REFLECTIE op het boek

EEN VRIENDSCHAPSLIEFDE
ALS OPGANG NAAR GOD

Berne Heeswijk, vrijdag 26 oktober 2018


Dat het eeuwig heimwee naar God jou mag blijven vervullen; dat dit heel je leven de grondtoon mag zijn van alles wat je doet ...
Dat waren woorden, die Avellinus in september 2011 schreef aan zijn dierbare Zo.
Ze klinken als een geestelijk testament:
Dat het eeuwig heimwee naar God jou mag blijven vervullen; dat dit heel je leven de grondtoon mag zijn van alles wat je doet ...

  
Een cht testament treffen we aan op de laatste pagina van het boek in een brief, gelegd in een na zijn dood door Zo te vinden boek, waarin Avellinus schrijft:
Mijn erfenis aan jou is, dat jij namens ons tween de liefde van Jezus uitdraagt, heel je leven. Dan sterf ik rustig, in jouw liefde...

Wie de moed n het geduld heeft het beschreven proces van drie jaren al lezende en mijmerend mee te voltrekken, zal binnen worden gevoerd in een gebeuren tussen twee mensen, een gebeuren van grote schoonheid en diepte, maar k van worsteling en groei.

   De gerijpte tachtiger Avellinus en de idealistische dertiger Zo hebben elkaar ontmoet en blijken een kostbare gemeenschappelijkheid te hebben: hun intense verlangen naar diepte en betekenis in hun leven - niet abstract of intellectueel, maar existentieel, als een ervring. Of misschien nog beter: een verlangen naar een leven-gevende verbondenheid met een persoon, een Persoon met een hoofdletter. Terwijl Zo aanvankelijk nog over God n Jezus spreekt is Avellinus snel heel duidelijk: voor hem gaat het om de persoon van Jezus tout court.


Voor menige lezer, of althans voor mij, is dat toch even wennen. Zo gaat echter snel met Avellinus mee. Zijn blijkbare levende band met Jezus als persoon roept ook in Zo wakker wat in haar sluimert: het nadrukkelijk benoemen van je grote liefde en je diepe verlangen.

Avellinus treft Zo aan als een toegewijde, enthousiaste jonge contemplatieve zuster, die in een beginnende crisis-situatie verkeert: ze ondervindt, vindt ze, weinig begrip voor haar diepere contemplatieve verlangen, heeft een overmatige hoeveelheid werk, ervaart een steeds groeiend appl van geraakte bezoekers, die in gastenzuster Zo een rijkdom ervaren, waarin ze steeds meer willen delen, maar wat haar veel tijd en vooral ook energie kost.

Zo beschrijft in haar aanvankelijk wat aarzelende correspondentie met Avellinus wat ze allemaal beleeft in haar contacten en welke soms zeer indringende vragen op haar afkomen. Het is wonderlijk: Het is alsof haar celibataire leven haar hlpt de vragen van gehuwden soms nog dieper te verstaan dan de vraagstellers zlf. Je staat verbaasd als je leest welke vragen mensen aan Zo voorleggen en hoe zij daar in grote helderheid op reageert. Ik moest soms denken - en ik hoop dat Zo mij dat vergeeft - aan de 12-jarige Jezus in de tempel met zijn verbazing wekkende antwoorden op vragen van als zodanig geachte deskundigen.  


Dit brengt mij op een punt dat misschien niet verwacht wordt: deze beschrijving van een vriendschapsliefde tussen twee religieuzen is geenszins alleen lectuur voor mensen, die dezelfde levensstaat hebben gekozen of er zich toe geroepen voelen. De innerlijke vrijheid en ruimte, die een gelukkig beleefd celibaat geeft, blijkt juist te helpen om helderder de diepere vragen van liefde en genegenheid, van worsteling en strijd, van zoeken en verlangen in elke menselijke relatie te verstaan.
Ik vind de overwegingen van Avellinus en vooral van Zo over barmhartigheid, geluk, stabiliteit, godservaring, geestelijke vrijheid, eenzaamheid en tederheid, juweeltjes van aanvoelen en inzicht in wat wezenlijk voor iedere mens geldt.

Zo ervaart en erkent, dat de mensen die haar interpelleren, vaak een genade voor hr zijn: zij openen met hun opmerkingen, kritiek of vragen als het ware de deur naar een ruimte in haar, die Zo dan verder gaat verkennen en waaruit zij met haar vondsten de anderen kan verrijken.

Inderdaad: echte vragen en eerlijke kritiek van nderen kunnen ons allen helpen om allereerst zlf meer naar binnen te gaan en te ontdekken of bewust te worden, wt we eigenlijk wel weten of ervaren. Het is de vruchtbaarheid van wat men tegenwoordig noemt non violent communication.

Zo schrijft haar bevindingen, zowel de vragen die ze krijgt en ook zelf heeft, alsook de antwoorden die ze heeft proberen te geven, aan Avellinus met de vraag : Heb ik het goed begrepen ? Heb ik een goed antwoord gegeven ? Avellinus gaat dan meestal niet diep in op het inhoudelijke, maar wat hij doet is vooral dat hij Zo bevestigt en aanspoort om haar inzicht en haar intutie te durven vertrouwen.



