terug

In Memoriam Br. Theo van Schaick

Hij is geboren op 9 oktober 1919 in Amsterdam.
Op 15 augustus 1939 deed hij zijn professie in Maastricht.
Hij overleed op 17 augustus 2012 in De Beyart.

Theo van SchaickIn de Volkskrant stond van de week een interview met een ernstig zieke man. Hij moest met alles geholpen worden en dat viel hem niet mee. Advocaat van een gerenommeerd kantoor was hij en nu was hij voor alles van anderen afhankelijk. Aan het einde van het – voor mij – indrukwekkende gesprek zei hij: “Het leven is als een droom in de morgen. Eenmaal wakker, zijn de beelden uit de nacht alweer vergeten.” Ik vond dat hij de kortstondigheid van het leven heel mooi schetste. Het leven schiet als korrels zand door je vingers, en je vergeet het lijden, de tegenslag en wellicht ook al het moois en goeds dat je deed voor anderen.

Nu wij vanmiddag samen zijn rond Theo van Schaick die bijna 93 jaar werd, willen we in respect en met dank terugkijken op zijn leven. En we sluiten hierbij in, dat dit leven voor ons niet verwaaid als kaf in de wind, maar dat we het met ons meedragen en gelovig beseffen, dat Theo eeuwig gedragen zal blijven worden in de liefdevolle armen van de Heer, die Theo op zo’n geheel eigen manier diende. Als lid van de Broeders FIC gedurende 75 jaar. Als familielid zijn leven lang.

Op 9 oktober 2009 zette Theo zijn naam onder een document van 22 pagina’s waarin hij, op zijn bekende punctuele manier, zijn leven beschreef. In dit In Memoriam wil ik daar zo nu en dan in respect, uit citeren.
Zo vertelt hij dat zijn vader tuinder was in een randgemeente van Amsterdam. Theo werd geboren uit een tweede huwelijk van zijn vader. Hij schrijft over de Olympiade van 1928 in Amsterdam, over het afbranden van het Paleis van Volksvlijt in 1929 en over zijn lidmaatschap van de H. Kindsheid. Zo liep hij met de latere medebroeders Evatius, Toon en Henricus van Herwaarden mee in de Kindheidsoptocht, verkleed als Johannes de Doper. “Toen ik in de zesde klas zat, bleek, “zo schrijft hij “dat ik de beste van de klas was. Ik werd er verlegen van, maar vond het ook best fijn. Maar mijn verlegenheid won het van mijn bescheidenheid.”

De klassenbroeder vraagt hem of hij broeder wil worden en in 1931 vertrekt hij naar Zevenaar, met alle kleding door moeder genummerd met 386. Daarna gaat hij naar de kweekschool aan de Tongerseweg, waar hij in 1935 negen dagen tussen leven en dood zweeft als er de pleuris op het internaat uitbreekt. Een pater Jezuiët vindt bedienen niet nodig. “Theo overleeft het wel”. En wederom was het gelijk aan de Jezuieten. Theo volgt pianoles van Pieter Gielen, dirigent van de Staar, waardoor hij in staat bleek om het officiegebed van medebroeder op een harmonium te begeleiden.

Omdat hij veel te jong was om zijn eeuwige professie te doen, werd zijn tijdelijke gelofte een aantal malen opgeschoven. Hij gaat lesgeven in Amsterdam en Den Haag. Daar maakt hij ook de oorlog mee. Theo gaat Engelse Taal en Letteren studeren en werd bijna uitgezonden naar Indonesië om daar die taal te gaan doceren. Maar zijn uitzending werd gecanceld. Hij kreeg een benoeming op de Kweekschool in Maastricht en doceerde daar Engels. Ondertussen studeerde hij Spaans. Hij was korte tijd overste van de eerste communiteit van de FIC in Spanje. In alle bescheidenheid mag worden opgemerkt dat hij deze aanstelling méér kreeg vanwege zijn kennis van de Spaanse taal, dan omwille van zijn kwaliteit om op soepele wijze leiding te kunnen geven. Hij bemiddelt daar met succes bij het aankopen van een groot terrein voor het te bouwen juvenaat in Miranda de Ebro, maar draagt dan daarna zijn taak aan anderen over. In 1965 keert hij weer terug naar Maastricht. Hij doceert daar tot 1981.

Zijn grote kennis van talen benutte hij daarna voor anderen. Hij maakt voor de K.N.R. samenvattingen over de situatie in de Nederlandse Kerkprovincie in verband met het pausbezoek in 1985. Hij vertaalt voor het Generaal Bestuur FIC hun maandelijkse bulletins aan de medebroeders en vertaalt voor vier generale kapittels hun verslagboeken. Via bemiddeling van br. Theo Mandos z.g. komt hij in contact met de theoloog Dr. Hans Wijngaards. Drie boeken van hem, waaronder “Het niet-wijden van vrouwen in de RK Kerk” (2002), worden door Theo van Schaick vertaald. Ook draagt hij mede zorg voor de website van Dr. Wijngaards. “Heb ik mijn vertaalwerk uit een soort plichtsbesef óf uit vertaaldrang gedaan?” vraagt hij zich op pagina 21 van zijn levensverhaal af. “Ja en nee. Ik deed het vanuit de overtuiging dat we de tekenen van de tijd moeten verstaan, zoals het Tweede Vaticaans Concilie ons vroeg.
En toen ik de catechetische boeken van Wijngaards vertaalde, heb ik vaak gedacht aan Mgr. Rutten, die vond dat het ‘indifferentisme’ bestreden moest worden. Maar ik had ook plezier in het vertaalwerk. Ik heb het met ijver gedaan.”

Bij dit alles was Theo van Schaick een bescheiden man. Hij plaatste zichzelf noch zijn denkbeelden op de voorgrond. Diepliggende zaken hield hij liever voor zich, maar was daarover wel in kleine kring aanspreekbaar. In de laatste jaren van zijn leven had hij het niet gemakkelijk. Contact maken met anderen werd door zijn teruglopende gezondheid gehinderd. Theo toont zich in zijn levensverhaal zeer dankbaar voor de steun en opvang van ons Lokaal Bestuur op De Beyart. “Aanvankelijk was het voor mij wel wennen, maar ik heb van hen allen heel veel steun en bemoediging mogen ervaren.”

Op 15 augustus laatst leden, vierde Theo het feit dat hij 75 jaar onze medebroeder was. Na de Viering verbleef hij nog even in ons midden, begeleid door Sylvia Sparla. Als slotlied klonk het in de Eucharistieviering: “Een Hand zal ons wenken, een stem zal ons roepen: ‘Ik open hemel en aarde en afgrond’. En wij zullen horen, en wij zullen opstaan. En lachen, juichen én leven.”

Dat deze begaafde, hoogst beschaafde en bescheiden medebroeder en goed familielid, in de voor hem wijd geopende hemel zijn plaats mag hebben ingenomen. Daar vertrouwen we op. Daar geloven we in. Omdat hij ons lief had.

Wim Swüste

naar boven