IN MEMORIAM BR. TEÓFILO DE KONING

Hij is geboren op 8 april 1927 in Schiedam
Hij legde op 15 augustus 1947 zijn geloften af in de FIC
Op 11 november 2015 overleed hij in het WZC De BeyartMaastricht

“U leert me de weg door het leven te gaan.
Met U voor ogen is het leven een vreugde.
Wat is het goed nu uw hand op mijn schouder te voelen.
Daarom ben ik blij, heb ik geen zorg over lijf en leden.
U geeft mijn leven niet prijs aan de dood.
Wie trouw is aan U staart zich niet blind op het graf”
(Psalm 16 in “Altijd hetzelfde lied”)

De schrijver van deze psalm geeft in mijn ogen precies weer zoals Teófilo in zijn leven stond: diep gegrond in de aarde van Nederland, Spanje en Chili.
Met Hem steeds onderweg, als een hand op zijn schouder. Zó leven geeft niet alleen rust en vrede,maar ook strijd. Mooie gevoelens komen en gaan.
Soms laten die je als een vondeling achter. Heel je leven door, blijf je leren. Dat is een kwestie van eenvoud. En over die eenvoud beschikte Theo. Het was voor hem het kenmerk van het ware.

Broeder Toon Verkoijen zei eens plagend tegen zijn bestuurscollega Theo “dat deze wel in de meest spirituele stad van Nederland, Scheidam, was geboren, maar dat die geestrijke drank toch niet veel invloed op hem had gehad.” Ze konden er samen om lachen, want gevoel voor humor had Theo in hoge mate. In het voerspoor van zijn oom broeder Lidwino de Koning ging Theo op twaalf jarige leeftijd naar ons juvenaat in Zevenaar. In 1947 legde hij zijn eerste gelofte af. Hij zou 68 jaar lang onze medebroeder blijven.

Zijn karakter maakte hem geschikt om leiding te geven. Dat vond hij niet altijd een pretje. Hij was meer een man van doen, dan bestuurlijk achter een bureau zitten. Toen hij in 1958 werd benoemd tot overste van Helmond, zei hij tegen zijn 34 huisgenoten: “We doen het samen, in een sfeer van welwillendheid”.
Hij bofte. Want het oude klooster aan de Molenstraat werd verlaten. De broeders gingen aan de Ruusbroeclaan een splinternieuw klooster betrekken. Br. Erhard mocht dan wel de bouwheer zijn namens het bestuur van de FIC, Theo volgde bij wijze van spreken de bouw van uur tot uur. “Gevraagd en ongevraagd leverde ik ideeën aan en gaf suggesties, die helaas niet altijd werden gewaardeerd.”
We zien zijn gezicht voor ons, hoe hij deze zin uitsprak.

“Theo was in hart en nieren een broeder en hij maakte dat woord ook in zijn leven waar” staat er terecht boven zijn rouwbrief. Hij was een bedachtzaam man. Kon voorzichtig formuleren, zodat hij niemand kwetste. Hij toonde zich een uiterst behulpzaam mens in zijn communiteiten en bleek een betrouwbaar bestuurder.
“Een overste moet eerder een moeder dan een vader voor zijn medebroeders zijn,” zei de heilige Franciscus al. Theo was niet zo’n moederlijk type, maar toonde een grote bezorgdheid voor de mensen voor wie hij verantwoordelijk was. Dat bleek een van de kenmerken van zijn wijze van leiding geven te zijn.

Na zijn overstenschap in Helmond en Venlo was hij elf jaar lang congregationele onderwijsinspecteur voor onze 74 basisscholen waaraan broeders toen les gaven. Hij is in die periode een aantal keren bij mij in de klas komen kijken. In Wehl maakte hij me er fijntjes op attent dat ik wat meer aandacht moest besteden aan taalvaardigheid van mijn 56 eersteklassertjes. ‘Ja broeder Theophilo, ik zal mijn best doen. Maar hier in Wehl bennen de men'sen en de kind’ren écht niet zo spraekzaem’.
Hij combineerde deze taak met het lidmaatschap van ons eerste provinciaal bestuursteam. Mede door zijn toedoen kwam het Centrum Onderwijs Service van br. Anton van der Geest met succes van de grond. Eens in de maand op zaterdagmorgen was hij in Nijmegen trouw present op hun stafoverleg .

“Het moeilijkste heb ik het in die tijd gehad”, zei Theo in een interview, “toen mij gevraagd werd om onze internaten in Wehl, Weert en Amersfoort te sluiten.
Sommige medebroeders namen mij die opheffing persoonlijk kwalijk. En dat deed me ontzettend veel pijn.”

Hij ging in 1977 werken op ons juvenaat in Miranda de Ebro in Noord Spanje.
Hij bereidde zich goed voor op zijn taak en maakte zich de kennis van het Spaans meester. Na vier jaar vertrok hij naar Chili, waar hij tot zijn grote schrik na korte tijd tot provinciaal overste werd gekozen van de dertig broeders die daar leefden en werkten. “Het is soms een opgave om als broeder concreet gestalte te geven aan de gehoorzaamheid, als je voor zo’n zware taak wordt gevraagd”, zei hij daarover. Met zijn intens gevoel voor recht en gerechtigheid kon hij zich zeer verbolgen tonen over de militaire onderdrukking in Chili onder het bewind van Pinochet.

Zes jaar was Theo lid van het generaal bestuur . Hij vond het werk boeiend, maar hij was blij toen in 1994 er een nieuw bestuursteam werd gekozen dat internationaal van samenstelling was. Hier in De Beyart was hij overste van de Ludovicuscommuniteit, lid van de Cliëntenraad, coördinator van de Infogroep, bereidde het Onderwijscongres in Indonesië (1986) voor, was lid van de Financiële Advies Commissie FIC en was assistent van de missieprocurator.
Hij had ook zitting in de werkgroep die inhoud en vorm ging geven aan de activiteiten binnen het nieuw verworven pand In de Rooden Leeuw.

Theo was een meelevend en hartelijk mens. Voor zijn familie, waar hij veel om gaf, was dat zo, het gold ook voor zijn huisgenoten, zoals hier in De Beyart van de Overkantcommuniteit, waarvan hij zestien jaar lang lid was.

Na een ernstige beroerte, die een zwaar spoor trok op zijn mogelijkheden om nog goed te kunnen communiceren, bleef hij opgewekt, belangstellend en vriendelijk. Deze ziekte werd hem uiteindelijk fataal. In vrede en omgeven door goede zorg van onze medewerkers hier in huis, maar zeker ook door de aandacht van familie, medebroeders en lokaal bestuur, ging hij van ons heen.

“U leerde me mijn weg door het leven te gaan.
Met U voor ogen was het leven me een vreugde.
Steeds voelde ik uw hand als steun op mijn schouder.
Ik staar me niet blind op het graf.”

Te leven in deze geest is een genade voor jezelf, maar ook voor je familie, vrienden en medebroeders. Zo leefde Teófilo onder ons. We zijn hem er intens dankbaar voor. Dat hij onder ons mag voortleven in respect en genegenheid.

Wim Swüste


Gerard Swüste : “Altijd hetzelfde lied. 150 psalmen bewerkt en toelicht” .
Uitgeverij Skandalon Vught, september 2015.