IN MEMORIAM br. Wim van Winden


Hij is geboren op 7 mei 1933 in Den Haag.
Op 15 augustus 1953 deed hij zijn eerste professie.
Hij overleed op 19 augustus 2015 in het Academisch Ziekenhuis Maastricht.

“Liefhebben is het goede willen voor iedereen. Verlangen dat ieder zijn eigen waarde kent, hem of haar hoogachten en waarderen en er voor zorg dragen dat men een gelukkig en tevreden mens wordt.”

Het is een citaat van onze tweede patroon Vincentius a Paulo, die rond 1650 in Frankrijk leefde. In dat verre verleden wist hij ons al duidelijk te maken, dat ons leven – speciaal het leven van religieuzen – zich diende te kenmerken door goed te zijn en ook goed te doen. Door lief te hebben.

Vanmiddag hebben we jullie trouw en dierbaar familielid, onze medebroeder en vriend Wim, voor het laatst tastbaar in ons midden. Nu hij zijn 82 levensjaren - waarvan 62 als broeder van de FIC - heeft gesloten, roepen we hem in onze herinnering op in groot respect en dankbaarheid.

In 2012 verscheen van zijn hand het boek “Bouwen met een missie”, waarin hij in 268 pagina’s zijn leven en streven, zijn zoeken en blijdschap beschrijft. Zijn broer Frans en zijn schoonzus Jos zorgden er voor dat dit ego-document kon verschijnen. Wim citeert in dit boek de H. Vincentius wel niet, maar tussen het wit van de regels voel je alsmaar zijn verlangen om een goed, beter mens te worden. En niet alleen een missie om te bouwen, maar vooral om te bouwen aan het geluk van zijn medemens en die kansen te geven op een betere toekomst. Om hen ook te laten raken door het mysterie van de Eeuwige, die ieder van onze namen heeft geschreven in de palm van zijn Hand.
In die Hand stond ook de naam van Wilhelmus, Joannes Maria van Winden met gouden letters geschreven.

Elke keer opnieuw wanneer we een dierbare uitgeleide doen, ook vanuit deze kapel, worden we opnieuw getroffen door de vaak verborgen rijkdom van leven en streven; door verborgen gekoesterde tederheid, door stil verdriet en teleurstellingen, maar ook door de rode draad van dank voor al het goede, dat zo’n afgesloten leven heeft gekenmerkt.

Wim kwam uit een groot gezin in Den Haag. Vader en moeder ( hij schrijft die in zijn boek steeds terecht met een hoofdletter) kregen tien kinderen, met een evenwichtige verdeling van jongens en meisjes. Vader en later een broer had een slagerij. Bij gesprekken over vleeswaren en de kwaliteit daarvan moest je in gesprekken met Wim oppassen. Hij verloochende zijn afkomst daarbij niet.

Hij begon in 1947 zijn opleiding als broeder-timmerman. Lange tijd in zijn leven had Wim het gevoel dat in onze congregatie te weinig waardering werd getoond voor vakbroeders en werkbroeders. Maar met alle in hem aanwezige kwaliteiten bewees hij dat het in het leven niet gaat om de plaats die je maatschappelijk inneemt. Het gaat erom wat je als méns in je diepste wezen waard bent.

Hij groeide in zijn vak en werd door zijn overheid in 1962 naar het Afrikaanse Sierra Leone uitgezonden. De omstandigheden daar waren heel slecht. Dat gold voor de levensstandaard van de bevolking, voor de starre houding van de (vaak Italiaanse) geestelijkheid, maar ook voor het moordend klimaat. Na drie jaar mocht hij deel uitmaken van de eerste groep Nederlandse broeders, die in het noorden van Ghana ging werken. Wim voelde zich behoren tot het groepje van ‘founding brothers’. Hij was hier broeder van mensen tot 1988.

In Nandom staat een borstbeeld van hem. Het is een blijvend teken van groot respect voor zijn geweldige inzet voor Ghana. Hij bouwde scholen, kloosters, werkplaatsen en bruggen. Hij gaf enthousiast les op de technische school in Nandom, die hij zelf had gestart. Omdat hij er diep van overtuigd was dat je mensen in hun eigen leef- en woonomstandigheden moet leren omgaan met eigen mogelijkheden, schreef hij een aantal zeer praktische leergangen op het gebied van ‘Rural Building and Mechanics’. Om de afgestudeerde jongeren meer kansen te geven richtte hij coöperaties op. Die hadden mede tot doel om de opgeleide jongeren voor de eigen streek te behouden en hun wegtrekken naar de grote steden in het zuiden te voorkomen. Na een goede overdracht van zijn werk keerde hij in 1988 in Nederland terug. Terug naar zijn moeder en familieleden die hem óók tijdens zijn Afrikaans verblijf tot trouwe steun waren. Terug ook naar zijn Nederlandse medebroeders.

Zijn nieuwe communiteit vond hij in Maastricht aan de Prins Bisschopsingel 12. Na een oriëntatie voor inzet voor anderen sloot hij zich aan bij het project “Wereldwijd” in Eckelrade. Zijn leergangen, die hij in Ghana had geschreven, werden hier herschreven en opnieuw uitgegeven. Ze werden dankbaar aangewend om asielzoekers en vluchtelingen een vakdiploma te bezorgen. Terecht was hij er zeer trots op dat via de vakbond FNV deze opleidingen konden uitmonden tot de toekenning in een erkend vakdiploma.

