IN MEMORIAM BR. TOON VERKOIJEN.

Toon is geboren op 19 januari 1926 in Venlo.
Hij legde op 15 augustus 1948 zijn professie in de FIC af.
Op 5 juni 2021 overleed hij in de Woonzorgcentrum De Beyart in Maastricht.

Het is niet eenvoudig om vanmiddag het leven van de intens goede mens, die we nu voor het laatst in ons midden hebben, in zorgvuldig gekozen woorden, helemaal recht te doen.

Antoon Karel Pieter Verkoijen, die 95 jaar mocht worden, hield er helemaal niet van publiekelijk te worden toegesproken.
Toon was een oprechte mens, die mooi beschreven werd in het boek Wijsheid van koning Salomo, waaruit we zojuist hoorden lezen: “Koester boven alles je hart, want dàt is de bron van leven. Laat er niets oneerlijks uit je mond komen en geen bedrog over je lippen.”

Hij plaatste de lamp van zijn vele goede gaven, niet onder de korenmaat.
Velen liet hij delen in zijn rijke gaven naar hart en geest.
“Wie oren heeft om te horen, die moet horen”, klonk het in het evangelie.
Of met de haiku van zuster Augusta, die op de rouwbrief stond:
“Voortdurend kijken,
wat er diep leeft in jezelf,
en in de ander”
.

Hijzelf vertelde in een interview:
“Een mensenleven is gezegend vanaf het begin.
Dat wil zeggen dat je blij mag zijn met je hoofd, je armen en benen.
Blij met je gaven en je karakter.
Heel je lijf , met alles erop en eraan, is een afstraling van de schepping”.
Hij vertelde in dit gesprek ook, dat hij aan zijn jeugd bijzonder aangename herinneringen had. “In een gezellige, warme sfeer, ben ik in Venlo opgegroeid”.

Na de lagere schoolperiode bij de broeders, verliet hij in september 1938 zijn geboortehuis en ging naar Maastricht zijn opleiding tot broeder volgen.
Wanneer we aanstonds horen wat hij allemaal in zijn leven heeft geschreven, gesproken, verricht, begeleid en geleid, dan verbaast het me, in zijn 'status' te lezen dat hij zegge en schrijven twee diploma's behaalde: zijn onderwijsakte en hoofdakte.

Hij volgt in de woelige oorlogsjaren zijn opleiding tot onderwijzer en doet op 15 augustus 1948 zijn eerste professie.
Later zegt hij in een gesprek:
“Voor mijzelf vergelijk ik het religieuze leven met een huis.
Het is volledig gemeubileerd en ingericht en van alle gemakken voorzien.
Voor veel vrouwen en mannen was het lange tijd een huis waaraan niets veranderd mocht worden: alles moest keurig netjes op zijn plaats blijven staan. Er mocht niets aan worden toegevoegd of weggehaald. Alles was geregeld en op papier gezet. En daar had je je maar aan te houden”.

Hij dénkt en zégt dit zonder wrevel of kritiek. Maar hij zal heel zijn verdere broederleven eraan bijdragen dat 'het religieus huis' de ramen opengooit, meubilair vervangt en dat er fleurige gordijnen voor de ramen komen hangen.

Als hij zijn koperen jubileum nog niet heeft gevierd, wordt hij al overste. In de communiteit van Waalwijk.
In 1964 wordt hij de eindverantwoordelijke voor het klooster aan het Westeinde in Den Haag en wordt hij in 1966 lid van het eerste Nederlandse provinciaal bestuur.
Op kerkelijk gebied stormachtige tijden. In elke veertiendaagse bestuursvergadering komen er uittredingen van broeders aan de orde. Zware tijden voor bestuur en medebroeders.

Bij het bezoeken van de communiteiten in het land, heeft hij een luisterend oor, geeft goede raad en komt over als een wijze en inspirerende man.
In 1982 geeft hij aan dat hij ánder dan bestuurlijk werk wil gaan doen.

