“je moet je niet alleen laten leiden door bevestiging”

‘In de veertig jaar dat ik broeder-priester ben, ben ik soms wat te afhankelijk geweest van de vraag of mensen het goed of minder goed vinden wat ik doe. Aanvankelijk was ik te gevoelig voor bevestiging. Ik leerde me niet te sterk te laten leiden door bevestiging. Je moet stevig in je eigen schoenen staan en zó als een vrij mens leren leven.’ Broeder Nico Coolen werd in 1974 in Chili tot priester gewijd. Een dubbel feest dit jaar, want hij is ook 12,5 jaar lang werkzaam als pastor in het woonzorgcentrum De Beyart. Hoe het allemaal gekomen is en is gegaan...  

Nio Coolen

door anderen geroepen

‘In mijn leven heb ik ervaren dat het een Genade is om door anderen geroepen te worden. Ik werd door mijn overheid in 1965 geroepen om naar Chili te gaan. Niet uit eigen wil, maar op verzoek van de bisschop in Talca werd ik veertig jaar geleden priester gewijd. En in 1994 koos het kapittel me in het generaal bestuur FIC. Ruim twaalf en een half jaar geleden verzocht de directie van De Beyart of ik pastor in dat huis wilde worden. Ik ben steeds op die verzoeken ingegaan, omdat ik voelde dat men me op die plek nodig had. Daarbij vroeg ik niet wat men van mijn werkzaamheden dacht. Ik voelde “een kracht” die me steunde. Binnen die omstandigheden heb ik mijn best gedaan om mezelf te blijven. Dat is misschien mijn armoede, maar ook mijn rijkdom.’

Nico Coolen komt uit een groot hecht gezin uit Veghel (1938). Zijn vader was kapper. Zijn moeder stierf te vroeg, Nico was 16. In het gezin was veel aandacht voor muziek. Er werd samen gezongen en gemusiceerd. Nico speelt piano, zingt (soms wat hees, maar ala), speelt orgel, dwarsfluit en gitaar. ‘We maakten samen thuis veel muziek en dat geeft precies de sfeer aan, waarin ik ben opgegroeid.’ In 1959 doet hij zijn professie bij de Broeders FIC en snel erna wordt hem gevraagd naar Chili te gaan. ‘Dat ik gevraagd werd voor het werken in het buitenland, was niet bij mezelf opgekomen.



Nico (gehurkt) met communiteitsleden in Chili in 1986: "Dertig zegenrijke jaren heb ik daar doorgebracht."
   Met het verzoek om in Latijns Amerika te gaan leven en werken, werden voor mij nieuwe perspectieven geopend: in mijn broederleven, in mijn “in de Kerk staan” en als mens. Dertig zegenrijke jaren heb ik daar doorgebracht. Ze hebben nog elke dag hun doorwerking in mijn denken en voelen. Misschien is dit de grootste genade die me is overkomen.’

geloofsverkondiging

‘Aanvankelijk kwam ik als onderwijzer in een basisschool in Viña del Mar te werken. Na enkele jaren werd dat Talca. Geïnspireerd door de spiritualiteit van de Congregatie en de vernieuwende gedachten van Vaticanum II werkten wij als broeders in ons apostolaat. Vooral op aandringen van Br. Emerentio Beelen legde ik me meer en meer toe op de katechese: het uitdragen van de blijde boodschap aan jeugd, jongeren en volwassenen. Hierbij lag voor mij de nadruk op het belang die boodschap te verstaan en begrijpen, als een bevrijdend bezig zijn met de werkelijkheid zoals die dagelijks geleefd werd. Mijn gedachten werden geleid door Jezus’ Boodschap door mijn omgang met ouders, leerkrachten en kinderen.’

