IN MEMORIAM

BROEDER WILLY DIEPENDAAL F.I.C.

Geboren te Rotterdam, 11 november 1922
Overleden te Santiago de Chile, 12 september 2013

Willy DiependaalOp 11 november 1961 kwam de schrijver van dit artikeltje in Chili (Santiago) en vier dagen later werd hij verplaatst naar Talca waar hij de eerste klas lagere school van broeder Emberto (Willy Diependaal) moest overnemen. Anderhalve maand voor het einde van het schooljaar met (schrik niet!) 84 leerlingen in een groot klaslokaal. Een heel verhaal op zich.

Ik kende hem niet daar hij vóór mij al was uitgezonden. Slechts één dag heb ik met hem samen geleefd en hij gaf me algemene gegevens over de klas die hij ging verlaten. In Santiago was de congregatie met een rudimentaire vakschool begonnen en Willy moest de “timmerwinkel” gaan voorbereiden. Willy was een gedegen vakman: meester timmerman in Nederland.

In die tijd droegen we nog het habijt en Willy bleek een lange broeder te zijn, mager en nogal spichtig en met een voortdurende glimlach om de mond, met een sprekende en open blik. Hij was me zeer ter wille maar moest noodgedwongen haastig naar de hoofdstad.

En hierbij zou ik het kunnen laten daar ik nooit met hem in een communiteit heb geleefd. Mijn verdere contacten waren tijdens retraites, congregationele bijeenkomsten, feesten en kapittels. Hij heeft een tijd in de communiteit van Santiago geleefd en als ik daar om de een of andere reden op bezoek kwam dan zaten we tijdens nachtelijke uren lang en breed te converseren.

Opvallend was dat hij nooit bitter was, nooit sprak hij kwaad over een medebroeder terwijl hij reden genoeg had om zijn gemoed te luchten. Een mens die met de jaren milder werd in zijn oordelen en en probeerde slechts het goede in een ander te zien.

Over zijn werk en apostolaat kan ik weinig zeggen. Ik weet dat hij zich gespecializeerd heeft in electriciteit en tijdens onze gesprekken constateerde ik dat hij zeer belezen was. Was bijzonder op de hoogte van wat zich in de Kerk en congregatie afspeelde en hij had een zeer positieve kijk op het hele proces.

Hij is in een kleine communiteit gaan wonen (3 broeders), in Maipú, een grote buitenwijk van Santiago, tussen de bevolking in een huisje uit het rijtje. Door overlijden van een lid en repatriëring van de ander kwam Willy alleen te staan. Doch zijn diepe wens was in de wijk te blijven, tussen en met de mensen. Men vond een oplossing: het huisje werd verkocht en Willy trok in bij de huishoudster van de opgeheven communiteit, een weduwe. Hij kreeg daar in de achtertuin van het huis een paar kamertjes met wasgelegenheid, maar leefde verder met de familie die hem beschouwde en behandelde als de zeer welkome en dierbare “grootvader” van het gezin. Inmiddels gaf hij geen les meer aan onze vakschool in Santiago doch hij hield zich bezig met geestelijke begeleiding van leerlingen in een staatsvakschool in de buurt en begeleiding van mensen in een naburige kapel in de wijk. Hij (en de andere broeders eerder) kreeg moeilijkheden met de orthodoxe pastoor omdat Willy dacht en handelde als de huidige Paus Franciscus. Kortom: hij werd aan de dijk gezet hetgeen hem veel verdriet heeft bezorgd.

Verder weet ik dat hij trouw de Eucharistie meevierde in de communiteit van Santiago toen die nog bestond. Eens in de week op zaterdag en altijd was hij present op verjaardagen en bijeenkomsten, Ook in Buin (35 Km. Van Santiago) toen de communiteit verhuisde naar dat stadje.

Willy klaagde nooit en scheen het eeuwige leven te hebben. Doch in de winter van het vorig jaar werd hij ernstig ziek en lag met een zware longontsteking weken in het ziekenhuis. Hij knapte op maar tegen het einde van het jaar constateerden de dokters dat hij een gezwel had aan een long: men gaf hem een jaar! Niettegenstaande was hij present op 8 december tijdens de bijeenkomst van de provincie op een buitengoed van een bevriende familie, in de omgeving van Buin. Bleek en mager maar vol goede moed: “Ik mankeer niets”, was zijn leus.

Een half jaar bleef hij in een redelijk goede conditie maar plotseling trad het aftakelingproces op en ging hij met rasse schreden achteruit. Zijn toestand werd zo slecht dat men hem het Sacrament der zieken ging toedienen. Op zaterdag 7 september zijn broeder Gé van Vugt en ik naar Maipú gereisd en hebben samen met de familie de ziekenzalving gevierd die Pater André de Merode M.S.F. hem toediende. Ik geloof niet dat Willy alles begrepen heeft: hij kon haast niet spreken, had momenten van geestelijke opleving maar viel ook vaak in een toestand van psychische ontreddering. Maar constant een diepe glimlach op het gelaat!

Het was een ontroerende plechtigheid en we hebben met grote deernis afscheid van hem genomen, wetend dat hij spoedig naar zijn Bestemming zou gaan. We hebben zijn hand vast gehouden, hem gestreeld: Willy, onze dappere en trouwe medebroeder, de oudste van de provincie.
Een moment van grote ontroering was het telefoongesprek van Diego, de provinciaal die in Spanje op verlof is. Vlak na de ziekenzalving belde hij op, geen weet hebbend dat we Willy zo juist begeleid hadden tijdens de plechtigheid. Willy heeft wat woorden met hem gewisseld per telefoon, haast onverstaanbare klanken maar hetgeen ik goed hoorde, naast hem staande, was de dank die hij uitsprak jegens de congregatie: Gracias, gracias, alles in het spaans, de taal van het volk dat hij liefhad en wier nationaliteit hij had aangenomen.

Op donderdag 12 september belde Marcelo me op met de mededeling dat Willy omstreeks 11 uur in de morgen was overleden. Op die dag kwam Lucio terug uit Spanje en de broeders in Maipú aanwezig gingen naar het vliegveld om hem af te halen. Willy ging hemelen tijdens hun tijdelijke afwezigheid en slechts begeleid door de trouwe familie.

In de loop van de morgen van de volgende dag, vrijdag 13 september, werd zijn stoffelijk overschoot naar Talca overgebracht, begeleid door de familie, vrienden en kennissen, en hebben we tijdens een mooie en ontroerende liturgie zijn lichaam bijgezet in het mausoleum van de congregatie.

En hiermede is een eind gekomen aan het leven van een medebroeder en religieus die nooit aan de weg getimmerd heeft, een onopvallende figuur was en op de achtergrond bleef. Gelouterd door het leven werd hij een wijs mens, attent, ontvankelijk en een weldaad voor anderen. De familie waar hij inwoonde zei dat hij een heilige was. Ook de verpleegster van de laatste weken en zijn talloze vrienden en vriendinnen.

Hij was een broeder voor allen, bezat niets overtolligs en was wars van praal en vleierij. Met grote emotie hebben we hem afgegeven doch we weten dat we een voorspreker hebben die de gedunde provincie nabij zal zijn. Zijn vurige wens was roepingen te krijgen voor de congregatie hier in zijn geliefde Chili.

Dank Willy voor je inzet, je trouw, je liefde en moge je rusten in vrede.
Dank voor je voorbeeld om waardig en in geloof je leven te wisselen, vertrouwend op God. Je was een groot mens!


Br. Kees Joore, fic.