Toon maakt in deze jaren én de jaren erna, deel uit van meer dan 20 werkgroepen. Hij is er voorzitter van, of actief lid en uitvoerder van voorstellen en plannen.

Hij laat zijn woorden niet alleen klinken, maar gaat ook tot daden over. In januari 1984 meldt hij zich aan bij de nieuwe leefgroep aan de Roomtuintjes in Amsterdam. Een gedurfd en moeilijk experiment van daadwerkelijke dienstbaarheid aan de bewoners van een achterstandswijk.

Toen Toon voor ons congregatieblad werd geïnterviewd over 'Leven in wording', zei hij over vriendschap onder religieuzen onder meer :
“De eerste zin in onze Constituties is: God is liefde.
Dat is een zin die je heel verheven kunt invullen.
Het kan je er toe zetten om je genegenheid en aandacht alleen te richten op God.
Theresia van Avila schreef al : “... dat er slechts één liefde is: de liefde voor de mens en tot God, die tot een geheel dienen samen te vloeien.
Genegenheid en tederheid in de relatie van een vrouw met een man, van een man met een man, of vrouw met een vrouw, scheppen ruimte en leiden tot verdieping en verrijking”.

Toon had jarenlang een goede vriendin in zuster Augusta van de Wiel, Zuster van Schijndel. Ze overleed in 2019. Ze waren elkaar tot kostbare steun in goede en kwade dagen. En God zag dat het goed was.

Een nieuw leven gaat voor hem open wanneer hij het schrijven van iconen ontdekt.
Tijdens vakanties maakte Toon al prachtige pentekeningen. Naast de voortreffelijke maaltijden die hij dan voor de anderen verzorgde, zat hij op stille plekjes in de natuur, fijnzinnige landschappen te tekenen.
Talloze iconen voegde hij aan zijn lijst van kunstwerken toe.

In Maastricht start hij met broeder Wim van Winden en Ank Landwier het 'Iconenatelier Sint Servatius', in het pand van In de Rooden Leeuw hier in de stad.
In 2003 worden deze activiteiten verplaatst naar de zolder van de Voorbouw van De Beyart en zorgt de toenmalige Beyartdirectie voor een stemmige, grote werkruimte, een mooie gebeds- en meditatieplek en een opslagruimte voor materiaal.
De begeleiding verandert in de loop der jaren.
Toon blijft dit inspirerende initiatief, trouw tot aan zijn dood.
“Een icoon is nu geveld” zei een bedroefde iconenschrijver die Toon jarenlang kende.
“Met een icoon wordt geprobeerd een brug te slaan tussen het zichtbare en onzichtbare”, zegt Toon in 1997 in een interview. “Er ontstaat een werkelijkheid zonder tijd, zonder ruimte.”

“Mijn kamer heeft een 'rode hoek'. Dat is het plekje waarin enkele iconen hun plaats hebben gekregen. Ik kijk er in diepe rust naar en bid bij deze iconen. Ik leef ermee als iets van-zelf-sprekends. Voor mij maken iconen in deze wereld iets voelbaar van die onzichtbare, ongrijpbare wereld van God. Al kijkend kom ik tot een woordloos, wonderlijk stil, contact met God.”

Met volledige overgave heeft Toon zijn laatste maanden in dit leven doorgebracht. Na een zeer rijk leven, waarin hij talloos velen, medebroeders, zusters en iconen-schrijvers, wijze woorden toevertrouwde, inspireerde, hulp bood, is hij van ons heengegaan.

Hij verkeert thans in het gezelschap van al die mannen en vrouwen die hij, als heiligen met zijn schilderskwast, op iconenplanken beschreef.
Het lijkt me voor Toon én voor hen, een zeer verdiend 'zalig genot'.
“Na de dood van jou
wordt het heel zacht van binnen
volop genade”

(Augusta van de Wiel)


We blijven deze mooie mens diep in ons hart meedragen.

Wim Swüste FIC