IN MEMORIAM BR. THEO BROELMAN

Hij is geboren op 9 juli 1948 in Haarlem.
Hij deed zijn professie op 28 juli 1968.
Op 8 februari 2012 overleed hij in het Academisch Ziekenhuis te Maastricht.

De foto is van 11 oktober 2006. Vier mannen van middelbare leeftijd staan in de lens te kijken vanachter een balustrade, gesierd met grote bloembakken vol bloeiende planten. De vier hebben zojuist het vertrouwen gekregen van het kapittel. Het heeft hen gevraagd ons te willen voorgaan in het leiding geven in onze Nederlandse provincie. En ze zeiden alle vier voluit 'ja'. Een van de drie oogt erg gelukkig en lijkt het meest ontspannen. Met zijn kin steunt hij op zijn beide handen en hij leunt vergenoegd naar voren. Het is br. Theo Broelman. Onze nieuwe en jonge provinciale overste.

We zijn nu bijna zes jaar later. Theo wilde best nog wel even door in het leiding geven. Vanaf 1996 maakt hij deel uit van het bestuurscollege. Langzaamaan is hij in zijn taak gegroeid. Hij heeft nog beter leren luisteren, een eigenschap die hij als pastor al had. Hij voelt zich steeds meer medebroeder van zijn broeders. Hij zit soms tot diep in de nacht in het AZM bij doodzieke broeders, en is hen met woord en aanwezigheid nabij. Hij bezielt ons in toespraken, die vaak een originele inhoud hebben. Is attent in kleine, onverwachte giften en met zorg gekozen presentjes. Hij is een trouwe zoon van zijn hoogbejaarde moeder, hier in ons huis. Met de maand groeit hij in zijn taak, die vaak erg zwaar weegt. We worden als groep niet alleen ouder en hebben meer steun nodig van anderen. Hoe moet het verder met onze Beyart? Hoe zijn we medebroeders van de op te heffen communiteiten nabij? Maar vooral de scheve schaatsen van misplaatste genegenheid van medebroeders, snijden diep in zijn ziel. Doorwaakte nachten houdt hij eraan over. Bijna nergens je zorgen eromheen kwijt kunnen. Maar hij blijft geestig, spits, goed in de besluitvorming en in zijn presentatie. "Goed zijn, goed doen", mild blijven, met nooit aflatende steun van de Eeuwige.

Nu zijn we hier bij elkaar om Theodorus Hermanus Maria Broelman uitgeleide te doen. Met Judith Herzberg zeggen we: "De taal van rouw stokt in onze keel. Toch moeten we die nu leren. En tot de onze maken'. Een paar weken geleden maakte ik een viering mee rond het Boek Job. En bij de voorbereiding erop, het boek lezend, dacht ik vaak aan Theo. Ontdaan van zijn gezondheid, wilskracht, en daadkracht. Waarom toch al dat lijden en zo'n tegenslag? vroegen we ons samen af. "We moeten proberen te leven met de dingen die we niet begrijpen", vonden we als antwoord. De Eeuwige lijdt net zo erg als wij. Maar Hij houdt ons bij de hand. Altijd.

Theo had een zeer goed stel hersens. Hij ging in 1960 met een kleine groep medestudenten naar Zevenaar. In 1968 deed hij zijn eerste geloften vanuit de communiteit Lage Barakken in Wyck Maastricht. Nadat hij korte tijd aan de school voor Bijzondere Lager Onderwijs aan de Herbenusstraat had gewerkt, mocht hij theologie gaan studeren. We hadden indertijd medelijden met de congregationele studiebegeleider. Theo had het in zich om vlot af te studeren, maar hij had zo zijn eigen principes. 'Van vrijdag tot en met zondag vier ik weekend. Ik studeer dan niet.' Je kon hem vaak op het Vrijthof vinden, met vrienden achter een glas pils. Met veel moeite sloot hij zijn studie na tien jaar af, met een stralend gezicht: 'Dat hadden jullie nooit van me gedacht, h!"

Theo was een man met een warm en sociaal hart. Niet voor niets werkte hij aan de BLO, met zwak begaafde jongens. Jarenlang bleef hij hen trouw in de zaterdagavonden in de kelder van de school, waar hij de oud leerlingen ontmoette en met hen in gesprek ging. Samen met br. Anselmus, maar ook met zijn goede vrienden Rene Glaser en Jos Ogterop gaf hij hen bemoediging. Theo vond dit prachtig werk. Hij vierde met hen uitbundig carnaval. Hij voelde zich hier helemaal zichzelf. Die zorgzame aandacht kon hij ook geven aan de jongens die hun straf uitzaten in het Keerpunt in Cadier en Keer. Zijn zorg en groot verdriet toen er vier van hen op eigen gelegenheid de grotten bezochten en het niet overleefden.

Zijn maatschappelijke aandacht ging ook verder dan de kleine kring. In het dekenale team was hij verantwoordelijk voor het missionaire veldwerk. Moeizame arbeid, in weer en wind strijdend voor gerechtigheid ver weg, tegen de zin en de wil soms in van zeereerwaarde heren.

En toen hij verantwoordelijkheid ging dragen in eigen kring, groeide hij in zorg en aandacht voor zijn medebroeders. Bij nacht en ontij. Theo vond hierbij grote steun in onze stichters Mgr. Louis Rutten en broeder Bernardus Hoecken. Hij beschouwde beide als zijn voorbeeld en toeverlaat. Bij het maken van de film "Het begin van een congregatie" in 2010 droeg hij steeds onverwachte en verrassende details aan over hun leven. Hij bestudeerde hun geschriften en alles wat over hen geschreven is.

Zijn zoektocht naar de plaats van de Eeuwige in zijn leven verliep vaak via kronkelige wegen. Hij vond Hem in de stilte. Niet in grootse vieringen in de kerkgebouwen. Op mijn bureau ligt een kaart die hij me in januari stuurde. Het is een kleurendruk op doek van een man die een ander draagt. Theo schrijft erbij: "Dit kaartje uit Malawi symboliseert dat Iemand ons draagt op ongenade of genade."

Theo genoot het meest van zijn leven in een kleine kring van mensen. Met vrienden uit eten of een pilsje pakken. Met medebroeders een praatje maken bij een kop koffie. Met zijn collega bestuurders een gezellige dag uit. Blindelings vond hij leuke restaurantjes. Grappen maken, soms wat plagen, steekjes onder water geven. Meeleven en steun geven aan zijn vriend Aurel en daar trouwe kameraadschap van terug ontvangen in dagen dat het slecht ging. Zijn meeleven met zijn familie, speciaal met zijn hoogbejaarde moeder, was groot. We zien hen ng samen gearmd door de Beyartgangen lopen. De genegenheid was over en weer. Dat bleek zeer nadrukkelijk in de tragische maanden van zijn ziek zijn. Veel te vlug, beangstigend vlug, is hij ons ontvallen.

Dat we er vrede mee mogen hebben. Dat we de Heer danken voor zo'n familielid, medebroeder en vriend. En dat we in geloof en vertrouwen onze ruggen recht houden. Bij het graf van br. Bernardus zongen we een jaar geleden samen met Theo: "Mijn schild en de betrouwen zij Gij, mijn God, mijn Heer. Op U zo wil ik bouwen verlaat me nimmer meer." Dat Hij dit voor ons waar mag maken, in het vast vertrouwen, dat Theo op ons toeziet vanuit zijn verdiende plaats van vrede en altijd durende rust bij de Eeuwige, die hij lief had, in goed te zijn en door goed te doen.


Wim Swste