HET OUDSTE NOG BEWOONDE KLOOSTER FIC

Het klooster aan het Westeinde in Den Haag is het oudste nu nog bewoonde klooster van de Broeders FIC. Het gebouw is het eigendom van de Vincentius Vereniging Den Haag, die de broeders 160 jaar geleden voor het geven van onderwijs en vorming naar de Hofstad hebben gehaald. Nu wonen er nog twee broeders: Frans Wils (1941) en Wim Brands (1945).
   Het klooster heeft een rijke geschiedenis.
Meer dan 700 broeders hebben in al die jaren hun beste krachten gegeven aan het onderwijs en de vorming en ontspanning van de jeugd uit Den Haag en omstreken.
Vanaf 1995 stond de opvang van en onderwijs aan vluchtelingen en asielzoekers centraal via het project Wereldvenster.
Sinds 2007 wordt vanuit het klooster het project Stadsklooster vorm gegeven, een centrum van ontmoeting en inspiratie voor allerlei mensen en groepen in onze multiculturele samenleving.

In het nu volgende leest u wat meer over het begin van het Westeinde-klooster in Den Haag.


160 JAAR BROEDERS DEN HAAG - WESTEINDE

Het begin

In de annalen van ons klooster aan het Westeinde in Den Haag lezen we: “9 Februari 1861. De eerste zeven broeders komen naar Den Haag. De reis was niet zeer aangenaam. De boot waarop de broeders reisden, kon door het bijzonder sterke ijs niet voort, zodat zij bij de Moerdijk dubbele kosten moesten betalen om overgezet te worden”.
Dat is dus nu 160 jaar geleden. Al die tijd hebben de broeders onafgebroken gewoond in het Westeinde. Langer dan in welk huis ook in de congregatie. Totaal hebben hier ruim 700 broeders geleefd, gewerkt, gebeden.

Staan in de FIC-traditie

Als je de Jozefkapel betreedt, kun je de aanwezigheid van deze voorgangers voelen. Hun steun in onze rug. Alle mensen die zich in het Stadsklooster inzetten voor mensen die op zoek zijn naar nieuwe kansen staan in de traditie van deze 700 broeders.
Ruim dertig broeders liggen begraven op het Haagse kerkhof Sint Petrus’ Banden. Hun namen werden gekalligrafeerd door Wolfgang Borghans, de laatste overste van het Westeinde.
  

De gekalligrafeerde namen door rozen omkranst

De eerste drie ‘Haagse’ broeders

Hier volgen wat feitjes/verhaaltjes over de eerste drie broeders van deze lijst – als eerbetoon aan alle zevenhonderd.

Adrianus Vos. Hij behoorde tot de eerste zeven. Na vier jaar overleed hij reeds. De omstandigheden waren voor de broeders in de 19e eeuw heel moeilijk. Het huis was bouwvallig, vochtig en koud. Er moest hard gewerkt worden en er was weinig gelegenheid tot ontspanning. Vele broeders stierven op jonge leeftijd.



De broeders Frans Wils en Wim Brands eren hun vele voorgangers
   Servatius Voss. Ook hij behoorde tot de eerst gedienden. Hij werd ook de eerste overste. Dat onderstreepte het belang van de nieuwe vestiging, want Servatius was een belangrijk man in de congregatie. In 1844 trad hij in en werd al in 1847 gekozen tot Algemene Overste, als eerste opvolger van onze stichter Br. Bernardus. In 1850 smeekte hij om niet meer herkozen te worden. 9 Februari 1861 kwam hij dus naar Den Haag en daar werd hij behalve overste ook Hoofd van de school. De annalen vermelden: “Hij was echter niet in het bezit van den gevorderden 2den Rang. De Algemene Overste, (toen weer) Br. Bernardus, had ‘t er maar op gewaagd. ‘t Haagse Schooltoezicht reclameerde echter.
Het bestuur der St. Vincentiusscholen trachtte Br. Servatius, dien het zeer hoog achtte te behouden en zond een rekest aan de Regeering om den heer Voss als Hoofd te mogen handhaven. Er kwam echter een grote nul op hun rekest. “ Na een half jaar moest hij Den Haag dus verlaten, om er aan het eind van zijn leven in 1889 terug te komen. “Daar teelde hij op zijn oude dag in zijn tuintje nog aardbeien om de broeders na een flinke wandeling te kunnen onthalen. En dan straalde zijn goedig gelaat.”

Hieronymus Leenders. “Vroeg verloor hij zijn ouders en werd als wees opgenomen in het R.K. Weeshuis aan de Lauriergracht.” , waar de broeders op uitnodiging van de Vincentius Vereniging sinds 1845 de leiding op zich genomen hadden. Hij werd in september 1861 de opvolger van Servatius. En zou dat 25 jaar blijven. Een paar citaten uit “Uit Eigen Kring” 1934. “Als de Broeders hem maandelijks kwamen spreken, was hij minzaam, wekte hij, bij de jongeren vooral, geestdrift voor hun taak, toonde belangstelling, steunde gul met raad en met daad, won hun vertrouwen in zijn wijze leiding.” “Voor de Schoolbestuursleden der St. Vincentius-Vereeniging, onder wie de scholen ressorteerden, was Hieronymus de vraagbaak, de richtinggevende, leidende man in alle zaken die de scholen betroffen. Hij werd hun trots. Zijn inzicht, zijn persoonlijkheid, zijn werk dwong hun respect af. Wat Broeder Hieronymus alweer tactvol op zijn Broeders wist over te brengen.”

“Was het wonder, dat gansch Katholiek Den Haag zich in 1886 met geestdrift opmaakte om den 11den Feb. van dat jaar plechtig den dag te herdenken, waarop vóór 25 jaar de Broeders het onderwijs op de Vincentiusscholen op zich namen.” “Die viering is echter niet doorgegaan door de plotselingen dood van Hieronymus zelf. Op Dinsdag 5 Feb., terugkerend van een bezoek aan Mgr. Schagt en twee zieke scholieren, voelde hij zich onwel en begaf zich ‘s avonds naar de ziekenkamer, die hij niet meer als levende zou verlaten.” “De Zeereerwaarden Algemeenen Overste Br. Bernardinus was onmiddellijk naar Den Haag geijld. Bij het zien van den doode, die hij hooglijk vereerde, werd hij zóó door emotie aangegrepen, dat hij ‘t bewustzijn verloor en neerzeeg. Hij besefte wat de Congregatie in Hieronymus moest derven; hij voelde zijn dood ook als een persoonlijk verlies. Bij de keuze van een nieuwen Alg. Overste, die september 1886 moest plaats hebben, verlangde Br. Bernardinus zijn ambt graag neer te leggen en zijn hoop was gesteld op Br. Hieronymus.” ”De plechtige uitvaart was zeldzaam indrukwekkend.” “De stoet die de lijkbaar volgde, vormde zich uit ál de Pastoors der stad, de leden van de St. Vincentius-Vereeniging, de leerlingen der verschillende scholen, familie, Broeders en vrienden. Circa 17 volgrijtuigen waren ter beschikking gesteld.”  

Gedenkraam 1861-2021



=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=