ROTTERDAM:  Regina Pacis I  Beukelszoonplein


Regina Pacis was de naam van ons klooster in Rotterdam. Wat betreft de stenen – het gebouw - kunnen we drie periodes onderscheiden, maar de naam bleef. We beschrijven hier de eerste periode. Het adres van het klooster was toen Willem Beukelszoonplein 7

Het begin

Pastoor Caarls van de tamelijk nieuwe St.Nicolaas parochie wilde voor zijn op te richten scholen graag religieuzen hebben als leerkrachten. Iemand wees hem op Maastricht. Na wat aandringen kreeg hij gehoor bij ons hoofdbestuur. In september 1927 begonnen vier broeders met het onderwijs van de jongens. Een jongensschool was er niet; een huis voor de broeders was er niet. Voor het onderwijs konden de broeders gebruik maken van enkele school van de zusters.  
Onderdak vonden de broeders in ons klooster in Schiedam. Dat betekende twee keer per dag heen en weer op de fiets naar school. Alleen bij echt bar weer kon gebruik gemaakt worden van de tram. Dat de broeders wisten hoe je aan weg moest timmeren - of voor PR moesten zorgen – lieten ze al spoedig zien binnen twee maanden. In november organiseerden zij met behulp van broeders uit Schiedam een tentoonstelling van jeugdlectuur. Een grote belangstelling en veel bestellingen. Het had effect. Het aantal leerlingen van de school nam gestadig toe en extra lokalen moesten gezocht worden. De zusters konden niet meer lokalen beschikbaar stellen. Een gemeentelijke noodschool gaf tijdelijk onderdak.

Consolidatie

September 1929 was een belangrijke maand voor de broeders. De vlag kon geplaatst worden op het broedershuis in aanbouw. En een paard dagen later konden de nieuwe scholen betrokken worden en konden alle klassen in eigen lokalen geplaatst worden.



De eerste groep Broeders
   Op 23 april 1930 kon het nieuwe huis betrokken worden. De broeders werden met drie door pastoor Caarls bestelde auto’s in Schiedam opgehaald en naar Rotterdam gebracht. Door parochie en leerlingen werden ze uitbundig verwelkomd. Het huis was op een ouderwetse manier opgezet.. Hoge gangen, kleine ramen, met als gevolg een donkere, sombere indruk. Alleen de recreatiezaal maakte een uitzondering. Volgens de Algemene Overste was het de mooiste van alle broederhuizen. Al spoedig waren de vele aspecten van het broederleven in Nederland ook in Rotterdam tot leven gebracht:

een dagorde die zorgde voor een regelmaat van leven met vaste tijden voor gebed, maaltijden, recreatie en rust; er werd degelijk onderwijs gegeven; er waren de regelmatige wisselingen van oversten en broeders, twee of drie keer per jaar werden ouderavonden met lezingen en toneel georganiseerd, en er was een jaarlijks uitstapje voor de broeders: eerst wat dichtbij en later wat verder weg (in Nederland).

De verschrikking

Aan dit vredig leven kwam een eind in maart 1943. Door bewolking en veel wind ging een bombardement van de havens helemaal fout en kwamen de bommen terecht op de buurt Delfshaven.
Ondanks de 350 doden en 16.000 daklozen werd deze ramp deels vergeten en sprak men later van “Het vergeten bombardement”. Regina Pacis kreeg geen voltreffer maar door de enorme branden (brisant bommen), de sterke wind, gebrek aan water, en de afwezigheid van meerdere broeders viel het huis toch een slachtoffer aan het geweld. Niet de broeders. Die waren nog op school en moesten eerst zorgen voor de kinderen dat die veilig thuis konden komen.  

Toen ze dan nog naar het klooster konden komen, was daar de ellende al gebeurd. Weinigen konden nog iets van hun persoonlijke spullen redden. Een deel van de communiteit zocht zijn heil in andere communiteiten, een enkeling vond tijdelijk onderdak bij een bevriende familie. In de weken er na was het zoeken naar mogelijkheden om het onderwijs weer op gang te brengen. Men vond wat plek in andere scholen, en een rouleersysteem werd toegepast.

Op 30 april werd ons een huis toegewezen op de Mathenesserlaan. Een kleine groep broeders kon toen weer naar Rotterdam terugkeren. Het was geen wonen daar, het was veel meer kamperen. Het was afzien en slikken. En dat werd nog erger toen geleidelijk aan alles een tekort kwam. Men werd vaak gered door leveranciers die nog iets voor de broeders wisten te versieren. Maar men begon ook weer vooruit te kijken.


De laatste groep Broeders
   Contacten tussen ons hoofdbestuur en de parochie over de mogelijke bouw van een nieuw klooster. Architect Boosten kreeg al een opdracht een ontwerp te maken, maar zonder de broeders of de parochie tot iets te verplichten. In 1944 kregen de broeders te horen dat de schade-enquête-commissie een bedrag van 109,000 had vastgesteld voor de herbouw van het klooster. Dat bedrag werd niet meteen uitgekeerd; pas als de bouw echt gerealiseerd zou gaan worden werd dat geld plus 4% rente beschikbaar gesteld.


Van geregeld onderwijs was geen sprake. Als de broeders ergen een plaats hadden gevonden, kon het zijn dat die school door de Duitsers gevorderd werd. Om drie maanden later weer vrij gegeven te worden. En in de laatste winter van de oorlog werd helemaal geen onderwijs gegeven: geen brandstof voor de verwarming. Het einde van de oorlog hebben de broeders in Rotterdam meegemaakt. En het is niet te geloven: binnen een paar weken wisten de broeders al weer een ouderavond met toneel en spel te organiseren; al maanden van te voren voorbereid.

In februari 1946 kregen de broeders te horen dat de communiteit aan de Mathenesserlaan opgeheven zou worden. De broeders zouden moeten verhuizen naar Schiedam en van daaruit de beide scholen bedienen. Het hield de broeders niet tegen om alle activiteiten die rond scholen bekend waren, ook nu door te laten gaan. Ze moesten wat eerder in Rotterdam ophouden om op tijd zijn voor de vespers in Schiedam.  

Het huis aan de Mathenesserlaan

Er werd weer gefietst, of van de tram gebruik gemaakt als het weer te slecht was. De eerste berichten over de bouw van een nieuw huis werden met grote interesse ontvangen. Maar of de oude garde weer zou kunnen terugkeren naar het nieuwe nest in Rotterdam lag nog in de toekomst van 1959 verborgen.