konden inzetten – het plan op tafel lag om het pand te verhuren of te verkopen. Nauwelijks kreeg de familie Wolters lucht van deze onheilstijding of er lag een brief ‘op poten’ bij de generale overste br. Albert Ketelaars op tafel. Het heeft geholpen. De Schark is nog steeds van ons.

Harrie was een man van dienstbaarheid. Hij leerde dat bij zijn moeder in het café. Hij mocht de ramen lappen, de glazen spoelen, en helpen bij het vullen van de glazen. Misschien leerde Harrie op de lagere school , net als wij, het Brabants volkslied, met de voor hem zeer toepasselijke zin: “Dan wil ik zingen van het mooiste, dat ik ooit bezat op aard. Dat is mijn lieve Brabants moeke, trouwe ziel van huis en haard. ( Als wij dat thuis zongen, zat ons mam gelijk op de kast. Ze kwam n.l. uit Den Haag.)
In zijn inzet voor het onderwijs in Den Haag en in Amsterdam, maar zeker ook in de twintig jaar dat hij verbonden was aan de heilige sint Aloysiusschool hier, naast De Beyart, was hij een trouw en behulpzaam collega. Hij was opgewekt – niet altijd als het ging om het moderniseren van onderwijs methoden – had steeds droge opmerkingen bij de hand en hielp met klussen, surveilleren en werkte hard voor zijn leerlingen. In 1979 ging hij vervroegd met pensioen en gaf hiermee aan jongere krachten de kans om te kunnen gaan werken. Harrie bood aan om zwakkere leerlingen bijles te geven als remedial teacher. “Dat werd erg gewaardeerd”, vertelt Sjo Nelissen, onze goede huisgenoot en oud collega van Harrie. De natuur trok Harrie zeer aan. Hij wandelde graag en deed dat ook in klein groepsverband. Elke week met dezelfde mensen. Na afloop had Harrie bij de avondrecreatie in de communiteit Overkant, dan weer voldoende praatstof, hetgeen de gezelligheid verhoogde.

Bij feesten en verjaardagen zorgde Harrie voor lekkere hapjes. Soms liep dat wat uit de hand en dan werd het een lekkere hap. De recreatieruimte vulde zich dan met lekkere luchten van kip, nasi of gehakballetjes. Voor de gebedsmomenten zorgde hij dat deze op een sfeervolle manier werden gevuld met CD-muziek, want Harrie was ook een man van gebed. In de Goede Week zonderde hij zich steeds af om de nabijheid te zoeken van Degene die hij zo trouw wilde dienen. Na ons aardse leven, zo geloven wij oprecht, vallen we niet in de leegte. We gaan ons dan bevinden in de liefdevolle schoot van God. Harrie die het voorrecht genoot om in ‘De Hemel’ geboren te worden, keert nu in de échte hemel terug. “Ik heb een mooi leven gehad en daar ben ik dankbaar voor”, zei Harrie.

Wij, zijn familie waarvan hij heel veel hield, en zijn medebroeders en vrienden, geven hem die dank van harte terug. Harrie was een man om van te houden. En God zag dat het goed was: “Omdat je betrouwbaar was in het beheer waar Ik je over aanstelde, ben je voor eeuwig welkom aan Mijn feestmaal,” hoorden we zojuist lezen. Dit eeuwige geluk gunnen we hem zeer van harte.

Wim Swüste

naar boven