‘In die jaren was het in Chili zeer woelig op politiek gebied. Nadat Allende drie jaar het land had bestuurd, nam Pinochet in 1973 met geweld de leiding over. De beelden van onderdrukking en martelingen staan nog op ieders netvlies. De Kerk in Chili stond voor een duidelijke keuze: laat je macht en onderdrukking hun werk doen, of ga je staan aan de kant van de zwakken, de rechtelozen?

Onze bisschop van Talca, Mgr. Carlos González, koos voor de laatsten. Zijn wonen en stijl van leven – hij woonde in een houten huis – kwamen overeen met zijn voorkeur voor de kleine mens op de campo en in de stad. Hij was veel onder de mensen. Als ik naar het doen en laten van onze huidige paus Franciscus kijk, zie ik duidelijke overeenkomsten.’



Het katechetische werk omvatte onder andere het maken van godsdienstmethodes en van cursussen voor leerkrachten.
   ‘In zo’n situatie van onderdrukking wordt van de Kerk gevraagd dat je een duidelijk standpunt inneemt. Dat je in je verkondiging, maar vooral in je levenswijze kiest voor de medemens in nood. Dat deed onze bisschop en dat deden ook de broeders. Dat probeerde ik ook te doen. In mijn dagelijkse leven en in mijn werk als catecheet binnen de christelijke basisgemeenschappen van de schoolgemeenschap.
Bisschop González zag dat en mogelijkerwijze vroeg hij me daarom of ik me tot priester wilde laten wijden.

Zijn vraag overviel me zeer. Maar er was in mij een innerlijke vrijheid om op zijn verzoek wel of niet in te gaan. Ik verwees hem naar mijn overheid in Chili en in Nederland. Nadat hij daartoe toestemming had verkregen van het congregatiebestuur in Maastricht – gingen wij ertoe over. Op 15 augustus 1974 wijdde bisschop González me in de kathedraal van Talca tot priester, alle broeders vierden mee. Als men me nu zou vragen waarnaar mijn voorkeur uitgaat, dan kies ik voor miin broeder-zijn boven dat van het priesterschap.’

doorwerking vaticanum II

‘Het Tweede Vaticaanse Concilie dat door paus Johannes XXIII was bijeen geroepen, had ook voor de kerkgemeenschap in Latijns Amerika zijn gevolgen. Op nationaal en diocesaan niveau werden er cursussen over gegeven, de bevrijdingstheologie werd ook toegepast in onderwijsmethoden, in het godsdienstonderwijs en op niveau van de school als leefgemeenschap. Op ons Colegio Integrado Pio X in Talca (een school met een gemengde schoolbevolking van kinderen uit rijke, middenstands en arme gezinnen) werden de gedachten van eigentijdse opvoeding doorgevoerd. Na mijn priesterwijding vierden we dat elk weekend in de basisgemeenschappen in onze stad of met de boeren die rondom de stad werkzaam waren.

Ik gaf les in katechese aan collega’s en werkte mee aan het schrijven van godsdienstmethodes. We ontwikkelden als catechetisch team een schriftelijke cursus op dit terrein voor onderwijzers en leraren, die aanvankelijk in het bisdom werd gebruikt en al gauw in heel Chili, met een vertaling in het Portugees voor Brazilië. Ik werd door de bisschop benoemd tot directeur van het diocesaan catechetisch centrum.   

Sinds zijn priesterwijding in 1974 gaat Nico bij gelegenheid ook voor bij congregationele vieringen, zoals in 1993 bij het 40-jarig jubileum van de FIC in Chili.

Van daaruit gaf ik door al die jaren heen – met zeer krachtdadige hulp van zuster Yolanda Quilodran – ook cursussen aan leerkrachten, en coördineerden we het studieprogramma voor catechese in anderen bisdommen in Chili. Bij dit alles mocht ik ook voorgaan bij mijn eigen medebroeders binnen de communiteit en bij bijzondere gelegenheden op provinciaal niveau.’