Wim heeft het in die jaren niet zo gemakkelijk. Hij is op zoek naar de zin en inhoud van zijn leven als broeder. Hij voelt bij vlagen, dat hij niet op waarde wordt geschat. Dankbaar is hij voor de deskundige hulp die hij ontvangt om weer bij zichzelf thuis te komen. Bij hem begint het verlangen te groeien naar meer verdieping in zijn leven. Hierbij komt hij in aanraking met het vervaardigen van iconen. Hij blijkt deze kunst goed te verstaan en maakt die zich goed meester.

Samen met broeder Toon Verkoijen en mevrouw Ank Landwier geeft hij les aan groepen geïnteresseerden. Deze worden aanvankelijk gegeven in het centrum voor ontmoeting en inspiratie ‘In de Rooden Leeuw’ aan de Bogaardenstraat. Na enige tijd stelt de toenmalige directie van De Beyart een zolderruimte ter beschikking. Er wordt een fraaie werkruimte gemaakt en een sfeervol stiltecentrum. Naast het lesgeven en begeleiden van groepen, benut Wim deze ruimten ook voor eigen gebruik. Urenlang kan hij hier in alle rust werken aan het schrijven van eigen iconen en verdrijft hij de wierooklucht met de rook van zijn sigaretten.
Hij maakt hier ook een prachtig, draaibaar meubel, waarin hij de iconen plaats van onder andere de patroonheiligen van onze stichters. Het werkstuk heeft een vaste plaats gekregen in de aula van De Beyart.

In zijn leven is Wim steeds een zoeker gebleven: Wie ben ik ? Hoe ben ik anderen nabij en welke plaats heeft de Eeuwige in mijn leven? Hij deelt deze gevoelens in communitaire gesprekken en in de ontmoetingsgroep rond “A course in miracles". Het is een levenskunst om met vragen te blijven leven en twijfels te hebben. En het is een genade als je bij vlagen het idee krijgt, dat er ook antwoorden je pad kruisen.

Dat ervaart hij ook als zijn gezondheid het steeds meer laat afweten.
Hij leert beetje bij beetje te berusten in het feit dat zijn lichaamskrachten afnemen. Bij een opname in het AZM blijkt dat zijn lichaam moegestreden is. In het bijzijn van familieleden en medebroeders gaat hij op woensdag 19 augustus van ons heen.

“Wie mag wonen in het huis van de Eeuwige?” hoorden we zojuist in een lezing uit de H. Schrift. “Hij die recht doet aan de zwakken en zich door alles heen aan de Eeuwige toevertrouwt. Die mag wonen in het huis van de Heer.”

Wim heeft nu zijn plaats in het huis van zijn Schepper gevonden. Als edele mens heeft hij zijn verdiende loon ontvangen. Dat is wat we oprecht hopen – in tastend geloof – maar vooral in grote dankbaarheid voor het leven van deze goede mens, Wim van Winden, onder ons.

Wim Swüste


VOORBEDEN

BRON VAN LIEFDE,
U plaatst ons ook vandaag weer voor het mysterie van leven en dood, van dood en leven. Wij willen geloven, dat U werkelijk met ons meegaat, in alle vreugde en óók in alle pijn en verdriet, zoals U Jezus tot het uiterste nabij bent gebleven - en hem door dat alles heen onvergankelijk leven hebt geschonken. Ook Wim bent U, mede door zoveel zorg en liefde om hem heen, tot in zijn laatste dagen blijven dragen.
Wij vragen U: Versterk in ons het geloof, dat U werkelijk in álles met ons meegaat en ons nooit verlaat.

BRON VAN LIEFDE,
Wim heeft in zijn leven veel momenten van diep geluk mogen ervaren. Dit gaf hem kracht om vol toewijding voort te gaan. Hij heeft ook diep ervaren niet begrepen te worden en zelfs te worden afgewezen. Wim heeft gevochten om niet bitter te worden, maar trouw te blijven aan zijn idealen.
Wij vragen U: Moge nu Wim voor ons ten beste spreken, als ook wij door het donker van onbegrip of eenzaamheid moeten gaan.

BRON VAN LIEFDE,
U hebt Wim een groot hart geschonken, een hart dat geen onderscheid wilde maken en dat vooral uitging naar hen, die het minder goed getroffen hadden. U hebt hem daarbij grote creativiteit geschonken om medemensen op allerlei manieren te helpen en te bevestigen.
Wij vragen U : Schenk óns het vertrouwen, dat alle liefde en inzet, in welke vorm ook, door U gezegend wordt en vruchtbaar is.

BRON VAN LIEFDE,
de laatste icoon, die Wim geschreven heeft, is een vriendschaps-icoon: het is een kleurrijk en warm beeld van Jezus, die vol liefde zijn arm legt om de schouder van een andere mens. Wim had graag deze icoon ook nog voor zichzelf geschreven, maar dit is hem niet meer vergund. Zijn verlangen om, na zóveel andere iconen, nu nog déze icoon te maken, getuigt van hoe hij zijn relatie met Jezus Christus ervoer, een vriendschap die hij nu gelukkig in volheid mag ervaren.
Wij vragen U: Moge dit ook óns bemoedigen om de verbondenheid met Jezus Christus in ons leven steeds meer te verdiepen.

Dit alles leggen wij U vol vertrouwen voor door diezelfde Jezus Christus, onze Broeder en onze Heer. AMEN !