De Christus-icoon die Avellinus zeer dierbaar was
   Overigens geeft het boek k een inkijk in het meer innerlijke, persoonlijke leven van Avellinus. Hij laat merken, dat hij in zijn leven door heel wat, soms zeer pijnlijke, ervaringen is heengegaan. Dat betreft vooral de zuivering van zijn eigen beeld van God, dat zijn repercussies had op zijn omgang met medebroeders en anderen. Van het vooral strenge beeld van God heeft hij zich aanvankelijk maar met moeite losgemaakt. Dat strenge beeld gaf hem reden om heel precies en veeleisend te zijn, niet alleen naar zichzelf maar ook naar anderen.

Gelukkig, zo zegt hij herhaaldelijk, heeft hij in toenemende mate kostbare mensen ontmoet, die vanuit grote innerlijke vrijheid met het wezenlijke van ons leven omgingen. Dat was voor hem zeer aanstekelijk, raakte een dieper verlangen in hem, en zo werd God een toenemende bron van vreugde, van vertrouwen en betekenis. Lectuur heeft hem zeker geholpen.
Maar hij is toch vooral dankbaar voor alles wat zogenaamde gewone mensen hem, als zogenaamde professionele religieus, aangereikt en geleerd hebben.

Die persoonlijke beleving heeft hem ook steeds meer tot de persoon van Jezus gebracht. Vele jaren heeft Avellinus gemediteerd voor een hem zeer aansprekende Jesus-icoon.
Zijn warme en vanzelfsprekende band met Jezus komt als een refrein terug in zijn eigen reflecties en ook in zijn reacties op wat Zo hem schrijft.

Een ander belangrijk punt is volgens mij de frisse en open visie op de vier klassieke geloften: gehoorzaamheid: ten diepste gehoor geven aan het appl dat op je gedaan wordt; armoede: de groeiende onthechting aan wat je bindt, niet alleen materieel maar ook psychologisch en geestelijk. En dan wordt niet zozeer over celibaat of ongehuwd leven gesproken, maar over zuiverheid. Zuiverheid in relaties met anderen, met jezelf en ook met God !
En als vierde stabiliteit, niet primair verstaan als het levenslang op dezelfde plaats blijven wonen, maar als het trouw blijven aan je diepste keuze: niet vluchten als het leven weerstand biedt of moeilijk wordt.
Eigenlijk, zo reflecteert Zo, gelden die zaken voor iedereen, niet alleen voor zgn. professionele religieuzen. Dat werd haar steeds meer duidelijk in de onorthodoxe uitwisseling met Avellinus en k, zoals al eerder aangeduid, in haar contacten met gasten in haar priorij.

De rijkdom van dit boek is ook de brede en diepe beschrijving van menselijke vriendschap. Op minstens vijf plaatsen gaan onze auteurs diep in op meerdere aspecten van deze grote gave die ons ten deel kan vallen: De mogelijkheid, de wenselijkheid, de zorgvuldigheid, de vreugde, de vruchtbaarheid van vriendschap.
Ook de waarde en het belang van nabijheid, erotiek, verlangen, tederheid, lichamelijkheid, zielsverwantschap, en ook de onmisbare ups en downs krijgen goede aandacht. De titel van het boek geeft een ultieme duiding van dit alles door te spreken over vriendschapsliefde als opgang naar God.
  


En ook hier weer: niet iets exclusiefs voor selecte mensen, maar een mogelijkheid en een perspectief voor iedere vrouw of man. Alle erotiek, zowel in het huwelijk als daarbuiten, kan als een kostbare gave rijpen tot vriendschap. Echte, diepe vriendschap, die uit haar aard een zuiverende en genezende werking heeft en bovenal een steeds krachtigere bron van geluk, van sterkte en van betekenis wordt in je leven. Een opgang naar God, naar de Ene, die in zijn Drie-heid ht beeld van vriendschap is en dat zich in ons menselijke leven mag weerspiegelen.

De rijkdom van het boek is hiermee niet uitgeput.
Avellinus, die regelmatig in zijn parochie een praatje moest houden of een column moest schrijven, daagde Zo uit hem met haar reflecties te helpen. Dat leverde boeiende stukjes op over barmhartigheid, voorzienigheid, het lren van je vijanden, het belang en zelfs de noodzaak van verstoringen in je leven.
Het is maar een keuze uit de onderwerpen waar Avellinus uiteindelijk zijn parochianen mee inspireerde.

Een boek met een briefwisseling zonder pretenties gedurende slechts drie jaren van twee heel verschillende en tegelijkertijd heel verwante mensen... Daar mag je kennis van nemen en er door genspireerd en bemoedigd worden. De mooie uitgave van het boek helpt je over de laatste drempel heen als je nog even aarzelt om aan dit boek te beginnen...


Drs. Johan Muijtjens f.i.c.



Enkele foto's van de boekpresentatie

Natuurlijk krijgt zr. Zo het eerst het woord.Joop Stam eert zijn goede vriend AvellinusJohan Muijtjens reflecteert op dit bijzondere boek


  
Rik Torfs, collega van Avellinus in de commissie Mensenrechten van de Acht Mei Beweging   De gastheer en de sprekers op een rij ...