‘Ik had het geluk dat ik in 1977 een jaar lang werd vrijgesteld om in Medéllin, Colombia, te gaan studeren op het theologisch pastoraal instituut van de Kerk van Latijns Amerika. Met een groep van 115 studenten: priesters, religieuzen en leken, volgde ik daar een intensieve cursus theologie en pastoraal, spiritualiteit en catechese. De deelnemers kwamen uit Zuid en Midden Amerika en de ontmoeting met hen was uiterst verrijkend.   

Nico droeg in 1994 zijn katechetische werk over aan zr. Yolanda.
Het gaf me een geweldige steun en visie voor mijn werk in de jaren die volgden. Tot op heden.’

zending in eigen kring

‘Toen het generaal kapittel 1994 werd aangekondigd, kregen de provincies FIC allemaal als “huiswerk” om in eigen kring een paar broeders aan te wijzen die beschikbaar zouden zijn voor het nieuw te kiezen internationaal bestuur. In Chili werden op een bijeenkomst van alle broeders vijf namen genoteerd, waaronder die van mij. We gaven dat lijstje mee naar de kapittelgangers,waar ik niet toe behoorde. Op 15 augustus kreeg ik in Talca een telefoontje van br. Johan Muijtjens, de aftredend generaal overste. Hij meldde me dat ik bij de vijf kandidaten hoorde voor het nieuwe generaal bestuursteam. Ik antwoordde hem dat ik geen redenen kon aanvoeren om “nee” te zeggen en dat mijn broeder-zijn op de eerste plaats kwam. De volgende dag kreeg ik een telefoontje dat ik was gekozen in het bestuur, met br. Albert Ketelaars (dorps?/stadsgenoot uit Veghel) als nieuwe generale overste.’


Nico werd in 1994 lid van het generaal bestuur van de FIC.
   ‘Ik verkeerde in de situatie dat ik geen werkzaamheden had die een langdurige overdracht inhielden. Mijn directeurschap van het Katechetisch Centrum van het bisdom Talca, deelde ik al jaren met zuster Yolanda die méér dan capabel was om het werk als directeur over te nemen. Op het plein vóór de kathedraal van Talca werd een hartverwarmend afscheid georganiseerd en ik zat op 20 september op mijn kamer in de Voorbouw van De Beyart.’

eenzaamheid

‘Laat het duidelijk zijn dat ik van harte “ja” heb gezegd op deze nieuwe fase in mijn leven. Maar de overgang van Latijns Amerika naar Europa was voor mij – na dertig jaar – toch wel heel erg groot. Ik had hiernaast de pech dat ik het enige nieuw gekozen bestuurslid was dat zich in Nederland bevond: Albert Ketelaars en Nicolas Zumanaa moesten hun schoolwerk in Ghana overdragen, en dat was ook het geval met de broeders Antherus Sutrisno en Frans Sugi uit Indonesië. Bijkomend probleem was ook dat hun “verplaatsing” naar Nederland ook administratief ingewikkeld was in verband met het verkrijgen van visa. Een en ander betekende dat ik als “groentje” helemaal alleen de bestuurlijke verantwoordelijkheid had over de hele congregatie, waarbij br. William Kets (voormalig generaal vicaris) zo vriendelijk was om me de “weg te wijzen” en bij te staan. Je kunt je voorstellen dat ik me niet helemaal goed in mijn vel voelde zitten en dat bij tijd en wijle de eenzaamheid me om het hart sloeg.’

‘Om de tijd nuttig door te brengen ben ik toen in Londen mijn Engels gaan verbeteren en maakte ik deel uit van een pastoraal team in een parochie, waar ik op zondag “als buitenlander” de preek mocht houden. Na een paar maanden was het nieuw gekozen generale bestuur in Maastricht present en konden we ons werk écht aanpakken. Terugkijkend moet ik zeggen dat het prettig werken was.   

Nico en de andere leden van het generaal bestuur waren geen "vergadertijgers", maar waren veel bij de broeders en hun apostolaat in de verschillende provincies te vinden.

We waren geen “vergadertijgers” en probeerden via allerlei wegen de broeders wereldwijd bij ons werk en zoeken naar een goede toekomst te betrekken. Albert Ketelaars was hierbij een goed luisteraar en leider.’

pastor in De Beyart

‘Bij het volgende kapittel van 2000 dat in Ghana gehouden werd, kreeg het bestuur een wijziging, waarbij ik besloot om in Nederland te blijven en er pastoraal te gaan werken. Ik was heel blij dat de directie van De Beyart me – in samenspraak met het provinciaal bestuur – verzocht om pastor te worden van dit huis. Dat vroeg om mijn denken en invoelen af te stemmen op een andere ervaring rond Kerk-zijn, verkondiging, liturgisch vieren en pastoraat. Ik heb het over het geheel genomen gunstig gevonden geen officiële priesteropleiding gedaan te hebben.


Bij gelegenheid van zijn priesterjubileum ging Nico voor in een feestelijke Eucharistieviering, geassisteerd door Mevr. Steemers en br. Aufridus Soudant.
   Ik zag mijn priesterschap in zekere zin als een functioneel priesterschap: dat is dat ik met mijn inzet als broeder occasioneel als priester functioneerde. Het was ook toegesneden op de situatie van Latijns Amerika. En ik was ook wat onkundig over de situatie in de Nederlandse Kerkprovincie. In mijn opdracht als pastor hier moest ik dus nog groeien. Een grote steun had ik aan Mw. Marianne Boselie, toentertijd hoofd van de geestelijke verzorging.’

‘Met deze taak ben ik tot op de dag van vandaag blij. Ik mag de honderdvijftig bewoners van De Beyart van dienst zijn door voor te gaan in vieringen, door gesprekken te hebben, belangstelling te tonen, de Ziekenzalving toe te dienen en hen te begeleiden in hun gang naar het kerkhof. Ik vat mijn taak serieus op en bereid de inleidingen op de Vieringen en de verkondiging nauwkeurig voor. Dat ik hierbij nog steeds wat “Latijns Amerikaans” ben in mijn denken en woordkeus moet men maar voor lief nemen. Rond mijn voorgaan ontvang ik niet zoveel bevestiging, maar daar zit ik ook niet (meer) op te wachten.

Vanuit mijn congregatie voel ik me nadrukkelijk gesteund en gewaardeerd. Dat merk ik in de gesprekken die ik met br. Kees Gordijn, onze provinciale overste, en met de leden van ons Lokaal Bestuur heb. Ik ben blij dat ik terecht kan op de “gesloten” verpleegafdelingen in het huis. Mensen herkennen soms mijn gezicht en weten dat ik de pastor ben die ze regelmatig op het televisiescherm zien.   

Muziek speelt een grote rol in Nico's leven.

Ik wil het graag wat rustiger aan doen, en heb me vrij gemaakt van de beslommeringen van de Werkgroep Liturgie. Daarvoor heb ik goede contacten met mevrouw Myriam Steemers, nu hoofd geestelijke verzorging in ons huis.’

‘Ik denk wel eens als ik het woord voer in de kapel, “dat ze mij toch maar weer elke keer moeten aanhoren”. In wezen ben ik een gevoelsmens. Dat heeft me veel rijkdom gegeven, maar het maakt het leven soms ook wat zwaar. Ik voel me ouder worden en rijpen in mijn persoon en in mijn geloof.’

‘Ik heb het erg op prijs gesteld dat mijn beide jubilea sfeervol en hartelijk werden herdacht. Ik mag het in oktober met mijn familie vieren. Ook zij zijn voor mij een grote steun. We leven op De Beyart binnen een levende gemeenschap van ouderen: een oase waar het leven draait rond loslaten in hoop op..., en midden in een prachtige stad. Wat wil een mens nog meer .... “


Wim Swüste


Bron: Berichten van de Broeders van Maastricht, 2014, nr. 4